Recensie

Verzorgd eten met uitzicht op filmisch aangelichte Hef

Foto Remco Koers

Aangezien in Rotterdam elk bouwwerk een bijnaam heeft, heet de Koningshavenbrug in de volksmond De Hef. Aan die bijnaam ontleende Cornelis Bastiaan Vaandrager in 1975 de titel van een autobiografische roman. Het werd ook de naam van het restaurant van Martin en Saskia Vaandrager.

Als je Vaandrager heet — de schrijver en de kok zijn in de verte gerelateerd — en iets begint op de hoek van het Stieltjesplein, móet je dat wel De Hef noemen. Vroeger heette het hier The Mayflower, de bar-bistro van de ouders van Saskia, en nóg vroeger dreven Saskia’s grootouders op deze plek café De Ruijter. De Hef zal wel de laatste naam zijn die op de pui prijkt: de gemeente sloopt het hoekpand in 2019.

Hopelijk hebben Martin en Saskia dan een nieuw onderkomen gevonden, want De Hef behoort sinds de zomer van 2014 zonder twijfel tot de betere zaken van de stad, hoe ver verwijderd van welke hotspot dan ook.

We kiezen het tafeltje met het mooiste uitzicht. In de verte, glanzend in de ondergaande zon, de skyline van de stad, voor ons de rivier met links de Koninginnebrug en rechts De Hef, sinds begin dit jaar in volle glorie hersteld. Als het later donker is, zien we hoe filmisch de constructie is aangelicht — alsof Joris Ivens er straks weer een stoomtrein over laat rijden. Het interieur is sober, maar netjes: houten vloer, eenvoudige tafels, comfortabele stoelen. De verlichting komt recht van boven, waardoor slagschaduwen onze gezichten tekenen: dat zou anders moeten.

De vraag of we champagne of cava willen, is vragen naar de bekende weg: champagne natuurlijk (9,50 euro). De kaart voorziet in een viergangenmenu (37,50 euro, de Ierse tournedos is 4,50 euro extra). Elk gerecht gaat gepaard met een wijnadvies (alle wijnen 6 euro per glas), maar het staat je uiteraard vrij om daarvan af te wijken.

Eerst komt er brood. De basilicumboter staat al klaar op tafel en is daardoor naar mijn idee te warm; olijfolie is er in plastic pipetjes. De gerookte ribeye is goed rood en mooi dooraderd; ernaast ligt een rechthoek van waldorfsalade, gekaramelliseerde walnoot, druif en een komkommerbloemetje — een plaatje van een bord. De manier waarop de tonijn wordt geserveerd doet daar niet voor onder: op een blauw bord de plakjes tonijn in een cirkel met daartussen de salade niçoise, partjes kwartelei, haricots verts en jasmijnbloesem. De smaak neigt enigszins naar het vlakke; een accent, een pepertje misschien, zou geen kwaad kunnen. Niettemin is het alles bij elkaar een fraai begin.

Tussengerechten zijn de gekonfijte eend met pasta en de risotto met citroen en groene asperge. De eend is ontdaan van alle bot, geplukt heet dat tegenwoordig, en de pasta lekker vers, maar ook hier mis ik diepte in de smaak.

Bij de scholfilet, die is opgemaakt op een bedje van uiencompôte en wordt geserveerd met crème van selderij en anijschampignons, drink ik een glas Duitse chardonnay die fris en vettig tegelijk is. De vis is goed gebakken en ook de begeleidende ingrediënten deugen. Aan de overkant van de tafel is de Ierse tournedos geserveerd, rood zoals besteld, in eigen jus en voorzien van aardappelkroketjes in bitterbalvorm. We hadden ook nog friet met truffelmayonaise besteld, maar laten die zo goed als onaangeroerd omdat de gerechten zelf overvloedig zijn geportioneerd.

Toch menen we dat ons werk pas is gedaan als we de beide desserts hebben geprobeerd, al was het maar om de erbij aanbevolen wijnen te proeven: een steranijstaartje met bramenijs en een wittechocoladetaart met vloeibare vulling en een flinterdun rolletje gedroogde mango. De smaken en structuren vormen een prettige afsluiting.

Bij De Hef is alles goed bedacht en keurig verzorgd, maar met een beetje meer durf zou je mij zomaar op het puntje van mijn stoel krijgen. Wat ik mis is de signatuur van de chef: waar gaat Martin Vaandrager voor?