Column

Waarom Rutte III een slag om het bedreigde politieke midden inluidt

Deze week: de affaires met Hennis en Berckmoes als bijzaakjes bij een veel groter gevaar. Ofwel: hoe Rutte III een strijd inluidt over het voortbestaan van het politieke midden.

Het was zo’n week waarin je dacht: benieuwd hoe de oppositie er later zelf op terugkijkt. Natuurlijk – het was óók de week van de VVD’ers Berckmoes (mislukt Kamerlid) en Hennis (minister van Defensie). Berckmoes schreef een babbelboek. Hennis kreeg een ontluisterend rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid op haar bord.

Als Defensie internationale ambities heeft maar niet het materieel en de mentaliteit om haar militairen basale bescherming te bieden, met noodlottig gevolg, is dat bij uitstek een moment om, zoals dat heet, ‘verantwoordelijkheid te nemen’.

Dus ik weet niet hoe het Kamerdebat volgende week afloopt, ik vermoed niet goed, maar je mag hopen dat Hennis zelf de staatsrechtelijk enig zuivere conclusie trekt.

Niet dat haar problemen het voornaamste moment van de afgelopen week waren.

Wie een voorbode wilde krijgen van de komende jaren, als Rutte III eenmaal operationeel is, moest de debatten, in Tweede én Eerste Kamer, over het eigen risico volgen.

De nieuwe coalitie werd in beide Kamers over de volle breedte onder vuur genomen wegens het inderhaast geïntroduceerde flodderplannetje om dat eigen risico alsnog te bevriezen.

Een aankondiging van wat Rutte III te wachten staat: keiharde oppositie van weerskanten, van uiterst links tot en met uiterst rechts.

Dus onder het nieuwe kabinet, en dit is geen detail, draait het uiteindelijk om de vraag of het centrum van de Nederlandse politiek de aanstaande stormen zal weten te doorstaan.

Intussen is Rutte IIII – de meeste onderhandelaars zijn dodelijk vermoeid – begonnen aan het via de media testen van gemaakte afspraken. Grappig is dat. Politici die de laatste maanden onder geen beding wilden dat er werd gelekt, willen nu dat er gelekt wordt.

Vanaf woensdag verschenen her en der berichten. Over belastingherziening die middeninkomens verlicht en vergroening faciliteert (NOS). Verplichte schooluitjes naar het Rijksmuseum als progressieve compensatie voor de door Buma bedongen volksliedopvoeding (Telegraaf). Zestien nieuwe ministers in de verdeling zes-vier-vier-twee – en negen staatssecretarissen (AD). Investeren in wegen, meer 130 kilometerstroken, meer stoptreinen, auto’s milieuvriendelijk in 2030 (Telegraaf).

Alle reden om meer te verwachten, de komende dagen.

De grote lijn: elke partij heeft per beleidsgebied wel een puntje binnengehaald. Eerder had ik het op deze plek over een coalitie van Staphorst en Snapchat, en op veel terreinen lijkt er inderdaad een soort beleidsmix te komen die daarbij past.

Maar coalities die een motto zoeken kiezen altijd voor de meest belegen variant.

Dus deze week zei ik pesterig tegen een betrokkene: ik nomineer Middenwegen als opvolger van Bruggen slaan (2012), waarop de betrokkene schertste: doe dan maar Motorblok-Plus.

Ongetwijfeld gaan we nog veel praten over de identiteitspolitieke paragraaf van het regeerakkoord. Het is net als met (nationale) identiteit tijdens de campagne: prima gespreksthema, maar in het beleid kun je er weinig mee.

Zelf zou ik niet weten wat erop tegen is als schoolkinderen de Nachtwacht bezoeken of het Wilhelmus moeten stampen, maar verwachtingen zou ik daar niet van hebben. Robin Linschoten heeft vroeger op school vast ook geleerd dat je altijd netjes belasting moet betalen.

En ik mag hopen dat het regeerakkoord op dit punt méér behelst dan alleen gejubel over de nationale identiteit. De nieuwe coalitiepartijen CDA en CU hebben een rijke traditie in cultuurkritiek, en daar is best aanleiding voor.

Ik noem maar iets: de onderzoeken naar de Russische inmenging in de Amerikaanse verkiezingen brengen de laatste weken werkelijk schokkende feiten aan het licht over de rol van Facebook in het moderne leven.

