Column

Scherpe herinnering

In de koffiezaak had ik net met mijn te grote beker cappuccino aan het raam plaatsgenomen, toen naast mij een gesprek begon tussen drie vrouwen van in de dertig, misschien zelfs veertig. Het ging over een ánder gesprek: dat van Matthijs van Nieuwkerk in De Wereld Draait Door met de schrijfster Griet Op de Beeck; het gesprek van de week in gespreksland Nederland.

„Ik kan me er kapot aan ergeren dat allerlei mensen, vooral op de sociale media, zo’n vrouw meteen beginnen af te zeiken”, zei Vrouw 1. (Ik geef ze rugnummers, niet uit minachting, maar omwille van de overzichtelijkheid.) „Er kon niets van waar zijn, ze zou het wel allemaal verzonnen hebben, ze had zich te gemakkelijk laten beïnvloeden door een therapeut die wilde scoren. Bla-bla-bla.”

„Dat zullen wel mannen zijn geweest”, zei Vrouw 2.

„Er waren ook vrouwen bij”, zei Vrouw 1. „Er zijn altijd vrouwen die graag andere vrouwen afvallen. Ze beginnen allemaal over die zogenaamde hervonden herinneringen die volgens de deskundigen per definitie onbetrouwbaar zouden zijn. Maar bij Op de Beeck is geen sprake van hervonden herinneringen om de eenvoudig reden dat ze zich juist nooit iets herinnerd heeft. Hoe kun je een herinnering terugvinden die je nooit gehad hebt?”

Een verrassende vraag, maar gelukkig hoefde ik niet te reageren.

„Nou ja”, zei vrouw 2, „je maakt er nou een semantische kwestie van. Voor mijn part noemen we het verdrongen ervaringen. Het gaat erom dat die ervaringen of indrukken bij haar zijn boven gekomen in het contact met een therapeut.”

„Maar door het predicaat hervonden herinneringen erop te plakken, worden die ervaringen in twijfel getrokken, zelfs ronduit belachelijk gemaakt’’, zei Vrouw 1 boos. „Het worden valse herinneringen genoemd.”

Vrouw 2 haalde lichtjes haar schouders op. „Al die begrippen… eigenlijk maakt het mij niet veel uit. Het gaat mij erom dat dit het verhaal is van Griet Op de Beeck. En dat verhaal moeten wij serieus nemen. Zij heeft het zó ervaren, dit is vanuit haar optiek de rol van haar vader geweest. Als een vrouw zegt dat zij door haar vader misbruikt is, moet zij gehoord worden.”

„Dat klinkt mij te defensief”, zei Vrouw 1, „jij laat de schuldvraag open”.

Vrouw 3 begon te praten, zij was tot dusver opvallend stil geweest.

„Ik zou Griet Op de Beeck nog iets willen vragen. Zij suggereert dat ook haar zus door haar vader misbruikt is. Die zus is dood. Hebben zij dit met elkaar besproken? En verder … zij zegt dat kinderen tussen vijf en negen geen talige herinneringen kunnen hebben. Dat betwijfel ik, ik heb in ieder geval een andere ervaring. Toen ik een jaar of acht, negen was, vroeg een oude buurman mij of ik hem even wilde helpen met het vervoeren van een stoel uit zijn schuur. Zij vrouw was er te ziek voor. In die schuur trok hij opeens zijn overall open en liet me zijn zaakje zien. Ik schrok me dood en liep meteen weg. Thuis zei ik tegen mijn moeder dat ik nooit meer naar die mensen ging. Ze vroeg niets, ze zei alleen: „Dat is goed, kind.” Het is een van de scherpste herinneringen uit mijn leven.”

De andere vrouwen zwegen even. Ze hadden een herinnering gehoord die ze niet gauw zouden vergeten.