Met zes ouders heb je een vergaderzaal nodig

Ouderlijk gezag voor vier

Hoe de samenstelling van een gezin ook is, een kind kan niet meer dan twee wettige ouders hebben. Er ligt een advies om dat uit te breiden naar vier. Jona (16): „Ik ben blij dat ik weet wie mijn biologische ouders zijn.”

Illustratie Sebe Emmelot

Jona Wolff (16) heeft een open, vriendelijk gezicht. Hij is naar de Coffee Company gekomen om uit te leggen hoe dat is: opgevoed worden door twee moeders en twee vaders. Hij woont al 16 jaar bij één moeder, haar vrouw kwam er pas recent bij wonen. In het huis van zijn vaders heeft hij een kamer. Daar komt hij al zijn hele jeugd op woensdag en vaak in het weekend. „Bij mijn moeder is echt thuis – daar staan mijn spullen.”

En toch, zegt Jona, heeft hij vier ouders. Geen twijfel mogelijk. Ze komen alle vier als hij een toneeloptreden heeft of een roeiwedstrijd. Zijn ene vader helpt bij geschiedenis-huiswerk, de andere bij kunst en techniek. Een moeder helpt met Frans en de andere, bij wie hij altijd heeft gewoond, weet gewoon alles. Ze hebben een groepsapp: ‘de ouders’. „Kinderen die dit voor het eerst horen, zeggen altijd: je zult wel veel cadeaus krijgen’.” Maar dat valt dan weer tegen, zegt hij lachend.

Jona’s biologische ouders zijn wel zijn officiële ouders; je mag er volgens de wet maar twee hebben. Is er verschil met de andere twee? Een beetje. Zijn biologische ouders zijn degenen die naar ouder-gesprekken gaan op school. „Ik ben blij dat ze eerlijk zijn geweest tegen me. Ik had niet willen gissen naar wie mijn biologische ouders zijn.”

Er is veel discussie geweest, een groot onderzoek, een heel dik rapport en zelfs, onlangs, onenigheid in de kabinetsformatie over kinderen zoals Jona. Zij moeten volgens een groeiende groep homoseksuele (LHBT) ouders niet slechts twee wettelijke ouders hebben, zoals nu mag, maar drie of vier. Sommige ouders en belangenorganisaties Meerdangewenst en COC, ijveren al jaren voor uitbreiding van het ouderlijk gezag. Waarom, stellen zij, hebben ouders die jarenlang, vanaf de geboorte, liefdevol voor een kind zorgen, niet dezelfde rechten als de twee die officieel het gezag hebben? Eind vorig jaar adviseerde een staatscommissie na twee jaar onderzoek om de wet te veranderen: in bepaalde omstandigheden zou ‘meer-ouderschap’ mogelijk moeten worden.

Maar de ChristenUnie en het CDA willen er niet aan. Eind augustus spraken ook oud-hoogleraren René Hoksbergen (adoptiedeskundige) en Ido Weijers (scheidingsdeskundige) zich uit tegen de plannen. Niemand, schreef Weijers, is er tegen dat „regenboogfamilies samen liefhebben en zorgen”, zoals D66’ers hadden geschreven aan de onderhandelaars van D66 en VVD. Maar, schrijft Weijers het gaat om het aantal ouders met een gezagsrelatie. „De kans dat een van de opvoeders uit zo’n constellatie stapt is groter dan bij twee ouders. Voeg daarbij de reële kans dat ex-partners daarna een nieuwe relatie aangaan en het is duidelijk dat de situatie voor het kind bijzonder complex en instabiel kan worden zodra de ex-en met ruzie uiteengaan en eisen stellen” Hoksbergen: „Wanneer vier personen ouderlijk gezag bezitten, bestaan er zes verschillende relaties van twee personen. Daarmee wordt de kans dat een kind met één of meer (v)echtscheidingen te maken krijgt, zes maal groter. Als bij een probleem rond het kind voor een belangrijke beslissing terug moet worden gevallen op een juridisch construct, de gezagsrelatie, wordt er om het eigen gelijk gevochten.”

Vier ouders, twee adressen

Om uitdijende aantallen gezagsrelaties te beperken, adviseert de staatscommissie om wettig ouderschap toe te staan voor hooguit vier ouders, die wonen op hooguit twee adressen. Je kunt niet gezag aanvragen voor een nieuwe partner als het kind er eenmaal is. En de groep die het wettelijk ouderschap wil delen, moet vooraf – dus vóór de bevruchting – toestemming krijgen van een rechter.

Hoogste tijd dat dit wordt ingevoerd, vindt Sara Coster (52). Zij is moeder van twee kinderen, van 10 en 12 jaar, met twee mannen, een homostel. „Vader één is wettelijk niets van het ene kind en vader twee is wettelijk niets van het andere kind. Terwijl we met zijn drieën aan het gezin begonnen.” Zij wonen in dezelfde straat; de kinderen wonen de helft van de tijd bij haar en andere helft bij hun vaders. Volgens Coster zijn er juist mínder conflicten met drie of vier ouders omdat beslissingen weloverwogen, in de groep, worden genomen. Coster werkte mee aan het onderzoek voor de Staatscommissie en geeft voorlichting aan homoseksuele ‘wensouders’. De vraag is groot: op een voorlichtingsavond in Amsterdam vorige week, bijvoorbeeld, zaten 55 mannen.

Coster somt een aantal gevolgen van de ouderlijke ongelijkheid op: ouder nummer drie of vier kan op reis met het kind problemen krijgen, kan niet beslissen over een medische behandeling, krijgt geen ouderschapsverlof en kan niets nalaten aan het kind, althans het kind moet er dan belasting over betalen alsof de erfenis van een vreemde komt. „Dat is toch raar? Je moet belasting betalen over iets wat van jouw vader of moeder komt – iemand die je altijd heeft opgevoed.”

Maar waar ligt de grens? Waarom wel vier officiële ouders en geen zes of acht of tien? Coster: „De commissie heeft gekeken naar het belang van het kind. En meer dan vier ouders wordt gewoon te ingewikkeld – dat vindt iedereen.” Of, zoals Jona het zegt: „Met zes ouders heb je een vergaderzaal nodig voor de vraag naar welke school ik zou moeten gaan.”

O, gaaf

Jona ging een keer op reis met zijn twee vaders. Bij de marechaussee werden ze uitvoerig ondervraagd. „Maar mijn moeder had formulieren ingevuld die mijn vaders mee hadden en ze vonden het verder niet erg. Het ís ook goed dat ze zo streng controleren om ontvoeringen te voorkomen.”

Is Jona nooit gepest met zijn ongebruikelijke gezin? „Nee, de meeste kinderen reageren van: ‘o, gaaf’. Ze vragen ook wel ‘hoe dat dan zit precies’. Ik ben blij dat al mijn ouders niet stereotype gay zijn, maar dat betekent niet dat ze niet trots zijn op hun gay-heid. Ze zullen alleen niet in een roze fluorescerende mankini op foute muziek op een boot staan dansen bij de Gay Pride. En ik ben zelf hartstikke hetero, dus het is niet erfelijk”, zegt Jona met een brede lach.

Jona is er voorstander van dat alle vier zijn ouders gelijke rechten krijgen. „Het is gewoon pijnlijk dat je geen rechten hebt over een kind van wie je houdt.” Maar hij zou er niet voor naar het Malieveld gaan. „Het geldt toch alleen als het vóór de conceptie wordt geregeld? Dat is voor ons dus te laat.”