Cultuur

Interview

Interview

Ceremonie voor omgekomen militairen in Mali

Foto Hille Hillinga / ANP

Moeder omgekomen militair: 'Wie heeft die cruciale fouten gemaakt?'

Moeder omgekomen militair

De moeder van een in Mali omgekomen militair weet nu dat de dood van haar zoon door fouten kwam. „Dit is nog verder dan terug bij af.”

Ze zat in de zaal – dat was dinsdag, de presentatie van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) voor de nabestaanden was net begonnen – toen in haar broekzak haar telefoon ontplofte. Greetje Groenbroek, moeder van Henry Hoving die samen met Kevin Roggeveld in juli 2016 omkwam toen in Mali een mortier te vroeg ontplofte, kreeg het nieuws dat de dood van haar zoon te voorkomen was geweest te horen via berichtjes op WhatsApp en Facebook. „Eerst ben je lamgeslagen, daarna word je heel boos.”

De conclusie van de OVV luidt dat het ministerie van Defensie „ernstig tekort is geschoten" wat betreft de veiligheid en zorg voor de militairen in Mali. Wat doet dat met u?

„Het is schokkend om te horen dat het een fout geweest is. Het is nu erger, dit is eigenlijk nog verder dan terug bij af. Op het moment dat je het eerste bericht hoort dat Henry is overleden, ga je in een overlevingsmodus. Nu hebben we dat niet meer. Dit maak je heel bewust mee.

„Eerste dachten we dat het om een ongeval ging. Dat hebben we de afgelopen zeven à acht maanden geprobeerd een plekje te geven. Nu blijkt dat hun dood niet nodig was geweest, daar word je heel boos van.”

Verwijt u iemand iets?

„Als het een bedrijfsongeval is, dan sta je eigenlijk met lege handen. Je voelt je leeg. Nu is er iets waar je je woede op kunt richten: degenen die fouten hebben gemaakt bij de aanschaf van een ondeugdelijk projectiel waarmee niet gewerkt had mogen worden. Hen nemen we wel iets kwalijk. Als we nou eens wisten wie dat is. Wie heeft die cruciale fouten gemaakt?”

Verwacht u maatregelen van het ministerie van Defensie?

„Daar heb ik nog helemaal niet over nagedacht. Op het moment dat de wapens werden aangeschaft, was deze minister (Hennis, VVD, red.) nog niet verantwoordelijk. Of ze moet opstappen, daar ga ik niet over. Ik krijg er mijn zoon niet mee terug, dus het maakt voor mij persoonlijk niet zo veel verschil.”

Vrijdagochtend kwam de Commandant der Strijdkrachten, generaal Tom Middendorp, bij u langs. Hoe vond u dat?

„Ik vind het heel netjes dat hij is langskomen, want alle shit die wij in de media hebben uitgespuugd, heeft hij nu ook persoonlijk van ons te horen gekregen. Hij was erg betrokken en heeft gezegd dat het hem verschrikkelijk spijt dat dit is gebeurd. En dat niemand dit had gewild. Het was een heel prettig gesprek, eerlijk en open, als ouders onder elkaar.”

Uw advocaat sprak van juridische stappen. Gaat het daar van komen?

„Dat moet allemaal nog vorm krijgen, we zijn er nog niet aan toegekomen. Maar ik heb vertrouwen in de rechtspraak, dus dat gaan we volgende week bespreken. We wachten volgende week eerst de Kamervragen af. Dan zullen we zien wat er gaat gebeuren.

„De afgelopen drie dagen waren overleven. Je probeert je ding te doen, maar dit loopt als een rode draad door je dag, en helaas ook je door je nacht heen. We willen nu vooral het rapport lezen, want dat hebben we donderdag wel uitgereikt gekregen, maar door alle hectiek is dat er nog niet van gekomen. Eigenlijk willen we nu heel graag rust in de tent, zodat we niet voor de derde dag op rij eten moeten afhalen, maar iets normaals te eten krijgen.”

Wat wilt u bereiken?

„We hoeven geen excuses, we hoeven geen schadevergoeding. Voor ons is het belangrijkste dat dit nooit meer gebeurt. Dat de jongens die daar met gevaarlijke dingen moeten werken, dit in elk geval bespaard blijft. We gaan het onderste uit de kan halen. Dat zou mijn zoon voor zijn collega's hebben gedaan, en dat ga ik nu in zijn voetsporen doen.”