Dwars door verdeeld Catalonië

Rondreis

Catalonië is tot op het bot verdeeld over het referendum van zondag over afscheiding van Spanje. Nee-stemmers zwijgen om niet te worden uitgemaakt voor fascist, ja-stemmers mogen soms niet stemmen van hun burgemeester.

Flatgebouw in Badia del Vallés, waar de stemlokalen dicht blijven Foto Vicens Gimenez

‘Leve Catalonië!”, roept regiopresident Carles Puigdemont aan het einde van zijn speech in het oude casino van L’Hospitalet de Llobregat. „Visca Cataluyna!”, schreeuwt het publiek terug. Uit de luidsprekers klinken de tonen van Els Segadors, het Catalaanse volkslied. Met strakke gezichten en uit volle borst zingt de menigte in het zaaltje de tekst van ‘De Maaiers’. „Het triomferende Catalonië wordt weer rijk en welgesteld; weg met al die verwaande en arrogante lieden”, luiden de eerste regels.

Albert Fontanelles gelooft ieder woord. „Zondagmorgen om 9.00 uur gaan we stemmen. We zullen eindelijk aan Madrid laten zien waar wij voor staan”, zegt de oudere aanhanger van Puigdemont. „Een vrij Catalonië!”

Of Fontanelles daadwerkelijk zijn stem uit zal kunnen brengen, is de vraag. Het referendum is vanuit Madrid op basis van de grondwet verboden verklaard. Burgemeester Núria Marín Martínez van L’Hospitalet de Llobregat, een Catalaanse socialiste, is loyaal aan de nationale regering en geeft geen toestemming om stemlokalen te openen. De politie heeft opdracht gekregen de volkspeiling tegen te gaan. Niemand weet hoe de zondag eruit zal gaan zien.

Eén ding staat vast: 1 oktober wordt een historische datum in de geschiedenis van Catalonië. Al tijden leven vriend en vijand, separatisten en unionisten, naar 1-O toe. Een deel van het volk gelooft daadwerkelijk dat afscheiding van Spanje nabij is, en roept iedere dag harder dat er geen weg terug is. Aan de andere kant zijn er de Catalanen die niets van een nieuwe republiek willen weten. De één is bang voor zijn eigen hachje, de ander wil op emotionele gronden bij Spanje blijven. En in de autonome miniregio Val d’Aran voelen ze zich Catalaan noch Spanjaard.

Wie vormen de meerderheid? Dat zal waarschijnlijk niet duidelijk worden. De meeste ‘nee-stemmers’ zullen zondag het door ‘Madrid’ verboden referendum aan zich voorbij laten gaan.

In de voorbije week trok NRC door Catalonië om de stemming te peilen in het gebied dat verdeeld is in vier provincies: Lerida, Girona, Tarragona en Barcelona. Een republiek Catalonië of een autonome regio binnen Spanje? De 7,5 miljoen Catalanen zijn tot op het bot verdeeld.

Staatsieportret van de koning

Eén van de eerste dingen die Isabel Teixidor Damm (55) deed toen ze twee jaar geleden met een verschil van negentien stemmen werd gekozen tot burgemeester van het dorp Garriguella in de provincie Girona, was het weghalen van een staatsieportret van de Spaanse koning. „Ze kunnen mij niet verplichten dat op te hangen. Het is netjes afgevoerd hoor”, zegt Teixidor Damm, terwijl ze glimlachend doet alsof ze een schilderij in stukken scheurt. Er hangt ook geen Spaanse vlag aan de muur van het gemeentehuis. Wel de estelada – de geelrode vlag met blauwe driehoek en witte ster – die staat voor een onafhankelijk Catalonië. Noem het burgerlijke ongehoorzaamheid. „Nee, ik ben niet bang uit mijn ambt te worden gezet. Ik ben honderd procent voor onafhankelijkheid. Er is geen weg meer terug”, stelt ze resoluut.

Als dochter van een Catalaanse vader en een Duitse moeder groeide Teixidor Damm letterlijk op in twee werelden: tussen Frankfurt en Girona. Hier in Garriguella, op nog geen twintig kilometer van de Franse grens, heeft ze haar plek uiteindelijk gevonden. In de provincie, omringd door andere Catalanen die „de onderdrukking” door de nationale Spaanse regering zat zijn, loopt ze voor de muziek uit. Ze behoort tot een groep van ruim zevenhonderd (van de ongeveer 950) Catalaanse burgemeesters die tegen de wil van ‘Madrid’ wel meewerken aan het verboden referendum. „Ik zal op zondagmorgen persoonlijk het stemlokaal openen”, zegt ze strijdbaar. „Maar misschien komt een politiemacht de boel vergrendelen. Niemand die het weet.”

