Recensie

Rachmaninovs ‘Vespers’ in stralende veelstemmigheid

Klassiek

Het Nederlands Kamerkoor bestaat 80 jaar. Het viert zijn jubileum met een glorieuze uitvoering van Rachmaninovs ‘Vespers’.

Dankzij het Nederlands Kamerkoor vond de zeggingskracht van Rachmaninov geen enkele barrière op haar pad. Foto Foppe Schut

Zondag 1 oktober is het exact tachtig jaar geleden dat het Nederlands Kamerkoor voor het eerst op de radio te horen was. Het koor viert zijn jubileum die dag in thuisstad Utrecht, inclusief een ‘Zingdag’ voor amateurs. De verjaardagstournee met Rachmaninovs Vespers ging donderdag al grandioos van start in de Sint Laurenskerk in Alkmaar.

Eigenlijk heet Rachmaninovs korale meesterproef Nachtwake, meestal in het Engels All-Night Vigil genoemd. Alleen de eerste zes delen komen uit de vespers (het avondgebed), de rest uit de metten (nacht en zeer vroege ochtend), met uitzondering van het afsluitende vijftiende deel, dat afkomstig is uit de priem (oftewel eerste uur).

Het a capella werk wordt geheel in het Russisch gezongen en is gebaseerd op orthodoxe gezangen, maar dankzij het Nederlands Kamerkoor vond de zeggingskracht geen enkele barrière op haar pad. In opperste concentratie en zeer fijnzinnig etaleerde het Rachmaninovs uitzonderlijk symfonische behandeling van het koor. Nergens bombast of dichtgesmeerde harmonieën, transparant zelfs in de machtigste fortissimo’s. Chef-dirigent Peter Dijkstra liet de zangers ademen als één lichaam en leidde hen gedetailleerd maar soepeltjes door treffende kleurschakeringen en dynamische nuances.

Voor de gelegenheid was het koor uitgebreid met een paar extra diepe bassen. Die zijn nodig voor Rachmaninovs extreem lage noten – berucht is de lage bes aan het slot van het vijfde deel, ‘Nunc dimittis’. Ze zorgden voor een sonore, rotsvaste diepte. Maar de koorklank blonk vooral uit in evenwicht en gloed door het hele spectrum. Met de tenor Guy Cutting en de donkerfluwelen alt Dorien Lievers herbergde het koor bovendien twee uitstekende solisten.

Voor het grootste brok in de keel zorgde het zesde deel, ‘Ave Maria’. Zo stralend glorieus als de veelstemmigheid hier opbloeide uit tere verstilling hoor je het maar zelden – de gelukkigen in de Sint Laurenskerk maar liefst tweemaal, want het deel werd herhaald als toegift.