Zo ziet de doopvontschelp er van binnen uit

Hoe dichter je bij de polen komt, hoe kleiner het kalkskelet van slakken en schaaldieren wordt.

Sue-Ann Watson

Je gaat van de evenaar richting de polen. Wat valt dan op aan de schelp van in zee levende slakken en tweekleppigen, zoals de doopvontschelp op de foto hierboven (de schelp staat open, je kijkt tegen de binnenmantel aan)? Het aandeel van dat uitwendig skelet op het totale lichaamsgewicht daalt. Een veelgehoorde verklaring voor dit patroon, dat biologen al een halve eeuw kennen, is dat het steeds meer energie kost om een kalkskelet aan te leggen naarmate je op hogere breedtegraden terecht komt. Maar het valt heel erg mee met die kosten, concluderen nu Australische en Britse biologen (Science Advances, 20 september). Bij slakken was het minder dan 10 procent van het totale energiebudget, bij tweekleppigen minder dan 4 procent. Ook vonden ze geen duidelijk geografisch patroon in die energiekosten. De biologen opperen een andere hypothese: dichter bij de evenaar zijn er steeds meer schelpkrakende jagers.