Tapasbar-de-luxe is nog niet in balans en vooral te duur

Foto Remco Koers

Ons bezoek aan Escobar, een nieuwe zaak aan de Albert Cuypstraat, roept nostalgische gevoelens op. Hoeveel avonden waren we niet te vinden in jazzclub de Badcuyp die bijna een kwart eeuw huisde in dit oude pand, een voormalig badhuis. Het werd afgelopen jaar grondig verbouwd en van het kruip-door-sluip-door-interieur dat met plakband aan elkaar zat is niets meer te herkennen. Er is een imposante bar, het plafond is opengewerkt en voorzien van een entresol, warme, aardse en felle kleuren wisselen elkaar af; het ziet er prachtig uit.

Twee mannen die bij Ron Blaauw werkten hebben het aangedurfd hier een tapasbar-de-luxe te beginnen. Over de naam Escobar kun je je wenkbrauwen ophalen, want waarom zou je je zaak in hemelsnaam vernoemen – hoe leuk de woordspeling ook lijkt – naar een drugsbaron die talloze moorden op zijn geweten heeft? Jeugdige overmoed. Hoe dan ook, de mannen zijn ambitieus, en kiezen voor stevig geprijsde gerechten die verder gaan dan de eenvoudige Spaanse of Zuid-Amerikaanse tapas die je bij menig bar weg kunt prikken.

Omdat ik te vroeg ben, neem ik alvast een glas verdejo van Finca Constancia (6,-) en een crispy taco ‘el pastor’ (7,50). Dit zijn twee inderdaad knapperige taco’s, gevuld met pulled pork met gegrilde stukjes ananas en wat pittige mayonaise. Lekker, alleen komen de taco’s lauw op tafel. Ondertussen is de zwarte brigade compleet en begroet een van de jongens de kok met een luid „Hey pik”, terwijl ik op armlengte van de open keuken zit. Beetje gek, zit je bij wijze van spreken chorizo weg te happen en dan dit! De kok beantwoordt de begroeting trouwens ook met „Hey pik”, dus dat is dan wel weer consequent. Verder is de bediening vriendelijk en goed geïnformeerd, kom daar maar eens om tegenwoordig.

Op de menukaart staan veel kleine gerechtjes – dat hadden we wel verwacht – en een handjevol hoofdgerechten, waarvan twee fiks aan de prijs: 54,50 en 75 euro, voor respectievelijk côte de boeuf van Holsteiner en van Black Angus. De jongedame adviseert ons vier gerechtjes per keer te bestellen en daarna zo nodig meer; we beginnen dus met anchos ‘pan’ con tomate (2,50), tartaar van navajas (scheermessen) met sherryparels en saffraan (7,50), gebakken champignons met bloedworst en chorizo (8,-) en gegrilde asperges (9,-). De anchos is een grappig kroepoekachtig hapje met een ansjovisfilet; leuk en lekker, maar bij de groene asperges zitten de harde uiteinden er nog aan, de dunne toast smaakt aangebrand en de croutons bij de champignons zijn grof, we proeven nauwelijks bloedworst en het is niet mooi aangemaakt. Mijn tafelheer is enthousiast over de scheermessen, ik proef karton. Daarna bestellen we kip piri piri (13,-), pimientos de padrón (7,50), albondigas (gehaktballetjes, 5,50) en parfait van olijfolie (8,-), een dessert tussen zoet en hartig in. De kip piri piri is gepekeld en daarna gegrild en dat maakt ’m mooi evenwichtig gegaard en van de buitenkant knapperig. Jammer genoeg vinden wij de kip wel wat droog en niet piri. De gehaktballetjes zijn mooi van smaak, maar te grof.

En dat maakt onze indruk van Escobar compleet: men heeft de klok horen luiden, maar weet niet waar de klepel hangt. De gerechten zijn te weinig verfijnd, niet in balans en gewoon niet bijzonder genoeg om zo’n concept en zulke prijzen te rechtvaardigen. Ook over de wijnen hebben we twijfels. Wij verwachten de beste wijnen uit Spanje en Zuid-Amerika, maar treffen een kaart met wisselvallige wijnen uit Frankrijk, Amerika, Oostenrijk en ja, ook Spanje. Ze komen allemaal van de vaste leverancier van Ron Blaauw en dat levert vast voordeel voor Escobar op, maar niet voor de gasten. Wij hopen trouwens dat Ron Blaauw, de koning van de verfijnde hapjes, snel weer langs komt om de mannen culinair te adviseren. Hoe ze elkaar begroeten maakt ons niet uit, als we er maar niet bij hoeven te zijn.