Cultuur

Interview

Interview

Foto's Frank Ruiter

Vogelredder Ben Koks: ‘De boel gaat naar de gallemiezen.’

Lunchinterview Ben Koks redde de grauwe kiekendief. Maar, zegt Koks, de vogels verliezen het van de economie.

We gaan naar De Koeienhemel, in Schagen. Volgens de moeder van Ben Koks moet dat een aardig etablissement zijn, en op maandagmiddag vast en zeker open. Ben Koks (54) logeert bij zijn moeder in Hoogwoud, een dorpje even verderop in de kop van Noord-Holland. Hij is overgekomen uit Frankrijk, waar hij tegenwoordig woont, om de Heimans en Thijsseprijs in ontvangst te nemen. Een belangrijke prijs, eens in de twee jaar uitgereikt aan iemand die zich ‘bijzonder verdienstelijk’ maakt voor de natuur. Ben Koks is vogelredder. Zonder hem was de grauwe kiekendief uit Nederland verdwenen.

Vanaf het station lopen we naar de Gedempte Gracht. Ben Koks met grote stappen op stevige bergschoenen. Hij is hier in jaren niet meer geweest. „In mijn jeugd was dit de grote stad.” Daar zat de boekwinkel – met prachtig mooie natuurboeken – en daar de logopedist. Hij stotterde, zegt hij. Pas toen hij ver in de twintig was, kwam hij ervan af. Hoe? Door heel snel over zijn handicap heen te praten. „De truc is om in je hoofd te doen alsof je een liedje zingt.” Ik been hem net bij tot aan het terras. Jas uit. Een glas karnemelk graag, en twee dikke sneden brood met twee kroketten, „want die hebben ze in Frankrijk niet”.

Hij wilde vroeger boer worden. En nee, dat lag niet voor de hand, want niemand in zijn familie had een boerenbedrijf. Zijn vader was timmerman in loondienst. „Zonder kapitaal is boer worden nagenoeg onmogelijk.” Maar hij wou het toch en ging naar de middelbare landbouwschool in Alkmaar. Stages bij bollenboeren en bij akkerbouwers in de buurt. Wat toen vooral zijn aandacht trok, waren de boerenlandvogels. De broedende paartjes in het gewas, de zangers in de akkerranden, de rovers boven de velden. Dat kwam door zijn oma, van moederskant. „Een lieve vrouw, ze leek op Juliana.” Zij gaf hem op z’n elfde verjaardag Zien is kennen, een zakdetermineerboek van alle in Nederland voorkomende vogels. „Dat was in juni. En met Sinterklaas vond ze dat ik ook een kijker nodig had.”

Zo goed als verdwenen

Vogelaar is hij altijd gebleven. Als student milieukunde in Groningen. Als boswachter op Terschelling en in Groningen. Als onderzoeker bij vereniging Sovon, die de Nederlandse vogelstand bewaakt. Op de dag dat hij zijn eerste nestje grauwe kiekendieven aantrof, op zijn verjaardag in 1990, is hij van vogelteller veranderd in vogelbeschermer, zegt hij. De grauwe kiekendief is een roofvogel, het vrouwtje is een centimeter of 45, het mannetje iets kleiner. In de jaren vijftig was het een veelvoorkomende broedvogel in Nederland, eind jaren tachtig was de soort zo goed als verdwenen. Te weinig lekker nat hooiland, duin- of veengebied om in te broeden.

Kiekendief (mannetje). Foto Wikipedia

De boerenakker was voor de kiekendief het „laatste stukje smeltende ijsschots”. Bij gebrek aan beter bouwde hij zijn nestje op de grond tussen de gewassen. Maar net als het vrouwtje in het voorjaar begon te broeden, denderden de landbouwmachines hen met eieren en al plat.

Ben Koks is zich verantwoordelijk gaan voelen voor de soort, zegt hij. Hij richtte de Werkgroep Grauwe Kiekendief op, met inmiddels 12 werknemers, onder wie promovendi, ecologen en ‘veldwerkers’. „Je moet denken als een vogel om hem te kunnen beschermen,” zegt hij. In de winter trekken ze naar Senegal, 5.200 kilometer vliegen vanaf Groningen. Eén tussenstop in Algerije en Marokko, en Ben Koks weet waarom daar. „Leeuweriken. Het stikt ervan, de hoogvlakten zijn ermee geplaveid.” In Europa eten kiekendieven veldmuizen, in Afrika sprinkhanen en onderweg leeuweriken.

Het lukte de werkgroep de nesten van de kiekendief te beschermen. Gaas rondom het nest – tegen kat en vos. Bamboestokken – tegen de boer op z’n machine. Ze stelden voor een meter of negen akkerrand in te zaaien met een mix van kruiden, grassen en granen. Nog een stap verder: het land een jaar braak laten liggen. Of: een veld inzaaien met het lievelingsgewas van vogels. „Moet je zien wat er dan gebeurt.” Dan komt de gele kwikstaart, de geelgors, de patrijs.

Raspende patrijzen

Een obstakel: de agrariër. Die moet er wel zin in hebben z’n plannen om te gooien voor een paar vogeltjes. Natuurbeschermers en boeren gaan slecht samen, zegt Ben Koks. Vooral als natuur de boer geld kost. Veel boeren, zegt hij, zijn zo los gezongen geraakt van de natuur dat ze zijn vergeten wat „goed boeren” is. „Maïs, tarwe, aardappelen. Dat is wat de akkerbouwer verbouwt. Bulkproducten, barstensvol bestrijdingsmiddelen en kunstmest. Geen lol meer aan en er valt geen droog brood mee te verdienen.”

