Oud-bondskanselier Schröder benoemd tot voorzitter RvC Rosneft

Schröder was bondskanselier van 1998 tot 2005. Hij is al voorzitter van de Raad van Commissarissen van Nord Stream.

De voormalige bondskanselier van Duitsland is nu zowel voorzitter van de RvC van Rosneft als van het Russisch-Europese gasproject Nord Stream. Foto Olga Maltseva/ AFP

Oud-kanselier Gerhard Schröder is op vrijdag benoemd tot voorzitter van de Raad van Commissarissen van de Russische oliebedrijf Rosneft. Dat melden Russische persbureau’s. Met het voorzitterschap bekleedt de 73-jarige Schröder een van de belangrijkste functies in de Russische economie.

Schröder, bondskanselier van 1998 tot 2005, is al voorzitter van de Raad van Commissarissen van Nord Stream. Dat is de pijpleiding die loopt van Rusland naar Duitsland. Meerderheidsaandeelhouder in dit Russisch-Europese gasproject is het Russische staatsbedrijf Gazprom.

Schröder tegenstander van Europese sancties

Tijdens een vergadering van het grootste oliebedrijf van Rusland werd Schröder benoemd als topman. Volgens Igor Sechin, CEO van Rosneft en een belangrijke bondgenoot van president Vladimir Poetin, zorgt zijn komst “voor de ontwikkeling van de Europese tak van het bedrijf en de uitbreiding in Europa”. Rosneft is zwaar getroffen door de Europese sancties tegen Rusland.

Tijdens de persconferentie liet Schröder weten dat hij tegenstander is van de sancties.

“Ik betreur het dat er sancties zijn. De gesprekken moet gaan over het versoepelen van de sancties. Het is voor de hele wereld beter om een stabiel Rusland te hebben vanuit zowel economisch als politiek perspectief.”

‘Lobbyist van Moskou’

Anderhalve maand geleden werd bekend dat SPD’er Schröder interesse had in een functie als toezichthouder bij Rosneft. Dat nieuws viel erg slecht in Duitsland. Volgens de conservatieve krant Frankfurter Allgemeine Zeitung wordt Schröder door deze functie nóg meer een lobbyist van Moskou.

De meerderheid van de aandelen van Rosneft is in handen van de Russische staat. Minderheidsaandeelhouders zijn het Britse oliebedrijf BP, de Zwitserse grondstoffenhandelaar Glencore en het staatsfonds van Qatar. De laatste twee aandeelhouders willen een meerderheid van hun portefeuille verkopen aan het Chinese energiebedrijf CEFC.