Column

In Jaroslavl zijn ook vrienden potentiële extremisten

In de Russische provincie Jaroslavl ziet men overal gevaar: buitenlandse ngo’s zouden ‘infiltreren’ in de Russische samenleving, schrijft Hubert Smeets.

President Poetin op bezoek bij Nobelprijswinnaar Aleksandr Solzjenitsyn in 2007. Foto Mikhail Klimentiev/ITAR-TASS

In een staat die zich omsingeld en bedreigd voelt door russofoben zowel buiten als binnen de grenzen van het onmetelijke land, is de kinderziel een zorg van de overheid. Zeker nu jongeren zich op gezette tijden in Russische steden op straat vertonen om te demonstreren tegen corrupte staatsdienaren en zich vervolgens ook nog eens niet schuldbewust tonen als hun docenten hen daarom berispen of waarschuwen.

Ook de provincie Jaroslavl is bezorgd over de jeugd van tegenwoordig. De Antiterroristische Commissie in deze provinciale hoofdstad vreest dat kinderen kunnen worden besmet door de taallessen en uitwisselingsprogramma’s, die een vijftal non-gouvernementele organisaties (ngo’s) hier aan de Wolga verzorgen. Ook een club die zich bekommert om de slachtoffers van het stalinisme is bedreigend. Zelfs meer dan gevaarlijk. De ngo’s zijn extremistisch, zo blijkt uit een brief die de justitiële commissie in juli dit jaar stuurde aan de provincie- en gemeentebesturen.

Wat is er aan de hand? Deze ngo’s hebben gemeen dat ze vanuit het buitenland werken. Op de lijst staan het vanuit Zwitserland werkende Liefdadigheidsfonds Aleksandr Solzjenitsyn, het Oxford Russia Fund, de Hanns-Seidel-Stiftung uit Beieren, een Amerikaanse vereniging die Russische wezen en invalide kinderen zegt te willen helpen en Project Harmony, ook uit de VS, dat taal onderwijst aan kinderen uit arme gezinnen en leraren Engels bijschoolt.

In de brandbrief sloeg politieofficier kolonel Michail Solovjov, chef van de Antiterroristische Commissie, zo alarm: als u een van deze ngo’s tegenkomt „informeer dan direct het apparaat van de antiterroristische commissie”, waarna naam, telefoon en mailadres van de verantwoordelijke ambtenaar bij de afdeling ‘preventie extremisme en terrorisme’ volgden.

Opmerkelijk detail is dat zeker twee ngo’s niet bepaald russofoob lijken maar eerder russofiel.

Het Aleksandr Solzjenitsyn-fonds is opgericht met het geld dat de naamgever in 1970 won met zijn Nobelprijs en biedt materiële hulp aan mensen die de dupe waren van de Goelag en andere ‘politieke Sovjet-repressie’. In abstracto lijkt dat een beetje link. In concreto is er in de ogen van het Kremlin niets mis met ex-sovjetdissident Solzjenitsyn (1918-2008). Hij was sinds zijn rehabilitatie in 1990 geestelijke vader van de slavofiele renaissance. Poetin doet wat de schrijver 27 jaar geleden uiteenzette in Hoe Rusland te herbouwen, een essay waarin Solzjenitsyn een Slavische staat bepleitte die lijkt op de ‘Russische Wereld’ die nu populair is.

De Hanns-Seidel-Stiftung hoort bij de Beierse CSU. Nergens in de Duitse politieke elite vindt het Kremlin zo’n welwillend oor als bij ex-CSU-chef Edmund Stoiber en huidig partijleider Horst Seehofer, de man die afgelopen jaren tot ergernis van bondskanselier Angela Merkel op eigen gezag naar Moskou ging. Waar de industriële elite onder leiding van Siemens in de directiekamers slechts monkelt, pleit de CSU openlijk voor meer contact met en minder sancties tegen Rusland.

Waarom deze potentiële bondgenoten aanpakken? Omdat hogere strategie niet besteed is aan de Antiterroristische Commissie in Jaroslavl. Het gaat haar om de jeugd die gered moet worden uit de klauwen van vreemde ngo’s, die de Engelse taal kunnen gebruiken om bij Russische instellingen binnen te dringen.

Ik denk niet dat het Kremlin hierachter zit. Kolonel Michail Solovjov neemt het zekere voor het onzekere. Indachtig de Britse historicus Ian Kershaw: working towards the leader.

Oost-Europa-expert Hubert Smeets werkt bij het kenniscentrum Raam op Rusland. Hij schrijft om de week met redacteur geopolitiek Michel Kerres over de kantelende wereldorde.