Ben Koks weet dat een boer je pas vertrouwt als je eerst zeven katten voor hem uit de boom redt. Toch lukte het hem een paar honderd boeren te winnen voor wat ‘natuur-inclusieve landbouw’ is gaan heten. „Elke boer hoort graag raspende patrijzen in z’n akkerranden. En waarom zou je soja uit Brazilië halen om in je koeien te gooien, als je net zo goed je eigen veevoer kunt verbouwen?” Luzerne bijvoorbeeld, een klavergewas dat via de wortels stikstof opneemt en een natuurlijke bodemverbeteraar is. En laten vogels dat nou ook een lekker gewas vinden.

Velduil. Foto Wikipedia

Hij mag zich intussen ’s werelds grootste kiekendief-expert noemen. Maar om nou te zeggen dat het zijn favoriete vogel is… Zijn „absolute nummer één” is de velduil. „Die ogen.” Laatst is het hem voor het eerst gelukt er eentje te zenderen. „We weten nauwelijks iets van ze. Ze zijn mooi én mysterieus.”

De kiekendief is een pars pro toto geworden voor ‘landbouwbeleid met oog voor de natuur’. Veel maatregelen die Ben Koks heeft bedacht – de akkerranden, de wintervoedselvelden, de vogelakkers – zijn officieel beleid geworden. Beleid waarvoor 80 miljoen euro per jaar beschikbaar is. Plus nog de miljoenen die Ben Koks heeft los gepraat in Brussel, Den Haag en de provincies, en de donaties van het Wereldnatuurfonds en Vogelbescherming. Genoeg geld om vogels te redden.

Wie de natuur beschermen wil, moet ecologisch denken en niet economisch.

Missie geslaagd, zou je denken. Maar nee. Ergens is het mis gegaan en wel, zegt Ben Koks, toen de overheid tegen de pakweg veertig agrarische collectieven in Nederland zei: als jullie die tachtig miljoen euro nou eens zelf verdeelden. Dat is, zegt hij, de slager vragen zijn eigen varkens vet te mesten. Want dit is wat er gebeurt: een akkerrand levert een boer 2.700 euro per jaar per hectare op. „Schandalig veel geld. Dus wat zegt de boekhouder tegen de boer: doe dit jaar maar die natuurmaatregel, want dat levert je meer op dan aardappels.” Prima toch? „Nee. Geld is dan het motief en niet de vogel. Leg je die akkerrand aan waar het jou toevallig goed uitkomt, op een schaduwplek waar toch niks groeit, of pal langs de weg of bosrand, dan kun je het beter laten. Geen vogel die daar broedt.” Wie de natuur beschermen wil, moet ecologisch denken en niet economisch.

„Natuurbeschermers verliezen het van de landbouwers. Altijd.” Is hij daarom naar Frankrijk vertrokken? Het was geen vlucht, zegt hij eerst. Hij heeft altijd al een tijdje in een ander land willen wonen. En het is er ook heerlijk, in zijn Franse dorpje met vierhonderd inwoners. Beekje langs zijn huis, twee soorten slangen in de tuin. Maar als hij eerlijk is, ja, hij heeft zijn buik vol van Nederland waar de boeren betaald krijgen om hun koeien buiten te laten lopen en hij zijn best moet doen zomers één leeuwerik te horen. „Ik kan het niet aanzien dat zelfs in Groningen, waar ik voorheen de held was van de akkerbouwers, de boel naar gallemiezen wordt geholpen. Die kiekendief, ik zeg het je, die gaat verdwijnen. Maar nu definitief.”

Lees ook over wereldkampioen vogelkijken Arjan Dwarshuis die in 2016 7.000 soorten telde

Denk nou niet dat hij verbitterd is of de moed heeft opgegeven. De kiekendief die hem naar Afrika, Denemarken en Duitsland bracht, haalt hem ook terug naar Nederland. In Rhoon, bij Rotterdam, loopt nu een „prachtig project”. Akkers vol mosterdzaad en zomertarwe, vlas en veldbonen.” Vogels blij, boer én burger blij. „Ga maar na, rondom Rhoon wonen een miljoen consumenten die bewust boodschappen doen. Allemaal hipstermannetjes- en vrouwtjes die vergeten groenten op hun bord willen.”

Een natuurbeschermer, zegt Ben Koks, moet politicus zijn. „Ik heb mezelf ooit voor de keuze gesteld: blijf je vogelteller, of word je een eikel?” Hij lacht en zegt dat hij de laatste optie heeft gekozen. „Ik moest wel.” Hij maakt er niet altijd vrienden mee. „Vorige week, toen ik die prijs kreeg, zat de zaal bomvol. Hoeveel boeren waren er, denk je? Nul.” Geeft niks, hij gaat wel door. „Je kent ze wel, die typisch Franse dorpjes. Vanuit de auto zie je witte huisjes in het dal liggen, de kerktoren is van veraf te zien. Maar wat zie je tegenwoordig: een graansilo, drie keer groter dan de kerk. De bakker is verdwenen, de slager is weg, de laatste inwoners zijn 95-plus. Het graan is varkensvoer. Het vlees belandt in de supermarkt voor een bodemprijs.” Een Frans dorp als „metafoor voor een wereld geregeerd door intensieve landbouw”. Dat is, zegt hij, mijn horrorbeeld.