Commentaar

Boek van Berckmoes is verplichte lectuur voor de nieuwe coalitie

Er waren Tweede Kamerleden van de VVD die deze week met droge ogen zeiden het beeld „niet te herkennen” dat hun voormalig fractiegenoot Ybeltje Berckmoes schetst in het boek over haar ervaringen aan het Binnenhof. Het is de bekende dooddoener uit het handboek crisismanagement, maar zegt voor de rest veel over de Kamerleden die zich van deze blusterm bedienen.

Want wat er ook gezegd kan worden over het boek van het gewezen Kamerlid dat vooral opviel door haar onopvallendheid, herkenbaar is het zeker. Sterker nog, het zou herkenbaar moeten zijn voor alle Kamerleden die deel uit maken van een regeringsfractie of daar deel van hebben uit gemaakt.

Wat Berckmoes op haar eigen, niet altijd even verheffende wijze beschrijft, zijn de gevolgen van de ijzeren fractiediscipline die in werking treedt zodra een partij regeringsverantwoordelijkheid gaat dragen. Een verschijnsel dat zich niet exclusief bij de VVD voordoet. De PvdA-fractie zag in 2013 kort na elkaar twee leden vertrekken die zich niet konden vinden in het keurslijf waarin regeringsdeelname hen dwong.

Het is haast een natuurwet in Den Haag: hoe dwingender en gedetailleerder het regeerakkoord, hoe minder ruimte voor de ondersteunende coalitiepartijen om een eigen koers te varen. Wat dit betreft zou het boek van Berckmoes verplichte lectuur moeten zijn voor de Kamerleden van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie, de partijen die al maandenlang onderhandelen over een regeerakkoord.

Toenmalig VVD-leider Ed Nijpels bedacht er in de jaren tachtig zelfs een term voor: strategisch monisme. Om bepaalde politieke doelen te realiseren was afstemming tussen de fractie en de ‘eigen’ bewindslieden in het kabinet gerechtvaardigd, stelde hij. Het was de tijd dat CDA en VVD in het ‘no-nonsense’-kabinet Lubbers regeerden met een zeer dwingend regeerakkoord. Alle daaropvolgende kabinetten gingen op dezelfde voet verder.

Het is allemaal niet volgens de strikte uitleg van de dualistische regels zoals deze verankerd liggen in de Grondwet, maar effectieve coalitiepolitiek kan het niet stellen zonder intensief contact tussen kabinet en regeringsfracties. Op dit punt toont Berckmoes zich in haar boek rijkelijk naïef. Maar alles valt of staat met de mate waarin het eigen kabinet vanuit de coalitiefracties wordt gesteund. Op dat punt gaat het mis.

Al te vaak heeft de parlementaire historie laten zien dat wanneer een partij eenmaal ‘door begeerte is aangeraakt’, ze een pad op slaat waarop geen weg terug meer mogelijk is. Dan dreigt het functioneren van regeringspartijen geheel en al in het teken te staan van het consolideren en uitbreiden van de macht. Voor tegenspraak is op dat moment nauwelijks ruimte. Politieke partijen die ooit herkenbaar waren door visies en ideeën veranderen in onbeweeglijke steuntroepen.

Over het algemeen erkennen partijen dit risico ook wel. Vandaar de stellige beloften aan het begin van een regeerperiode door coalitiefracties dat hun kabinet kritisch zal worden gevolgd. Het zijn woorden voor de zondag. De praktijk is helaas al te vaak een andere.