Recensie

Een kolossaal overzicht van gebouwen die op elkaar lijken

Architectuur

NRC-redacteur Bernard Hulsman bouwde zijn serie op de Achterpagina over verwante structuren uit tot een imposant overzicht: een overladen, maar rijk boek.

Treinongelukkenarchitectuur. Het is een heerlijk, want doeltreffend woord om het deconstructivisme te beschrijven, dat 25 jaar geleden opkwam met als belangrijkste epigonen Zaha Hadid en Daniel Libeskind. Bernard Hulsman, de bedenker ervan, meent dat architecten deze stijl hanteerden om te benadrukken dat we in onzekere tijden leven. Daar zit wat in. Waarom zou je anders bewust een scheef gebouw neerzetten, of een blob, een vormeloze klomp waarin een popzaal of een museum schuilt?

Die ogenschijnlijk vrije architectuur die vaste patronen en principes van zich afschudt, wijst volgens Hulsman nog op iets anders: de behoefte om een icoon na te laten. Dat is de wens van een gemeente of onderneming, maar tevens die van de architect die lak heeft aan conventies. De wereld is er inmiddels mee volgezet, wat in 1973 begon met de opera van Sydney en via het Guggenheim Museum in Bilbao is vervolgd met de CCTV-toren van Rem Koolhaas in Beijing.

Apenrotsen en andere nauwe verwanten, het overzicht van NRC-redacteur Bernard Hulsman, kent als rode draad het begrip ‘authenticiteit’ in de architectuur, waaraan hij de afgelopen tien jaar beschouwingen, essays en interviews heeft gewijd, merendeels op de Achterpagina. Hij speelt met originaliteit, met imitatie, kopie of inspiratie, die in het ergste geval kan leiden tot plagiaat. Vaak is niet aantoonbaar waar de grens ligt. Zo was architect Ben van Berkel (UN Studio) niet amused toen Hulsman zelf diens Erasmusbrug een variant noemde van de tuibrug van Calatrava in Sevilla. Van Berkel dreigde met een proces; met een brief in de NRC werd de rel gesust.

Hulsman gidst ons met behulp van veel foto’s als een reisleider door de wereld van de moderne architectuur. De reis voert langs totalitaire regimes – het fascisme in Italië, nazi-Duitsland, het communisme in de voormalige Sovjet-Unie – met uitwassen daarvan in West-Europa. De Bijlmerbajes van het echtpaar Pot-Keegstra, uit 1978, is een vervolg op het communistisch constructivisme, nu niet in de gedaante van een arbeiderskolonie maar als gevangenis. Extreem modernistisch, schrijft Hulsman, want ontdaan van elk denkbaar ornament. Zo zout hadden we het in de twintigste eeuw nog niet gegeten. Het is begrijpelijk dat de penitentiaire inrichting, een toren uitgezonderd, tegen de vlakte gaat.

Het is een kolossaal overzicht dat Hulsman ons biedt, door de kennis die eruit spreekt, door de veelheid aan invalshoeken. Wat meer lucht en lichtheid hadden het boek goed gedaan. Desondanks biedt Apenrotsen beslist een vernieuwende kijk op architectuur, onder meer door de interviews met coryfeeën als Herman Hertzberger, Neutelings en Riedijk en DDR-architect Hermann Henselmann. Er staan verrassende reportages in, zoals die naar de vakantiekolonie Le Navi aan de Italiaanse kust, waar kinderen hun bleekneusjes konden kwijtraken; en er is een mooie ontmoeting met de van oorsprong Russische architect Berthold Lubetkin, die een modernistische pinguïnvijver voor de Londense dierentuin heeft ontworpen en zijn laatste dagen sleet in een vervallen winkelstraat te Bristol. De reis voert langs bekend en onbekend werk. Van die laatste categorie zijn er twee bunkerachtige kerken in Frankrijk die weliswaar geen kopie zijn van de kapel van Le Corbusier in Ronchamp, maar wel in de geest daarvan zijn ontworpen.

Hulsman begon zijn serie ‘uit verbazing dat veel gebouwen ook in de 20ste eeuw op elkaar leken’ (ik neem aan dat hij eigenlijk de 21ste eeuw bedoelt, aangezien de serie rond 2007 is begonnen). Hij vermeed een chronologische ontwikkeling van de architectuur – die boeken bestaan er immers al volop – maar stortte zich in ‘een complex netwerk van verwantschappen, tegenstellingen, paradoxen, ongerijmdheden en misverstanden’.

Hoe loffelijk dat streven ook is, het levert een behoorlijk overladen boek op waarin het wemelt van namen, stromingen en verwijzingen. Het is werken geblazen – en veel terug- of vooruitbladeren. Door deze aanpak komen er ook doublures in voor.

Dit neemt niet weg dat Hulsman een imposant overzicht heeft geleverd, een rijke bron voor iedereen die in de geschiedenis van de gebouwde omgeving is geïnteresseerd.