Koerdische Nederlanders trots en bezorgd door referendum

Met zo’n vijftig familieleden en vrienden bracht de Iraaks Koerdische Dindar Kocer uit Purmerend afgelopen weekend zijn stem uit voor de Koerdische onafhankelijkheid van Irak . ‘We zijn zoveel jaren onderdrukt.’

Vader en zoon Ahmed en Dindar Kocer in Purmerend. Foto Olivier Middendorp

Op tv dansen Koerden uit het noorden van Syrië hand in hand. „Zij vieren feest vanwege ons referendum”, zegt Dindar Kocer trots. Kocer (37) is een Iraakse Koerd. Hij vluchtte met zijn ouders en grootmoeder naar Nederland toen hij acht was. In het appartement van zijn ouders op de negende verdieping van een Purmerendse flat stemde hij afgelopen weekend samen met zo’n vijftig vrienden en familieleden ‘ja’ bij het onlinereferendum voor Koerdische onafhankelijkheid in Irak.

Een overdonderende meerderheid van Iraaks-Koerdistan heeft vóór onafhankelijkheid gestemd en dus is het vanaf donderdag feest. Voor de gelegenheid draagt Kocer een traditioneel Koerdisch khaki pak, met shutik en jamadani: sjaal om heup en hoofd. Koerdische vlaggetjes staan her en der in de kamer en een portret aan de muur toont het gezicht van Mustafa Barzani – decennialang de leider van de Peshmerga, de Iraaks-Koerdische strijdkrachten. Zijn zoon Massoud Barzani is de huidige president van de Koerdische Autonome Regio in Irak. Hij is de man die het referendum heeft uitgeroepen en zo de honderd jaar oude droom van een onafhankelijk Koerdistan nieuw leven inblies.

Wij Koerden hebben honderd jaar gestreden in de hoop dat deze dag zou komen

Een vrouw komt binnen geschuifeld, door ouderdom voorovergebogen, haar hoofd niet veel hoger dan haar heupen. Dindar Kocer vertelt hoe zijn grootmoeder door Saddam Hoesseins leger in 1987 werd opgepakt om zijn vader Ahmed Kocer (61) en zijn broer te dwingen de Peshmarga te verlaten. Dat deden ze niet. Een foto van de leider van Ahmed Kocers Peshmerga militie staat ingelijst in de vitrine. Een vriendelijke blik en een kalashnikov. „Hij werd gevangengenomen door de Turken en verkocht aan de Iraakse veiligheidsdienst”, zegt Dindar Kocer. „Sindsdien heeft mijn vader nooit meer iets van hem gehoord.”

„We zijn zoveel jaren onderdrukt door de Arabieren”, zegt moeder Amina Kocer (57) in het Koerdisch. „Ons dorp is in totaal zestien keer platgebrand.” Vader Ahmed Kocer vocht acht jaar bij de Peshmerga, en werd vastgezet en gemarteld onder Saddams regime. „Wij Koerden hebben honderd jaar gestreden in de hoop dat deze dag zou komen”, zegt hij. „Het is niet voor niets geweest.”

Dindar Kocer en zijn vader zijn actief binnen de Nederlandse tak van de KDP, de partij van president Barzani. De belangrijkste politieke tegenstander in Iraaks-Koerdistan is Gorran (‘verandering’). Blend Nader (24) uit Rotterdam steunt deze in 2009 opgerichte partij. Hij is kritischer over het referendum. „Het is een troefkaart van de president”, zegt hij. Barzani’s ambstermijn liep officieel twee jaar geleden al af, maar hij bleef aan ondanks verwijten over corruptie en zelfverrijking. Met een simpel ja/nee referendum probeert hij de aandacht af te leiden van de echte problemen, zegt Nader, en het Koerdische volk weer achter zich te krijgen zonder dat er een concreet plan is om die onafhankelijkheid daadwerkelijk te realiseren.

Dit is het moment om als Koerden één te zijn

Nader had liever gezien dat Barzani eerst de interne problemen van de regio – een economische crisis, onduidelijke landsgrenzen en een vleugellam parlement – had aangepakt voordat hij de Koerdische Autonome Regio deze onrust in leidde. Maar, voegt Nader toe, juist doordat de reacties van de regeringen van Irak en Turkije zo verhit zijn – een Iraaks verbod op internationale vluchten naar Iraaks-Koerdistan en Turkse dreigementen om de belangrijke oliepijplijn van de regio af te sluiten – kan ook hij nu niet anders dan het referendum steunen. „Dit is het moment om als Koerden één te zijn.”

Nader denkt dat door deze heftige reactie van de regeringen ook sceptische Koerden zoals hijzelf het referendum serieuzer zijn gaan nemen. „Het heeft onze trots aangewakkerd.”

Maar trots over wat zij zien als de eerste stap op weg naar onafhankelijkheid is niet de enige emotie bij de Iraaks-Koerdische Nederlanders. Ze maken zich ook zorgen over de agressieve reactie van Turkije en Irak. De vraag is of Barzani’s gewaagde referendum een nieuwe periode van conflict zal inluiden. In het Haagse kantoor van de Hollandse tak van de PUK, coalitiepartner van president Barzani, vertelt Azad Khoshnaw (54) over de belangrijke rol die hij ziet weggelegd voor Europa en de VS in het waarborgen van de veiligheid van de Koerden. „Hoe meer erkenning wij krijgen van de NAVO, hoe kleiner de kans op conflict.” zegt hij. „We verdienen het ook. Wij Koerden hebben voor de hele wereld op de grond tegen IS gevochten. Europa en de VS zijn daarin onze bondgenoten geweest. En dus vragen we hen ons ook nu te steunen.”

Hoe meer erkenning wij krijgen van de NAVO, hoe kleiner de kans op conflict

Khoshnaw zat drie jaar in een Iraakse gevangenis in afwachting van de voltrekking van de doodstraf waartoe het regime van Saddam Hoessein hem veroordeelde. Toen in 1991 gevangenen werden geruild tussen de Peshmarga en Iraakse krijgsmachten kwam hij plotseling vrij. „Ik hou heel erg van vrede en ik hou heel erg van vrijheid. Daarom hou ik ook zo van Nederland”, zegt hij. „Nu willen wij dat ook in Koerdistan.”