Loes Ypma: Christelijke scholen hebben bestaansrecht

Onderwijs Voormalig PvdA-Kamerlid Loes Ypma wordt voorzitter van Verus, de koepel van bijzondere scholen. ,,Ook ouders die niet meer naar de kerk gaan, vinden het belangrijk dat kinderen iets van de christelijke waarden meekrijgen.”

Foto Koen Suyk/ANP

Toen de PvdA bij de afgelopen verkiezingen 29 zetels verloor, was Tweede Kamerlid Loes Ypma (37) ineens haar baan kwijt. Dat was verdrietig, zegt ze nu, maar het bleek een soort cadeautje. „Wie mag er op mijn leeftijd nou nadenken over wie je bent en waar je staat?” En ze heeft wat nieuws gevonden. Ypma, voormalig onderwijswoordvoerder en zelf katholiek, is zojuist benoemd tot voorzitter van Verus, de koepel van christelijke en katholieke scholen.

In die functie behartigt Ypma de belangen van 4.000 scholen – tweederde van alle basis- en middelbare scholen. Botst dat met haar vorige functie, waarin ze scholen regels kon voorschrijven? „Voor mij voelt het als een natuurlijke overgang, omdat ik voortkom uit het onderwijs – ik heb als leraar maatschappijleer gewerkt. En ik vind: de politiek schrijft voor wát leerlingen moeten leren, de scholen bepalen hóé ze dat overbrengen.”

Als Kamerlid toonde u zich voorstander van onderwijsvernieuwing Curriculum2032 en van het lerarenregister. Daar is het onderwijs zelf kritisch over.
„Daar ben ik zelf óók kritisch over geweest. Net als over bijvoorbeeld de doorgeslagen toetscultuur. Ik ben ook met voorstellen gekomen die het onderwijs met applaus heeft ontvangen, zoals het wetsvoorstel om godsdienstles op openbare basisscholen structureel te bekostigen. Mijn manier van politiek bedrijven was: op bezoek gaan bij scholen en hun input vertalen naar Haagse wetgeving en budgetten. Ik ben dus altijd gevoed door het onderwijs.”

U stemde tegen een SP-motie om het draagvlak voor het lerarenregister te onderzoeken. Leraren zijn verplicht daarin vanaf volgend jaar kennis en vaardigheden bij te houden. Maar veel leraren willen dat register niet.
„Verus heeft geen rol in dat register; dat is aan de vakbonden en de Onderwijscoöperatie. Die zeiden destijds dat zo’n onderzoek niet nodig was en dat standpunt heb ik in de Tweede Kamer gevolgd. Ik denk niet dat mijn werk als Kamerlid mijn werk voor Verus zal belemmeren.”

Wat zijn voor u de belangrijkste onderwerpen straks?
„De verbreding en verdieping van het onderwijs. In Den Haag wordt onderwijs verengd tot taal en rekenen, maar het gaat om zoveel meer: leren leren, samenleven, kinderen tot zelfbewuste burgers opleiden. Juist in deze tijd van verhitte koppen heeft het onderwijs daar een belangrijke rol in. Wij vinden dat scholen daar zelf vorm aan moeten kunnen geven. En onze scholen zijn daar heel goed in. Ik denk dat daarom tweederde van de ouders kiest voor bijzonder onderwijs.”

Volgens velen is artikel 23 van de Grondwet, dat de vrijheid van onderwijs regelt, niet meer van deze tijd. Een argument is dat ouders tegenwoordig een school kiezen op sfeer en kwaliteit, niet op denominatie.
„De levensbeschouwelijke grondslag is voor veel ouders inderdaad niet meer het belangrijkst, maar die staat nog wel in de top-5 van redenen voor de keuze van school. Meer dan zeven van de tien leerlingen gaan naar een bijzondere school. Dat is logisch, want de kwaliteit is goed. En bijzondere scholen hebben vaak een duidelijke visie. Ook ouders die niet meer naar de kerk gaan, vinden het belangrijk dat hun kinderen iets van de christelijke waarden meekrijgen.”

Uit jullie eigen onderzoek bleek onlangs dat christelijke scholen worstelen met het gebruik van de Bijbel: leerlingen zijn niet geïnteresseerd, leraren weten zich er geen raad mee. Zegt dat niet wat over het bestaansrecht van jullie scholen?
„Bijzondere scholen ontlenen hun bestaansrecht aan het draagvlak onder ouders en leerlingen. Wij proberen de scholen te ondersteunen: ga het gesprek aan met de ouders en het team over wat de Bijbel precies betekent en hoe je die kunt gebruiken in de dagelijkse praktijk. Ik heb zelf op een katholieke basisschool gezeten en kan mij de prachtige verhalen nog herinneren. Dat heb ik als heel waardevol ervaren. Die stevige basis gun ik alle kinderen.”

De keerzijde van de vrijheid van onderwijs is dat het segregatie in de hand werkt, zei het hoofd van de onderwijsinspectie onlangs.
„Dat geldt misschien voor het hele kleine deel van de scholen waar alleen leerlingen met een bepaalde levensovertuiging naartoe gaan. Maar het merendeel heeft een heel diverse leerlingsamenstelling. Van de kinderen met een niet-Nederlandse achtergrond zit 60 procent op een bijzondere school.”

Als PvdA’er was u vóór een acceptatieplicht voor bijzondere scholen van alle leerlingen. Uw voorganger bij Verus, Wim Kuiper, was daar fel op tegen.
„In onze achterban wordt er heel verschillend over gedacht. De traditiescholen, die hun gemeenschap willen afbakenen, zijn tegen zo’n verplichting. Denk aan de joodse of orthodox christelijke scholen. Maar dat is maar één procent. De overgrote meerderheid zegt juist vanuit hun overtuiging: iedereen is welkom. Die veelkleurigheid zal ik als voorzitter vertegenwoordigen.”

De PvdA is ook voor de samenwerkingsschool, waarbij openbaar en bijzonder onderwijs wordt samengebracht onder één bestuur. Verus noemde die wet „zeer onwenselijk”.
„Die bezwaren begrijp ik. Samenwerkingsscholen zijn een uitzondering, vaak uit nood geboren in krimpgebieden. In Friesland heb je in ieder dorp een protestants-christelijke en een openbare basisschool naast elkaar, van tussen de 40 en 80 leerlingen. Het is de vraag of dat op lange termijn houdbaar is. Een samenwerkingsschool kan dan een mooie oplossing zijn.”

Demissionair staatssecretaris Sander Dekker wil het mogelijk maken bijzondere scholen op te richten op basis van een pedagogische visie, niet alleen meer een levensbeschouwelijke richting. Wat vindt u daarvan?
„Dat is de ultieme consequentie van artikel 23. In die zin ben ik voorstander. Maar in een tijd waarin scholen zich zorgen maken over hun voortbestaan, vind ik het ingewikkeld. Je ziet dat scholen bij bosjes omvallen. Als je dan heel veel nieuwe scholen gaat stichten, is het de vraag waar dat precies aan bijdraagt.”