We hebben nu gehad: onthullingen dat Russen op Facebook als verhitte moslims poseren om verdeeldheid te zaaien; dat Russen met Black Lives Matter op Facebook adverteren om witte Amerikanen schrik aan te jagen; dat Facebook zelfs bereid is de persoonsgegevens van antisemieten door te verkopen aan groepen of bedrijven die adverteren met nazi-attributen.

En let wel: Facebook is niet alleen het grootste sociale netwerk ter wereld, het domineert óók de Nederlandse markt: bijna 10 miljoen landgenoten hebben een aansluiting, bijna 7 miljoen gebruiken het dagelijks.

Dus wij kunnen op voorspraak van Rutte III onze nationale identiteit gaan toejuichen, in de klas en het Rijksmuseum, maar de onthullingen in de VS laten zien dat we, midden in onze maatschappij, een als sociaal netwerk verpakte grootverdiener aan het werk hebben die voor dat doel graag bereid is onze identiteit naar de knoppen te helpen.

Anders gezegd: we laten zoveel vrijheden toe dat we ook media en mechanismen importeren die ons onderlinge wantrouwen bevorderen en de maatschappelijke samenhang vernielen: de bejubeling van de nationale identiteit is dan, sorry dat ik het zeg, misschien een wat oppervlakkige benadering van het maatschappelijk ongenoegen.

Dichterbij huis hadden we deze week dus die discussie over het eigen risico in de zorgverzekering.

De bevolking is daar overwegend tegen, maar ook dat is een nogal oppervlakkige vaststelling: als je het eigen risico afschaft stijgt de premie.

Dus toen op Prinsjesdag bleek dat het eigen risico in 2018 omhoog ging, leidde dat vorige week tot het plan van de nieuwe coalitie om die stijging van vijftien euro via een noodprocedure ongedaan te maken – waarna de premie met gemiddeld een tientje bleek toe te nemen.

De Tweede en Eerste Kamer vergaderden er dinsdag over, en daar bleek dat alle negen oppositiepartijen – 74 van de 150 Kamerleden – tegen dit plan waren. Een deel van de oppositie wilde het eigen risico verlagen of afschaffen. Een deel wilde ook geen premieverhoging. Een ander deel eiste een afspraak voor de komende vier jaar.

Maar in feite gebeurde hier maar één ding: de voltallige oppositie wilde hoe dan ook tegen Rutte III zijn.

Want iedereen die de korte geschiedenis van het eigen risico in de zorgverzekering kent, weet dat bijna alle partijen er hun handen aan vuil hebben gemaakt.

Het eigen risico werd geïntroduceerd in 2008 onder Balkenende IV, waarin CDA, PvdA en CU samenwerkten. Het werd vervolgens verhoogd onder Rutte I, waarin VVD en CDA regeerden met steun van de PVV. Kort na de val van Rutte I werd het verder verhoogd tijdens het Lenteakkoord van VVD, CDA, D66, GroenLinks en CU. Deze verhoging werd door de PvdA geaccepteerd in Rutte II.

Kortom: behalve de SP hebben alle partijen van enige omvang de afgelopen tien jaar verhoging van het eigen risico gesteund.

Om dan nu met de voltallige oppositie tegen een stabilisatie te stemmen, toonde aan wat deze partijen voor ogen staat: zij zoeken de electorale veiligheid van de flanken – en het politieke centrum kan een dikke vinger krijgen.

Dus de grote vraag voor de komende jaren is of deze generatie partijleiders de kracht weet te vinden, en de verleiding kan weerstaan, om niet volledig te vervallen tot de intellectuele armoede van de flankpolitiek, waardoor het toch al fragiele politieke centrum bezwijkt, en de Nederlandse politiek in tweeën breekt.

Ofwel: kunnen partijen méér zijn dan alleen extremen die enkel voortbestaan omdat ze zo vaardig tegenover elkaar kunnen staan?

Zo bezien is, na deze week, het belang van Rutte III veel groter dan het belang van een willekeurig kabinet. Hier staat ook de houdbaarheid van ons stelsel op het spel, alsmede het lot van een eeuwenoude traditie.

En misschien wil Nederland die verandering wel. Maar laten we dan eerst aan iedereen vertellen dat dit de échte discussie is die we de komende periode voeren.