Waarom Chinezen heet water drinken en je niet omhelzen

Terwijl het moderne China steeds dominanter oprukt, weet het oude China van traditionele gebruiken en bijgeloof nog hardnekkig stand te houden.

Tempel van de Hemel in Bejing. Foto Robin Utrecht / ANP

Terwijl de zomerse hitte niet te harden was, mocht een pas bevallen vrouw in Shangdong Zibo van haar familie niet de airconditioning aanzetten, noch het raam open doen. Sterker nog, ze moest met warme kleren onder de dekens blijven liggen. De jonge vrouw overleed afgelopen juli uiteindelijk aan oververhitting. De voor een moderne kraamverzorgster absurd aandoende regels worden in China ‘zuo yuezi’ genoemd.

Het is een traditioneel gebruik dat voorschrijft dat de net bevallen moeder een maand lang warm moet blijven, niet mag douchen, geen bezoek mag ontvangen, niet mag lezen of tv kijken en dus zeker niet mag internetten. Het bijgeloof is dat dit moet voorkomen dat de moeder na een bevalling veelvoorkomende ziekten oploopt.

Ondanks moderne wetenschappelijke inzichten dat dit onzin is, blijft het gebruik in China in zwang, zelfs onder hoogopgeleide Chinese vrouwen, zo schrijft het online magazine Sixth Tone. In een vierdelige serie beschrijft Sixth Tone de botsing tussen het oude China met het moderne China. Zo komt de rol van religie aan bod, het uitzitten van de zuo yuezi, de obsessie met het drinken van heet water en het gebrek aan fysiek contact en lichamelijke affectie tussen Chinezen.

Gebrek aan lichamelijk contact

Met name dat laatste is niet langer vol te houden, vindt Yang Chunmei, hoogleraar Chinese geschiedenis en filosofie, omdat het een groot gemis is. Volgens de Chinese etiquette word je tijdens ontmoetingen geacht afstand van mensen te houden, zeker als je van het andere geslacht bent. Zelf duurde het bijna tot haar dertigste eer Yang haar toen tachtigjarige moeder durfde te omhelzen. Hoe het zou voelen om haar vaders hand vast te houden, zal ze nooit meer weten:

‘Toen hij dertig jaar geleden op sterven lag en ik voor hem stond, zelfs toen kon ik de moed niet opbrengen om zijn hand vast te pakken. Ik was toen 22 jaar. Hoe het gevoeld moet hebben om mijn vaders grote handen om de mijne te hebben, dat is iets wat ik me moeilijker kan voorstellen dan het bestaan van God.”

Lees de serie deel één, twee, drie en vier