Ineens rollen de tanks door mijn Braziliaanse straat

Nina Jurna, correspondent in Rio de Janeiro, zag deze week haar wijk veranderen in een oorlogsgebied.

Dit keer klonken de knallen anders. Niet zoals het vuurwerk of de schoten die we eens in de zoveel tijd hoorden vanuit de nabijgelegen wijk Rocinha. Deze grootste sloppenwijk van Rio de Janeiro, met naar schatting meer dan 100.000 inwoners, is in handen van de drugsbende ‘Amigos dos Amigos’ (Vrienden van Vrienden), een van de drie rivaliserende kartels in de stad. Vuurwerk is voor de bendeleden een communicatiemiddel, het kondigt een schietpartij aan of waarschuwt: de politie komt er aan. Maar nu was het indringender, harder en in een sneller tempo – alsof er een hele lading mitrailleurs werd leeggeschoten.

Vliegensvlug joeg de voetbaltrainer van mijn zoon (11) hem en zijn vrienden weg van de buitenplaats van ons flatgebouw waar ze aan het spelen waren. Ik kwam net buiten adem aangestormd toen er opnieuw een oorverdovend geknal klonk. „Voetbal is afgelast”, riep de trainer. Zoonlief sputterde nog tegen: een schietpartij in de buurt hadden we toch wel eerder meegemaakt?

In Rio wonen arm en rijk pal door elkaar heen, de talloze heuvels door de stad vormen een soort natuurlijke scheiding tussen de verschillende sociale klassen. Lange tijd was het relatief rustig in de stad, die voorafgaand aan het WK voetbal (2014) en de Olympische Spelen (2016), stukken veiliger was geworden. Maar na de Spelen laaide de drugsoorlog weer in alle hevigheid op. Door de economische crisis is er steeds minder geld voor criminaliteitsbestrijding in Rio en zijn ruim zevenhonderd favela’s.

Ook de drugshandel floreert met een grote lokale afzetmarkt en Rocinha als epicentrum. Ver van de buitenwereld is deze dichtbevolkte favela met zijn ondoordringbare steegjes, trappen en opeengestapelde huisjes de perfecte uitvalsbasis voor de lucratieve handel in cocaïne en marihuana. De wijk is het domein van Antônio Francisco Bonfim Lopes, alias ‘Nem’. Deze bij de bewoners geliefde drugsbaron zit sinds 2011 vast en bestuurt de wijk nu vanuit de cel. Maar de door Nem aangewezen plaatsvervanger, zijn ex-lijfwacht Rogério da Silva, alias Rogério 157, begon een eigen koers te varen en richtte binnen het kartel een eigen militie op. Een vriend uit Rocinha klaagde al tijden over de bewonersbelasting die Rogério had opgelegd. Nem zou zoiets nooit doen, die hielp noodlijdende bewoners juist. Hij betaalde hun ziekenhuisrekening of een tandartsbezoek.

„De echtgenote van Nem mag Rocinha niet meer in! Rogério heeft haar de toegang geweigerd, nu krijgen we oorlog!”, roept een vriend uit Rocinha nerveus door de telefoon als ik hem bel. Er volgen die nacht hevige schietpartijen, granaten worden afgevuurd, er vallen doden en gewonden. Traficantes, dealers, proberen via de bergen de wijk te ontvluchten.

Via WhatsApp krijg ik gruwelijke foto’s toegestuurd van afgeslachte drugsdealers, met afgehakte hoofden en ledematen en uitgerukte ingewanden. De minister van Defensie besluit 800 militairen naar Rocinha te sturen om er orde op zaken te stellen. Onze wijk, die als uitvalsbasis dient voor de militaire operatie, is nu veranderd in oorlogsgebied. Belegerd door tanks, vrachtwagens en militairen.

’s Ochtends word ik wakker van gillende sirenes en rondjakkerende legerjeeps. Als ik naar de sportschool loop kom is het eerste dat ik tegenkom een groep marcherende soldaten. Achter onze flat staan rijen pantservoertuigen en tientallen tanks bemand door piepjonge soldaten.

Voor de veiligheid is het misschien wel prettig dat het leger er nu is, maar ik voel me ook geïntimideerd door al deze militairen en hun tanks. Schijnbaar ben ik een van de weinigen. Mijn buren maken grapjes en een praatje met de soldaten en brengen koffie en koekjes. Maar lost hun aanwezigheid ook werkelijk het probleem op? vraag ik me af.

Gaat het leger Rocinha, feitelijk een stad, echt schoonvegen zodat de bewoners er rustig en geweldloos kunnen leven, of is het slechts symboolpolitiek om de boel nu te sussen?

De volgende reeks schoten is inmiddels alweer te horen. Ik sluit de ramen en verdwijn in de gang, waar we op 14 hoog wachten tot het schieten voorbij is.