Column

Ken uw kannibaal

Met de Superprestigecross in Gieten neemt het Europese veldritseizoen zijn echte start. De twee wereldbekerwedstrijden in de VS waren folklore, zij het dat Mathieu van der Poel de tegenstand degradeerde tot sukkels. Zelfs wereldkampioen Wout Van Aert werd op minuten gereden. Het heeft er alle schijn van dat Van der Poel in het nieuwe seizoen quasi onklopbaar is.

In Nederland wordt veldrijden gerekend tot de categorie exotische sporten, naast curling en korfbal. Kindergeluk van wat door de modder te mogen ploeteren en te tuimelen in rul zand, zoiets. Dat in tegenstelling tot mountainbike veldrijden geen olympische status heeft, speelt ook mee. De vernietigende suprematie van Mathieu van der Poel wordt achter in de krant in kleine lettertjes genoteerd. Jammer en onrechtvaardig. Deze superieure atleet verdient af en toe de kop van de krant. Hij is de nieuwe kannibaal van de cross.

Toch begrijp ik de scepsis. Veldrijden is ultraregionaal geworden. In de vorige eeuw had je nog een internationaal deelnemersveld met Duitsers, Zwitsers en Italianen, vandaag monopoliseren Vlaamse crossers en anderhalve Nederlander de wintersport. Naast Van der Poel is er nog Lars van der Haar die al jaren dik in de prijzen rijdt. De rest fietst voor een vehikel en een trui. De Nederlandse vrouwen zijn ook in deze discipline wél van wereldniveau. Marianne Vos heeft in het veldrijden alles gewonnen.

Maar het is waar, vooral Vlamingen zijn vleesgeworden ploeteraars, fiets op, fiets af. Het publiek dat met duizenden toestroomt in velden en weiden lijkt wel een sekte. De hevigheid waarmee de favoriete crosser wordt aangemoedigd overschrijdt grenzen. Tegenstanders worden met flesjes bier en urine overgoten, moeten uitkijken voor een elleboogstoot en riskeren de ruigste hoon over zichzelf, vrouw en kinderen. Een motorcrosspubliek is aristocratie vergeleken met de heethoofden van het veldrijden.

Maar het fietsen zelf is topsport. Veldrijders gaan een uur in het rood, dat krijgen wielrenners van de weg niet voor elkaar. Macht en acrobatie zijn de kruiden van bijna lijf aan lijf gevechten. De souplesse van de crossers grenst aan die van gymnasten. Veldrijden is een wrede sport, vooral bij hondenweer of vrieskou. Spektakel verzekerd in klimmen en dalen, in bochtenwerk en springen, in vallen en opstaan.

In Vlaanderen is het ook nog televisiesport. Met honderdduizenden volgen ze cross vanuit de huiskamer. Waar evenveel hitsigheid ontstaat rond de favoriet. Veldrijden is misschien wel de meest persoonsgebonden sport van de hele zondag. Tussen Nederlanders en Belgen wordt sinds jaar en dag een epische strijd geleverd. Eerst tussen Hennie Stamsnijder en Roland Liboton, later tussen Sven Nys en Richard Groenendaal, nu tussen Wout Van Aert en Mathieu van der Poel. De oude Holland-België is springlevend in het veld.

Mathieu van der Poel op de fiets is een combinatie van kunst en kannibalisme. Als een reiger hangt hij over het frame, als loper benadert hij de schoonheid van een hinde en in het nemen van obstakels ontvouwt hij een souplesse die je in het normale leven niet tegenkomt. Het is doodjammer om niet te zeggen schandelijk dat Van der Poel in Nederland niet de adoratie krijgt die hij verdient. De ontluikende legende wordt niet herkend in Amsterdam. Intussen zijn alle Vlaamse boeren- en notarisdochters dodelijk verliefd op Mathieu.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.