Ze heeft geen goed woord over voor de onverzoenlijke opstelling van de Spaanse premier Mariano Rajoy. „We zijn met de hele groep burgemeesters op bezoek geweest bij Puigdemont in Barcelona. Dat was een heel speciale dag. De verbondenheid was enorm. Alles ging in een totaal vreedzame sfeer”, vertelt ze. „Daarom is het ook zo onbegrijpelijk dat de Spaanse regering steeds met maatregelen blijft komen.” Ze doelt op een reeks arrestaties in Barcelona, confisquatie van stembussen, websites die worden gesloten. „Daarmee drijf je grote groepen juist in de armen van de independistas. Neem mijn dochter van negentien. Ze gaf vrijwel nooit iets om politiek en is ineens heel actief. En bij ouderen komen herinneringen uit de dictatuur naar boven. De Catalanen worden nog steeds onderdrukt. Dat zal niet veranderen zolang we onder het juk van Spanje blijven.”

Ik zal op zondagmorgen persoonlijk het stemlokaal openen. Maar misschien komt een politiemacht de boel vergrendelen. Niemand die het weet.

Verboden taal

Artur Domingo i Barnils (64) woont om de hoek van het gemeentehuis in Garriguella aan de Carrer Gran. De gepensioneerde historicus heeft de onderdrukking van dictator Francisco Franco nog zelf ondervonden. „Franco heeft tevergeefs geprobeerd het Catalaans te laten verdwijnen. Onze taal was een tijd verboden. Het onderwijs was volledig in het Spaans. Zelfs op straat werd je geacht Spaans te spreken. Maar eenmaal binnen de muren van ons huis spraken we Catalaans.” Als kind vond hij dat eigenlijk niet zo’n probleem. „Je schakelde zo over van de ene naar de andere taal. Zoals dat nu nog steeds voor vrijwel alle Catalanen geldt.”

De afgelopen decennia heeft het Catalaans een enorme inhaalslag gemaakt, zegt hij. „Vrijwel al het onderwijs is nu in het Catalaans. Maar een diepe verankering in de wet ontbreekt nog altijd.”

Heel lang heeft Domingo i Barnils de hoop gekoesterd dat Catalonië binnen een federaal Spanje een eigen plek zou kunnen veroveren; dat verschillende regio’s daarin op voet van gelijkheid met elkaar om zouden gaan. Dat was het catalanismo dat veel Catalanen na de overgang van dictatuur naar democratie in 1978 voor ogen stond. De separatisten vormden een kleine minderheid van zo’n 10 tot 15 procent.

Maar in 2010 schrapte het Constitutionele Hof onder druk van de regering een aantal cruciale artikelen uit een nieuw – en eerder door alle partijen goedgekeurd – statuut voor meer Catalaanse autonomie. Toen knapte er iets bij Domingo i Barnils. „Dat was zo’n klap dat het vertrouwen in de regering voorgoed verdween. Ik geloof sindsdien echt in onafhankelijkheid. En met mij vele anderen.”

Een Catalaanse burgemeester hijst de Catalaanse vlag. Foto Vicens Gimenez

Mede door een economische crisis groeiden de separatisten uit tot een factor van betekenis. In de noordelijke provincie Girona voeren de independistas de boventoon. Tal van steden en dorpen zijn al jaren aangesloten bij de Associació de Municipis per la Independència – de Organisatie van Gemeenten voor de Onafhankelijkheid. Huizen, straten en bruggen zijn er door het ‘ja-kamp’ versierd met vlaggen en posters. „Votarem!” – We gaan stemmen! – staat er op de wegen gekalkt.

Hoe anders is dat in Vielha e Mijaran, de hoofdstad van Val D’Aran, een autonome regio binnen Catalonië, gelegen in de provincie Lerida. Hier is Catalaans noch Spaans de voertaal in het onderwijs. De lokale bevolking koestert het Aranees. Als een van de drie officiële talen in Catalonië wordt die ook op het stembiljet gebruikt. Het lijkt verspilde moeite. „Nee, bij ons wordt er niet gestemd”, zegt burgemeester Juan Antonio Serrano telefonisch. „Ik heb gezworen me aan de Spaanse grondwet te houden. En dat doe ik ook. Het referendum leeft bij ons totaal niet. Het gaat eigenlijk langs ons heen. Betekent niet dat wij onze stem niet ook graag zouden willen laten horen. Maar we zijn een gemeenschap met tienduizend zielen op vier uur rijden van Barcelona. Naar ons wordt niet geluisterd.”

Gebroken families

In grote delen van Catalonië houden de unionisten zich stil. Zelfs in Pontons. Dit plaatsje in de provincie Barcelona staat bekend als het enige echte bolwerk in Catalonië van de Partido Popular, de partij van premier Rajoy. Burgemeester Lluís Fernando Caldentey maakt er al jaren de dienst uit en gehoorzaamt Rajoy door het stemlokaal dicht te houden. Uitleg acht hij niet nodig. „De burgemeester praat niet met de pers”, zegt zijn secretaresse afgemeten.

