Recensie

Rotterdams Philharmonisch maakt Beethovens pijn voelbaar

Klassiek Een decennium later speelt Yannick Nézet-Séguin opnieuw het stuk waarmee hij zichzelf in Rotterdam presenteerde. Het klinkt nu rauwer en dieper.

Met Beethovens Eroica stelde de 32-jarige Yannick Nézet-Séguin zichzelf een decennium geleden voor aan het Rotterdamse publiek als hun toekomstig chef. De vertolking werd toen door NRC besproken als een „enerverend evenement, karaktervol neergezet met charismatische energie, flitsend, met syncopen en andere ritmische eigenzinnigheden, roerig maar ook met lichte en lenige lyriek”.

Die stijl kenmerkt nog steeds de artistieke handtekening van Nézet-Séguin. Zijn optredens zijn een dans met orkest en publiek. Vlak na de presentatie van een documentaire over hem, bekende de Canadees op het podium dat hij het credo van zijn collega Simon Rattle omhelst: „Ik wil mijn hele leven een jonge dirigent blijven.” Maar de tijd trekt zijn eigen sporen. De Eroica klinkt nu rauwer en dieper dan tien jaar geleden.

Destijds ging het om een goede ‘lezing’, nu leek het alsof Nézet-Séguin over de schouder van Beethoven meekeek naar de geboorte van de Eroica. De componist schreef met horten en stoten, doorhalingen en verbeteringen. In deze Derde Symfonie weerspiegelt zich voor het eerst het innerlijke gevecht waaraan Beethoven ten prooi viel toen hij langzamerhand besefte dat zijn groeiende doofheid onomkeerbaar zou zijn. Nézet-Séguin en het orkest schetsten het grillige karakter van een man die de meters van zijn gevoelsleven ziet schommelen tussen moed en vrees, die ruw afrekent met Mozarts opvatting dat muziek altijd het oor moet behagen. De pijn van de beklemming werd voelbaar, maar eveneens de wilskracht waarmee Beethoven losbreekt.

Eenzelfde golfbeweging van duisternis en licht typeert het Vioolconcert van Benjamin Britten. Beide werken ontstonden in tijden van oorlog. Janine Jansen liet haar instrument fluisteren, schreeuwen, huilen, spreken, zingen en zweven tussen schimmige waanzin en helderheid van geest. Beide vertolkingen riepen een mysterieuze sfeer op, waarin zowel schoonheid als gevaar schuilt.