Meisjes houden van roze

Stop onze kinderen niet in hokjes

illustraties cyprian koscielniak

Robbert Dijkgraaf heeft gelijk. (Al die nadruk op genialiteit jaagt vrouwen weg, 23/9) Van jongs af aan worden kinderen in hokjes gestopt. Je bent een jongen, dus hou je van blauw, auto’s en wilde spelletjes en ben je stoer, druk en sterk. Of je bent een meisje, dan hou je dus van roze, barbies en prinsessen en ben je lief, rustig en bescheiden.

Ongetwijfeld zijn hokjes handig om de wereld te ordenen, maar dat voordeel weegt niet op tegen de nadelen. Hokjes werken voornamelijk vooroordelen in de hand, en daar heb je je hele leven last van.

Ik noem er een paar. De uitspraak „Je rent of gooit als een meisje” is niet bepaald een compliment.

De opvatting dat „meisjes nu eenmaal niet goed zijn in wiskunde” kan ervoor zorgen dat meisjes op voorhand een ander vakkenpakket kiezen, ook als dat helemaal niet nodig is. En zijn deze meisjes ouder, hebben ze hun school afgerond, een goede vervolgopleiding genoten en zodoende een prima cv opgebouwd, dan worden ze vaak lager ingeschat dan mannen met eenzelfde cv.

Een andere opvatting luidt ‘vrouwen horen geen leider te zijn, want ze zijn te lief’. Krijgt een vrouw wel een leidinggevende positie, dan wordt ze een kenau bevonden.

Zelfs de overheid doet vrolijk mee aan de vooroordelen, getuige de SIRE-campagne om jongens stoer en wild te laten zijn. Met een onverwoestbare broek voor al die stoere jongens.

En mijn stoere meid? Die kan ook wel zo’n onverwoestbare broek gebruiken!

Daarom: stop onze kinderen niet in hokjes.