Opinie

Je hoeft je ziel en zaligheid niet mee te slepen naar kantoor

In een tijd waarin een ‘verkoper’ een ‘sales ambassador’ heet, is gewoon je werk doen en je niet laten opjagen richting burn-out misschien wel de grootste vorm van rebellie, schrijft

Illustratie iStock. Bewerking Fotodienst NRC

‘Join our store creatives”. Het staat er echt. Op een grote banner, midden in een Amsterdams filiaal van een kledingmultinational. Ze zijn er op zoek naar wat vroeger een verkoper heette, maar nu ‘sales ambassador’. En die moet ‘self-motivating’ zijn, met een ‘passion for retail industry’. Een andere grote modezaak zoekt ‘teamplayers vol ambitie en positiviteit’; een fastfoodketen wil graag ‘inventieve uitblinkers die toe zijn aan een nieuwe uitdaging’.

Een rondje langs de usual suspects in de branches voor goedkoop eten en dito kleding leert dat niemand meer plek heeft voor mensen met een negen-tot-vijf-mentaliteit. Elke werkgever is even toegewijd aan ‘nurturing your talents’ en ‘supporting your career goals’. En zo worden nu ook kandidaten voor de lulligste baantjes toegesproken alsof ze de ceo’s van hun eigen leven zijn.

Het is een taaltje waarvan zelfstandigen en flexwerkers al langer doordrongen zijn. ‘Bv-iks’ zijn het, die – om een beetje concurrerend te blijven – hun unieke talenten goed in de markt dienen te positioneren. „Je moet leren je sociale en emotionele kapitaal om te zetten in een geldkraantje”, vertelde de schrijfster van het boek Ga hosselen: geld verdienen door ondernemend te leven in een interview in NRC. „Het is een manier van leven. Je bént de onderneming.”

De mens als vleesgeworden bedrijf, entrepreneur de soi-même – voor wie werk van de Franse filosoof Michel Foucault gelezen heeft, zal het een feest der herkenning zijn. Hij beschreef eind jaren ’70 de opkomst van een menstype voor wie elk aspect van het leven geëconomiseerd is, elke eigenschap een asset. Economie, constateerde hij, is een wetenschap geworden die inzoomt op de minutieuze psychologische wissewasjes van de werkende mens, op het optimaliseren van menselijk kapitaal.

Tombola van marktwerking en menselijk kapitaal eist z’n tol

Veertig jaar later heeft die diagnose niet aan relevantie ingeboet. We leven in een tijd waarin we druk zijn met het optimaal uitlijnen van persoonlijke doelen en economisch resultaat.

Opleidingen met klinkende Engelse namen als human resource management en behavioral economics behoren tot ’s lands populairste studies. Nederlanders kunnen een beroep doen op 40.000 coaches, die hen helpen met het verwezenlijken van hun potentieel. En intussen maakt de ‘deeleconomie’ het ons mogelijk om als parttime hotelier of fietskoerier onze onderbenutte capaciteit te gelde te maken.

Al die bedrijvigheid levert mooie CBS-cijfers op: de koopkracht steeg afgelopen jaar met bijna drie procent, de economie groeide met twee. Nederland was in 2016 de meest concurrerende economie van Europa, stond op nummer vier wereldwijd.

Oikonomia is het Griekse woord waar ons ‘economie’ van afgeleid is. ‘Oikos’ betekent ‘huis’, ‘nomos’ ‘wet’ of ‘regelmaat’. Huishoudkunde dus. Een middel om bij te houden of je niet meer boodschappen doet dan je kunt betalen. De boel is nu omgekeerd: mensen zijn het middel geworden. Iedereen dient als tot grondstof voor de mondiale economie.

Die tombola van marktwerking en menselijk kapitaal eist z’n tol. Collateral damage van de volle koelkasten en het gerealiseerde potentieel toont zich in de vorm van burn-outs, stress en allerhande psychische kwalen. Dat treft ongeveer één op de zeven werkende mensen in Nederland. Terecht dat NRC er vorige week een serie verhalen aan wijdde.

In haar essaybundel De herontdekking van het lichaam onderzoekt Bregje Hofstede de onderliggende verklaring voor haar burn-out, de ziekte van haar tijd. Zij stortte op haar 25ste in op een bankje in het park, na twee universitaire studies en een succesvolle debuutroman. De burn-out is volgens Hofstede een maatschappelijke probleem, dat met individuele oplossingen wordt bestreden: yoga en veel groente eten. Maar: „Die zogenaamd gezonde rituelen zijn bedoeld om het lichaam nog beter toegerust in dienst te stellen van het hoofd”, zei ze in een interview in NRC. Lezers van diezelfde NRC zijn het met haar eens, zo bleek vorige week uit de bijna 500 reacties op de vraag hoe we de burn-outepidemie moeten bestrijden. ‘Weg met de prestatiemaatschappij’, was daarin de gemene deler. Zinvol werk en interne motivatie voor iedereen.

There is no evil system.” Het zijn de woorden van Don Draper, de gevierde New Yorkse reclameman uit de serie Mad Men. Aflevering acht, hij is net uitgefoeterd door een hippie, die hem toebeet dat híj als reclamemaker de Grote Leugen fabriceert, hebzucht creëert. „Sorry dat ik je dit moet vertellen, man”, antwoordt Don Draper. „Er is geen grote leugen. Geen ‘wicked us’, geen ‘innocent them’.”

En inderdaad, de neoliberale economie afdoen als kwaadaardig systeem is wel weer erg kort door de bocht. Een paardenmiddel tegen honger is het, verdomde handig en efficiënt in het bij elkaar brengen van vraag en aanbod.

Braaf draaien we daarom mee in een systeem dat ons de grootste welvaart in de geschiedenis van de planeet heeft gegeven. Maar om je werk goed te doen hoef je niet je ziel en zaligheid je kantoor of co-workingspace mee in te slepen. Zelfontplooiing op de werkvloer werkt averechts zodra je niet elke dag het gevoel hebt dat je weer een stukje van je menselijke kapitaal ontgonnen hebt.

In een tijd waarin zelfs winkelpersoneel wordt aangesproken als succesproject is gewoon je werk doen misschien wel de grootste vorm van rebellie.

Schreeuw dat carrièretaaltje terug in z’n hok, zou ik zeggen. Geef het de plaats in je leven die het toekomt, en niet meer. Niks mis met een negen-tot-vijf-mentaliteit. Maar verspil je tijd niet met zinloos moddergooien naar ‘de economie’ of ‘het systeem’.

Dat is het verbaal afkopen van werkelijke bezinning. Omarm de markt. Maar laat de markt jou niet in al je emotionele hebben en houden omarmen. Als huishoudkunde is de economie precies goed.