Column

Orgie

Zo’n zeven jaar geleden belandde ik op een avond zomaar ineens in de Playboy Mansion. Ik was in Hollywood om een verhaal te schrijven over jongeren die alles doen om aan de bak te komen in de filmindustrie, een wonderlijke mengeling van verdwaasd optimisme en tragische volharding. Via een vriend had ik contact gekregen met de weduwe van Hollywood-legende Gene Kelly. Ongezien nodigde ze me per mail uit voor een filmavondje bij Hugh Hefner thuis.

De weduwe bleek een stoere, mooie vrouw van begin veertig. In haar pick-up-truck op weg naar de Mansion vertelde ze me dat Hollywood haar na de dood van haar beroemde man had laten vallen als een baksteen, met Hefner als uitzondering: ze was daar altijd welkom.

Lees hier het stuk van Bas Heijne terug over zijn bezoek aan de Playboy Mansion: Geloof, hoop en film

De mythische Mansion zelf bleek veel kleiner dan ik gedacht had, een soort poppenhuisversie van het beeld dat me door de media werd voorgeschoteld. Binnen was de sfeer ronduit gemoedelijk. Mannen en vrouwen, de meesten op leeftijd, keuvelden bij een glaasje. Van een bebrilde oude vriendin van Hef – hij kende haar sinds de jaren vijftig, zei mijn gastvrouw, ze was een bombshell toen – kreeg ik bij binnenkomst een moederlijke omhelzing.

Hefner zelf, in zijden pyjama en rode kamerjas, bleek een voorkomende oude man. Hij luisterde beleefd terwijl mijn gastvrouw mij in Californische hyperbolen voorstelde – een hand aan zijn oor, hij was doof.

We zagen een Hollywoodfilm uit de jaren dertig, die op zijn kosten door de Universiteit van Californië gerestaureerd was. Vooraf las Hefner, zittend op de rand van een leren bank, voor zijn gezelschap een introductie op de film voor van handgeschreven velletjes. Zijn astronomisch veel jongere verloofde Crystal, die later nog de benen zou nemen, maar toch zijn zoveelste vrouw werd, zat onopgemaakt in een roze jumpsuit met schoothondje naast hem. Toen de zwart-wit film nauwelijks tien minuten bezig was, zag ik haar in het donker wegsneaken.

Na de film dwaalde ik, op zoek naar de wc, door de verlaten kamers van de Mansion. Alles daar ademde de geest van verschoten hedonisme. De jaren zeventig-kitsch-kunstvoorwerpen, de onyx-wc bril, het oerlelijke, levensgrote portret van Hefner zelf. Er was een speelkamer met een enorme verzameling antieke flipperkasten. Er was een orgiekamer, met een rond bed met een rood laken dat al heel vaak gewassen was en een kale schrootjeswand. Ik moest aan veel denken in dat kamertje, maar niet aan een orgie. Liefde en nostalgie is een prachtige combinatie, seks en nostalgie niet.

Later liet mijn gastvrouw me het terrein rondom de Mansion zien – de volières, de hoge kooien met kleine aapjes, de krijsende pauwen op het gazon. Er was een soort kerkhof waar Hefner zijn geliefde huisdieren had begraven. Het waren er veel – ik zag een enorme steen voor een hond met het opschrift You were a great buddy!

„Wat gaat er met dit alles gebeuren als Hef er niet meer is?” zei mijn gastvrouw. „Dat stemt me wel droevig.”

In de necrologieën over Hefner deze week kwam zijn ongemakkelijke erfenis aan bod. Gezien vanuit het streng religieuze, seksontkennende milieu waar Hefner vandaan kwam, gold Playboy als een revolutionaire bevrijding. Maar zoals misschien wel bij iedere bevrijding, bleek ook deze behoorlijk tijdgebonden en beperkt – vanuit het heden ziet de verbleekte wereld van Playboy er voor vrouwen beklemmend uit, daar doen de progressieve standpunten die Hefner tijdens zijn lange leven uitdroeg – pro-abortus, pro-burgerrechtenbeweging (hij steunde Martin Luther King), pro-homohuwelijk, niet veel aan af.

Tijdens mijn avondje in de Mansion viel me iets anders op. Tot het einde toe hield Hefner naar buiten toe de illusie van de eeuwigdurende orgie in stand – een libertijnse fantasie over copulaties tot in het oneindige. Maar in zijn Mansion hing een sfeer van onontkoombare berusting. Hefner nam vroeg afscheid van zijn gezelschap, een beleefde hand voor iedereen. Daarna ging hij de trap op naar boven. Ik had de indruk dat hij meer verlangde naar een goed boek in bed dan naar een wilde neukpartij. Alle vlees is als gras.

Later op de avond nam mijn gastvrouw me giechelend mee naar de beroemde Grotto op het landgoed. Daar troffen we, omhuld door wolken stoom, drie beeldschone naakte meisjes aan in een zwembadje. Ze zwaaiden gemaakt uitgelaten naar ons, hun geboetseerde borsten trots vooruit. Er was geen likkebaardende man te bekennen. Ze hadden het heel gezellig met elkaar, zo te zien, een heel leven voor zich.

Bas Heijne schrijft elke week een column op deze plek.