Column

De boom, de man, de hond

‘Mag ik uw aidie zien?” Pardon? „Wilt u zich alstublieft identificeren?” Je moet weten dat ik midden op een reusachtig grasveld stond waar verder niemand was. Vroeg in de ochtend, dan heb je dat. Ik plaste niet wild en maakte niks stuk – ik deed leunend tegen een boom alleen wat rekoefeningen. Opdracht van mijn fysio. Naast mij zat mijn hond in het gras. Daar ging het om. De hond was niet aangelijnd.

Ik ken het gebod, maar midden op een lege weide ter grootte van een voetbalveld leek dat mij geen kwaad te kunnen.

Verschanst in een tuindersauto waren ze aan komen rijden, de handhavers; glijden is misschien een beter woord. En kennelijk hadden ze met haviksogen gezien dat zich in het korte stukje tussen mij en de hond geen lijn bevond. Knap van ze – of hadden ze een verrekijker bij zich?

Zachtjes maar gedecideerd waren ze mij in hun handhavingspakken genaderd.

„Meneer, uw hond is niet aangelijnd.”

Ik legde het even uit. Spieroefeningen, oude hond met heupdysplasie die nergens heen gaat.

„Niks mee te maken, hier staat een boete op.”

Je moet ook weten dat het een schitterende morgen was. Het stadspark rekte zich in vrede nog eens uit. Dauw lag als doorzichtige poeder op het gras, een clan halsbandparkieten scheerde langs de bomen en roestige eikenbladeren hingen als op een tekening zo stil aan hun takken. Boven dit alles hield de zon zich half verborgen achter een sluier, terughoudend, bescheiden bijna, wat van de handhavers niet kon worden gezegd.

Ik kreeg een college over parkbezoekers en de last die zij ondervinden van loslopende honden. Dat verhaal ken ik, als enthousiaste jogger vrees ik die ellendige wildblaffers net als ieder ander. Tijdens het college bezag ik de handboeien van de twee mannen die wellicht vandaag nog veel moesten scoren. Vervolgens wees ik naar mijn hond die almaar keurig stil bij ons bleef, maar goed, en toen kwam dus nogal intimiderend die vraag naar mijn aidie.

Een elektrisch apparaatje kwam tevoorschijn, alles werd genoteerd en online doorgesluisd.

Elders in Amsterdam delen handhavers boetes uit aan types die zwartrijden of metropoortjes opentrappen, aan foute taxichauffeurs, aan vandalen en weerbarstige rotzooimakers. Het zal nodig zijn. Volgens de Opperhandhaver in Het Parool van afgelopen zaterdag is zijn personeel zelfs toe aan meer bevoegdheden, zoals gebruik van pepperspray en wapenstok. Die wens heeft de gemeenteraad inmiddels geblokkeerd, maar de toon is gezet: ook in een park waar werkelijk niets aan de hand is, word je voor je het weet omringd door handboeien.

Ook nadat de laatste snipper van mijn situatie was opgezogen door het elektrisch apparaatje zagen de handhavers het kolderieke van hun negentig euro boete niet in. De boom en de man in het lege veld, de hond braaf in het ochtendgras en dan die handhavers met hun verzoek om identificatie. Ik nam afscheid en dacht: net een tekening van Peter van Straaten.

Auke Kok is schrijver en journalist.