Column

Herman Koch laat zich door de emotie niet vangen

Zap

De documentaire van Pieter Verhoeff over schrijver Herman Koch levert wetenswaardigheden op, maar echte ontboezemingen ontbreken.

Het Uur van de Wolf: Echt Herman Koch (NTR)

Zwart-witbeelden, gemaakt met een amateurcamera. We zien een langharige jongeman in een straat in Amsterdam-Zuid, waarschijnlijk eind jaren zestig. Hij ligt op de grond en kronkelt alsof hij aan vreselijke spasmen lijdt – om zo de aandacht van een passerende vrouw te trekken. Zij stopt, zegt wat, loopt niet-begrijpend weer door. Als zij zich nog even naar hem omdraait, staat hij op en loopt weg. We kijken naar het gezicht onder de imposante hoeveelheid haar. Ja, het zou kunnen: Herman Koch.

Deze beelden vormen de openingsscène van Echt Herman Koch, de documentaire die Pieter Verhoeff maakte over de schrijver van Het diner, donderdagavond uitgezonden in de onovertroffen NTR-rubriek Het uur van de wolf.

De oude beelden laten zien hoe Koch al 25 jaar voor hij beroemd zou worden met Jiskefet (een programma dat trouwens door Verhoeff werd geregisseerd) ongeveer datgene deed wat dat ‘verkeerd begrepen programma’ bijzonder maakte: ineens iets absurds laten doorbreken in een verder ogenschijnlijk doodnormaal tafereel. Zoals er in de romans van Koch vaak ineens agressie naar buiten barst.

Herman Koch is een aardige, maar geen open man. Filmideeën van Verhoeff die hij te privé vond, schoot hij af. Dus geen interviews met zijn vrouw en zoon of beelden van zijn buitenhuisje in Zeeuws-Vlaanderen. Daarom koos Verhoeff voor verhalen van vrienden, oude beelden, boekfragmenten en het volgen van de schrijver op zijn tournee tijdens de Boekenweek van 2017. Ook daarin zien we af en toe de ontwijkende Koch, bijvoorbeeld wanneer hij iemand met een uitgestreken gezicht vertelt dat de tango feitelijk geen Argentijnse, maar een Arnhemse uitvinding is. Er zou in de oorlog nog een groep mensen gefusilleerd zijn wegens een illegale tangobijeenkomst.

De film levert wetenswaardigheden op (Koch miauwt soms op straat) en een mooie karakterisering van Michiel Romeyn: „Herman is sluw. Hij laat zich door de emotie niet vangen.” Maar ontboezemingen ontbreken en het is jammer dat Verhoeff wel de voorspelbare Boekenweektournee heeft gevolgd, maar niet ter plaatse was op het filmfestival in Berlijn dit jaar. Daar pakte Koch boos zijn biezen na de première van een verfilming van Het diner die hem absoluut niet beviel.

Ik had er graag iets van gezien, wellicht was het een moment waarop Koch zich wèl door zijn emotie liet vangen. In een groot deel van Echt Herman Koch (dat volgens de maker bijna De woede van Herman Koch of De liefde van Herman Koch had geheten) slaagt hij er toch in te ontsnappen.

Er is echter ook nog de jonge Koch. Verhoeff laat schoolrapporten zien over de onhandelbaarheid van ‘Herman Huib’. Ze stammen uit de periode waarin Kochs vader het gezin verlaat voor een minnares. Kochs moeder sterft op zijn zeventiende, waarna hij plots alleen in het ouderlijk huis woont. Acht jaar later is ook zijn vader dood. Diens nieuwe vrouw pleegt zelfmoord. Het is verleidelijk om een rechte lijn te trekken van die gebeurtenissen naar het schrijverschap van Herman Koch – van ‘de liefde van Koch’ naar ‘de woede van Koch’ – maar zo simpel zitten mensenlevens niet in elkaar.

En toch. Koch deed al jong wat absurdisten altijd doen. Hij maakt de rustig doorlevende mensen duidelijk dat ze iets over het hoofd zien, dat er iets mis is met wat wij als de normale wereld beschouwen. En dat er iets verloren gaat als je precies onder woorden probeert te brengen wat dat iets dan is. Maar soms zie je het: in zwart-wit, kronkelend op de stoep van de Gerrit van der Veenstraat.