Alles is een Van Gogh

Wetenschap kan het bijzondere alledaags maken. Want we raken gewend aan de wonderen. We weten nu al zóveel van de cel, en van de rare planeet Saturnus. Onopgeloste vragen blijven, en toch: dankzij de wetenschap hebben we een redelijk helder beeld van onzichtbaar kleine orgaantjes in de 40.000 miljard (!) cellen van ons lichaam. Wat 20 of 100 jaar geleden nog revolutionaire kennis was, is nu normaal. We zijn er aan gewend. Dankzij de Cassini-sonde is de grote gasplaneet met de ringen inmiddels ook bijna een oude bekende geworden. Bijna.

Maar het kan ook andersom: dat door wetenschap juist het alledaagse bijzonder wordt. De meeslepende Brits-Spaanse botanicus Carlos Magdalena – die we best de ‘Freek Vonk van de planten’ mogen noemen – kan ons in zijn enthousiasme helemaal opnieuw laten kijken naar alles met bladgroen. In het interview dat Gemma Venhuizen met hem in zijn Londense kas heeft, zie verderop in deze bijlage, wordt dat haarscherp duidelijk als ze terloops opmerkt: „Niet alle planten hebben toch Van Gogh-allure? Deze hier oogt vrij gewoontjes..”’.

Paf!, veert Magdalena op. „Mimosa pudica! Kruidje-roer-me-niet. Heel vernuftig. De bladeren rollen op bij aanraking of duisternis. En de wortels binden stikstof. De bloemen zijn roze pluizenbollen die slechts een dag bloeien – nog korter dan die van Victoria amazonica dus. Maar in die ene dag zijn er wel allerlei vlinders die profiteren van de nectar....” Enzovoorts! Een fascinerende mitraillette van feitjes met context. En hoe zit dat met die vlinders?

Naast alle nut dat wetenschap heeft – ongetwijfeld óók de kennis van de ‘zedige actrice’ Mimosa pudica – zien we hier een nog veel breder belang van wetenschap. Het geeft onze omgeving nieuwe betekenis. Een beetje zoals de dichter K. Schippers beschreef in zijn korte gedicht ‘Bij Loosdrecht’: Als dit Ierland was / zou ik beter kijken.

In de wetenschap is Ierland overal, alles is Van Gogh.