Column

Inspiratie voor een bondskanselier

Michel Krielaars

‘Wie werkelijk invloed wil hebben, die moet niet kijven, die moet zich helemaal niet om het verkeerde bekommeren, die moet alleen maar het goede doen.’ Die woorden kunnen zo uit de mond van bondskanselier Angela Merkel komen, ware het niet dat haar landgenoot, de wetenschapper, toneelschrijver, romancier, filosoof, dichter, natuuronderzoeker en staatsman Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832) er patent op heeft. Ik las ze in Gerda Meijerinks mooie vertaling uit 1990 van Eckermanns Gespräche mit Goethe in den letzten Jahren seines Lebens. De afgelopen dagen heb ik van dat boek gesmuld, zo actueel en trefzeker is alles wat ik erin tegenkwam over zaken als politiek, vrijheid, beeldende kunst, literatuur, de mens (‘Mensen willen uitgedrukt zien en waarderen wat in hun eigen kraam past’) en vooral over de Duitse volksaard. Wat dat laatste betreft mag ik u Goethes opmerkingen over zijn schrijvende tijdgenoten zeker niet onthouden: ‘Over het algemeen zit de filosofische speculatie de Duitsers in de weg, hun stijl wordt er onzinnelijk, ongrijpbaar, breed en warrig door.’ En: ‘De Duitsers die zich als zakenlieden of als levensgenieters met praktische zaken bezighouden, schrijven het best.’ Je kunt het zo toepassen op de moderne Duitse literatuur, waarin steeds minder gefilosofeerd wordt.

Critici zouden Goethe, als hij in 2017 had geleefd, voor een ‘linkse Gutmensch’ hebben uitgemaakt. Hij was in de laatste tien jaar van zijn leven tenslotte een tolerant, redelijk en nieuwsgierig mens, dat openstond voor ieders mening, hoe vreemd ook. Ter bekrachtiging van dat laatste zei hij tegen Eckermann: ‘Mensen zijn goedbeschouwd allemaal erg vreemd.’

Als product van het Duitse onderwijssysteem moet Merkel Eckermanns Gesprekken hebben gelezen. Wie zou haar anders tot het ‘Wir schaffen das’ kunnen inspireren dan hij? Maar zegt Goethe niet ook: ‘De mens is er niet toe geboren om de problemen op te lossen, maar om te onderzoeken waar het probleem begint, om vervolgens binnen de grenzen van het begrijpelijke te blijven’? En geeft hij haar dan niet tevens een langetermijnadvies: ‘Men zal ontdekken dat de hooggeplaatsten zich op den duur met al te grote goedheid, mildheid en morele zorgvuldigheid niet meer zullen handhaven, omdat men een zeer gemengde en af en toe ook snode wereld moet regeren en met respect in stand moet houden.’ Die tijd is begonnen, met de komst van een felle tegenstander als de AfD in het parlement.

Van Eckermanns Gesprekken wordt gezegd dat ze het beste zijn wat Goethe ooit heeft geschreven. Dit doet echter geen recht aan Eckermanns eigen opmerkingsgave. Over de jeugd van zijn tijd zegt hij bijvoorbeeld iets wat je zo op de 21ste eeuw kunt toepassen: ‘Ik laat in het midden waar onze huidige jeugd de verwaandheid vandaan haalt te denken dat ze, alsof het ze aangeboren is, zomaar over al die dingen beschikt die je alleen door jarenlange studie en ervaring kunt verwerven.’

Tot slot heeft Goethe nog een advies voor heethoofden als Donald Trump en Kim Jong-un: ‘Overal zie je het individu dat zelf wil schitteren en nergens zie je de eerlijke behoefte om omwille van de algemeenheid en de goede zaak het eigen ik te beteugelen.’

En daarmee laat hij opnieuw zien dat zijn woorden na tweehonderd jaar bijna niets aan kracht hebben ingeboet.