Veel ‘nee-stemmers’ laten zich liever niet horen. Een enkeling stuurde een anonieme brief naar de media namens ‘de andere Catalanen’. Een andere groep zette zich in een grote advertentie in El País af tegen het „anti-democratische referendum”. Op straat manifesteren ze zich niet of nauwelijks. Bang om met de nek aangekeken te worden, afgeschilderd te worden als ‘tweederangs Catalanen’ of zelfs uitgemaakt voor fascisten.

Zoals Enrique en Juan, twee gepensioneerden uit Sant Celoni, die na een klaagzang over het Catalaanse nationalisme weigeren hun achternamen prijs te geven. „Het ligt hier allemaal heel gevoelig. Eén van mijn dochters is zwaar voor onafhankelijkheid. We hebben talloze discussies gehad, maar alles is de laatste tijd verhard. Ze praat nu helemaal niet meer met mij”, zegt Enrique, die zichzelf „een Catalaan met wortels in Aragon” noemt. Hij behoort tot de ‘gebroken families’. Daar waar ook de huiskamer verdeeld is tussen sí en no.

In het slaapstadje Badia de Vallès buiten Barcelona hangen Spaanse vlaggen aan de balkons. Hier wonen van oudsher ‘immigranten’ uit armere regio’s als Andalusië en Extremadura. De wijk is tijdens de dictatuur van Franco uit de grond gestampt en heeft de vorm van het Iberische Schiereiland. Straten dragen namen als Avenida de Burgos, Calle de Oporto, Calle de la Mancha. Burgemeester Eva Menor, geboren in Madrid, houdt de stemlokalen dicht.

„Nee, ik ga dit keer niet stemmen”, zegt de 29-jarige Ruben Romo, zoon van een vader uit Sabadell en een moeder uit Córdoba. Hij zit aan de Avenida de la Via de la Plata buiten op een hekje te wachten tot een vriend een videospelletje komt brengen. Romo verdient zijn geld als computerdeskundige. „Vast werk is hier bijna niet te krijgen. Soms heb ik een week werk, soms een dag. Het opbouwen van een stabiele toekomst is heel erg lastig. De mensen zijn hier vooral bezig met overleven en zien weinig in onafhankelijkheid. We krijgen nauwelijks aandacht in de media.”

‘Spaanser dan de Spanjaarden’ worden de inwoners van Badia de Vallès wel door de separatisten genoemd. Nationale partijen als de PP, Ciudadanos en de PSOE vertegenwoordigen hun stem in het stukgelopen Catalaanse debat over de toekomst van de regio.

Levende torens

Terug naar Garriguella, Girona. Over het balkon van het echtpaar Marc Martí (41) en Olga Rubiano (39) hangt een paarse vlag met in het midden. Martí en Rubiano zijn opgegroeid in het Catalonië van na Franco. In vrijheid ontwikkelde deze generatie een nieuw catalanisme, waarin ‘een eigen land’ een heilig doel is.

Welke voordelen zien de Catalanen die zich willen afscheiden? Correspondent Koen Greven zet ze op een rij.

Voor beiden is het kraakhelder dat ze boven alles Catalaan zijn. Martí behoort in zijn vrije tijd tot de castellers, een groep mensen die volgens typisch Catalaanse gewoonte een zo hoog mogelijke levende toren probeert te bouwen. „Ik ben redelijk zwaar, dus ze zetten mij meestal onderaan neer”, legt Martí uit in zijn woonkamer. „Je voelt een enorme verbondenheid als je allemaal boven op elkaar staat. Het is dorp tegen dorp. Zo’n toren straalt een bepaalde symboliek uit.”

Rubiano bespeelt de gralla, een blaasinstrument dat wordt gebruikt bij de ietwat stijve Catalaanse volksdans la sardana. „Het voelt goed om iets samen met anderen te doen. Hier in het dorp hebben we met een groep oude instrumenten opgeknapt en komen we wekelijks bij elkaar in de sala polivalente. En in deze zaal zullen we zondag ook gaan stemmen voor onafhankelijkheid.”

Afscheiding van Spanje is volgens het echtpaar de enige weg. Ze hopen dat hun driejarige zoontje Roque groot zal worden in een Catalonië dat eigen beslissingen kan nemen. „Mijn ouders zijn beiden uit andere delen van Spanje naar Girona gekomen. Daar ben ik opgegroeid”, vertelt Rubiano. „Als tiener ben ik in gaan zien dat ik me zeer verbonden voel met de Catalaanse cultuur. Begrijp me goed, ik heb niets tegen Spaanse gewoontes. Sterker: die koester ik net zo goed. Want een deel van mijn roots ligt in Spanje. Maar ik heb er geen vertrouwen in dat de nationale regering de Catalanen voldoende beschermt. Dat is in het verleden wel gebleken.”

Van een dialoog tussen ‘Madrid’ en ‘Barcelona’ is al meer dan tien jaar geen sprake meer. Binnen Catalonië is de verdeeldheid nu ook groter dan ooit.

Lees ook deze analyse: Eenheid Spanje loopt gevaar