Recensie

Lust en genot in de vijftiende en zestiende eeuw

Het hemelse en het aardse geluk – neerlandicus Herman Pleij wijdt er in de Maand van de Geschiedenis een gelegenheidsboekje aan met de eigentijdse titel Geluk!? In 58 bladzijden verkent hij de geschiedenis van de opvattingen over dit moeilijk te vatten gevoel, om uit te komen bij een ferme slotzin: ‘En zo hoort het.’

Pleij stelt in het eerste hoofdstuk, met enkele cynische observaties over de ‘groeimarkt voor maakbaar geluk’, een interessante vraag: ‘Om wat voor geluk gaat het eigenlijk?’ Veel van de wensen en ervaringen die tegenwoordig aan geluk worden toegeschreven, schrijft hij, ‘doen eerder denken aan het streven naar welzijn en welbevinden’.

Vooruitdenkend aan de slotzin verwacht je ertussenin een beschouwing of een essay over wat geluk is, en waarin het zich onderscheidt van welzijn en welbevinden. Maar wees gewaarschuwd door de flaptekst, die meedeelt dat Pleij ‘werkt aan een studie over de rechtvaardiging van lust en genot in de literatuur en de beeldende kunst van de Middeleeuwen’. Bladzijden 14 tot en met 51 lezen als de notities voor die studie; hier worden ons vooral vijftiende- en zestiende-eeuwse opvattingen over seks en vrolijkheid geserveerd.

In de laatste tien bladzijden van het boekje worden moderne ideologieën met hun dwingende, door de autoriteiten georganiseerde geluksideaal beschreven. Ten slotte komt Pleij uit bij het heden, als in de westerse wereld de wensdromen uit de Middeleeuwen – denk aan Pleijs eigen Dromen van Cocagne, ofwel Luilekkerland – zijn uitgekomen: fastfood voor het grijpen, seks voor het klikken en gezondheid uit een potje.

Allemaal aardig om te lezen, maar een serieuze redenering komt er intussen niet van. En de conclusie dat geluk een individuele, intieme, niet te organiseren en niet vast te grijpen beleving van een vluchtig moment is, lijkt me na lezing van dit even vluchtige boekje minder onontkoombaar dan de auteur zou willen.