De dromen van een volk zonder staat

Koerdische Onafhankelijkheid

Het referendum deze week in Irak lijkt een eerste stap naar een Koerdische staat. Irak, Turkije en Iran zijn echter fel tegen.

Koerdische vrouwen in de Syrische stad Qamishli gaven op 25 september blijk van hun steun aan de Koerden in Irak. Foto Delil Souleiman / AFP

De Iraakse Koerden hebben zich deze week massaal uitgesproken voor onafhankelijkheid van Irak. Een historisch moment, zeggen Iraakse Koerden. Of het echt zover komt is hoogst onzeker. Niet alleen Irak, ook de buurlanden Turkije, Iran en Syrië willen dit uit alle macht voorkomen uit angst dat de grote Koerdische minderheden in hun landen hetzelfde zullen eisen.

Vier vragen over ‘de Koerdische kwestie’, die al een eeuw speelt. Oplossing ervan kan er toe leiden dat de grenzen in het toch al zo roerige Midden-Oosten ingrijpend worden hertekend. Maar het kan ook uitmonden in veel bloedvergieten.

  1. Waarom hebben de Koerden nog geen eigen staat?

    Dit lijkt inderdaad merkwaardig. De Koerden worden wel het grootste volk ter wereld zonder eigen staat genoemd. Alles bijeen omvatten de Koerden zo’n 30 tot 35 miljoen mensen. Ruim de helft woont in Turkije, waar ze een vijfde tot een kwart van de bevolking uitmaken. In Irak wonen ongeveer vijf miljoen Koerden, in Iran iets meer. In Syrië zijn het er ruim een miljoen en dan leven er ook nogal wat in Armenië. In de diaspora zitten er nog eens een paar miljoen.

    Hun grote kans op een eigen staat kregen de Koerden kort na de Eerste Wereldoorlog, toen het Ottomaanse rijk waar ze toe hadden behoord uit elkaar viel. Het idee van zelfbeschikkingsrecht van de volkeren vierde toen bovendien hoogtij. Het verdrag van Sèvres van 1920 over de nieuwe ordening in het Midden-Oosten liet de mogelijkheid van een Koerdische staat open. Vooral door het militaire ingrijpen van de nieuwe Turkse leider Atatürk kwam dat er niet en werd Koerdistan meteen weer van de kaart geveegd. Zo belandden de Koerden onder Turks, Iraaks, Iraans of Syrisch gezag. Daaronder zijn ze tot vandaag gebleven, al genieten de Iraakse en Syrische Koerden nu autonomie.

  2. Vormen de Koerden eigenlijk wel een natie?

    „Als je het hun zelf zou vragen, zou elke Koerd ‘ja’ zeggen”, zegt de Nederlandse Koerdenkenner en hoogleraar emeritus Martin van Bruinessen, die erop wijst dat de meeste Koerden gematigde sunnitische moslims zijn. „Ik denk ook dat ze ondanks hun grote verschillen naar elkaar zijn toegegroeid.” Lang waren Koerden zich niet bewust van de lotgevallen van Koerden buiten hun eigen land. Maar mede door de opkomst van satelliettelevisie, waardoor Turkse Koerden bij voorbeeld vernamen over een gifgasaanval van Saddam Hussein op de Iraakse Koerden, is dat geheel veranderd. Van Bruinessen: „Dat is van enorme invloed geweest. Zo hoorden ze dat mensen uit een ander land ook Koerdisch spraken.”

    Anderen, met name in Turkije, ontkennen stellig dat er een Koerdische identiteit bestaat, laat staan een natie. Atatürk sprak van Bergturken. Lange tijd mochten de Turkse Koerden niet eens in hun eigen taal spreken of schrijven. De tegenstanders van een Koerdische staat wijzen er bovendien op dat er geen gezamenlijke Koerdische instituties of partijen bestaan. Turkse Koerden benutten bovendien het Latijnse schrift, veel Iraakse en Syrische Koerden het Arabische en Iraanse Koerden het Perzische. Veel Koerden kunnen elkaar zelfs niet verstaan, omdat ze verschillende dialecten spreken. „Maar ik kan ook niet elk Limburgs dialect verstaan”, zegt Van Bruinessen.

    Ook de Britse Koerdenspecialist Gareth Stansfield constateert een herleving van het Koerdische nationalisme, van een politieke bewustwording, zelfs bij Koerden in de diaspora. „De verbondenheid met het eigen land Koerdistan is sterker dan ooit, juist bij jongeren.” Hij schrijft dat mede toe aan de gebeurtenissen in het Midden-Oosten. Na 1991 werd de Iraakse leider Saddam Hussein, die had geprobeerd Koeweit te veroveren, door de internationale gemeenschap min of meer onder curatele geplaatst. De Koerden werden feitelijk autonoom. Na de val van Saddam Hussein in 2003 konden ze nog meer hun gang gaan.

  3. Streven andere Koerden ook naar onafhankelijkheid?

    De Koerdische Arbeiderspartij PKK in Turkije was aanvankelijk voor een staat voor alle Koerden maar neigde later meer naar zoveel mogelijk autonomie op lokaal niveau, niet per se naar onafhankelijkheid van Turkije. Van Bruinessen: „De Iraakse Koerden zijn veel meer op territorium gericht en gunnen niet-Koerden slechts een ondergeschikte plaats. Voor de PKK is het territorium niet zo bepalend, ook omdat veel Koerden buiten de Koerdische gebieden leven.”

    Turkije peinst er intussen niet over de Koerden autonomie te geven. Sinds 2015 woedt er weer een ware burgeroorlog in het zuidoosten tussen het leger en de PKK.

    In Syrië genieten de Koerden door de oorlog daar nu feitelijk autonomie. Of die beklijft, is de vraag. President Assad zou heel goed kunnen proberen het gebied opnieuw aan zijn gezag te onderwerpen.

    De circa acht miljoen Iraanse Koerden zijn, na een hard neergeslagen opstand in de jaren ’80, voorzichtiger geworden. Maar ook zij zouden graag meer autonomie krijgen.

  4. Is onafhankelijkheid van Iraaks Koerdistan inderdaad reden tot zorg voor de buurstaten?

    Een onafhankelijk Iraaks Koerdistan zou heel goed de nekslag kunnen zijn voor een overkoepelende Koerdische staat. „Als de Iraakse Koerden krijgen wat ze willen”, zegt Stansfield, „zullen ze ogenblikkelijk vrede willen sluiten met Ankara en Teheran. Anders zou zo’n klein staatje het nooit overleven. Het laatste wat ze zullen doen is de banden aanhalen met de PKK of andere Koerden in de buurlanden.”

    Hoewel sommige Turkse Koerden hierom tegen het referendum waren, zijn volgens Van Bruinessen de meeste Turkse Koerden die hij kent juist blij. „Ze vinden dat er een signaal van uit gaat naar de wereld dat de Koerden een groot volk zijn dat recht heeft op een eigen staat.”