Cultuur

Interview

Interview

Carlos Magdalena in Kew Gardens, de botanische tuinen van Londen, waar hij hoveniers is. „Een plant praat wel degelijk, in elk blad zijn conversaties gaande op chemisch niveau.”

Manuel Vazquez

De Freek Vonk van de planten geeft elk blad een stem

Botanie

Ster-hovenier Carlos Magdalena reist de hele wereld rond om planten te redden. De man die al de Plantenmessias is gedoopt, wil ook alle planten een stem geven.

‘Je bent net te laat voor Victoria”, zegt Carlos Magdalena (47) zodra ik het Waterlily House in Kew Gardens binnenstap. Al sinds 1852 vergapen bezoekers zich in deze kas aan de schoonheid van Victoria amazonica, de grootste waterlelie ter wereld. Met bladeren zo groot dat ze met gemak een forse baby kunnen dragen, en met delicate bloemen die maar twee nachten per jaar bloeien – de eerste nacht wit, de tweede nacht roze.

„Ze piekte te vroeg dit jaar.” Magdalena wijst naar het dak van de kas: overwoekerd door planten. „Dat beïnvloedde haar cyclus. Te veel vegetatie, te weinig licht. Kwestie van de verkeerde compost.”

De van oorsprong Spaanse Magdalena heeft er oog voor: hij werkt als hovenier in Kew Gardens, net buiten Londen. „Een plantenkathedraal”, zo noemt hij de beroemde botanische tuin waar hij vijftien jaar geleden op goed geluk solliciteerde, zelfs al had hij tot dan toe vooral werkervaring als barman.

Maar hij voelde zich „tot Kew geroepen”, schrijft Magdalena in zijn net verschenen boek Heer der Planten. „Dit was de plek waar ik hoorde te zijn.” Opgegroeid op een boerderij in Asturië, aan de noordkust van Spanje, had hij immers al voldoende praktijkervaring opgedaan. Hij wist hoe je moest zaaien, hoe je moest stekken, hoe je orchideeën het beste kunt opbinden (met in stukken geknipte damespanty’s). Maar bovenal wist hij hoe je met planten moest communiceren.

„Luister!”, zegt hij. Om ons heen blijven enkele bezoekers van de kas stilstaan. Met z’n allen luisteren we naar – ja, naar wat eigenlijk? Stilte.

Manuel Vazquez

„Dit is waarom de planten me nodig hebben. Ze hebben geen stem. Er moet iemand zijn die voor ze in de bres springt. Want zonder planten zijn we nergens.”

En dus wierp Magdalena zich op als hun beschermheer. Halflang haar, hip baardje, opkrullend borsthaar, grootse armgebaren: het is niet moeilijk te bedenken waarom media hem doopten tot Plantenmessias. Magdalena is een man met een missie, gedreven om zijn boodschap te verkondigen. Een man die wonderen verricht. Zo wist hij de zaadproductie van de nagenoeg uitgestorven café marron – wereldwijd was er nog één struik te vinden, op het eiland Rodrigues bij Mauritius – weer op gang te krijgen, en de uiterst zeldzame Afrikaanse waterlelie Nymphaea thermarum voor de ondergang te behoeden.

Zijn boek leest als een heldenepos: van de Australische outback tot de pieken van de Andes, overal wordt Magdalena ingevlogen om bedreigde plantensoorten te redden. Hij neemt stekjes mee naar Kew, waar hij ze weer laat floreren.

Hoe leer je dat, communiceren met planten?

„Door ze te observeren. Dat is belangrijk, juist omdat ze zo ver van ons af staan. Mijn zoontje Matéo van 3 zit nu in zijn dierenfase: frog, fish … Alles wil hij benoemen. Maar planten? Ho maar. Die lijken te weinig op ons. Zelfs met auto’s identificeert hij zich meer, want die bewegen tenminste nog. Interesse voor planten moet rijpen. De meeste mensen zijn daar te ongeduldig voor. Zonde, want hoe langer je kijkt, des te meer raakvlakken je ziet met jezelf. Een plant praat wel degelijk, in elk blad zijn conversaties gaande op chemisch niveau. Een plant die dorst heeft ziet slap en futloos uit. Als je zulke basisbehoeften leert herkennen en begrijpen, ben je al een heel eind. Het is allemaal geen hocus-pocus. Eigenlijk is het net als het bereiden van een maaltijd: een kwestie van logisch nadenken en de juiste stappen zetten.”

Planten redden is net als koken?

„Ja, in mijn boek beschrijf ik hoe elke nieuwe zaailing van de Nymphaea thermarum verpieterde in de kas van Kew. Tot ik thuis op een avond tortellini maakte en water kookte. De opborrelende bellen deden me denken aan de warme bronnen waarin deze waterlelies leven. Opeens besefte ik: misschien hadden de zaden van Nymphaea thermarum extra koolstofdioxide nodig. Wat als ik ze op natte grond legde, in een vochtige omgeving, blootgesteld aan de lucht? Zo werd hun CO2-behoefte beter vervuld dan onder water. Het werkte: de zaailingen bleven leven. Zo heeft elke soort zijn eigen receptuur. Bij de café marron bleek het geheim te liggen in geslachtsverandering: sommige bloemen zijn eerst mannelijk en dan vrouwelijk. Dat voorkomt zelfbestuiving, maar aangezien dit het laatste specimen was, besloot ik te helpen en wat stuifmeel op de vrouwelijke organen van de plant aan te brengen. Het resultaat zal ik je straks laten zien in de nursery, de plantenkwekerij.”

Kunstmatige inseminatie bij planten…

„Grappig dat je dat zo noemt. ‘Kunstmatig’ vind ik dit niet. Ik heb de natuur alleen een handje geholpen. Vrijwel alles in onze maatschappij is artificieel, maar de plantenwereld niet. Dat vind ik er zo mooi aan. Iedereen heeft het tegenwoordig over fake news, maar onze leefomgeving is fake reality: kunstmatig gecreëerd. Mensen zeggen soms dat ik me met de planten in een droomwereld begeef. Maar niets is zo werkelijk als al dat groen om je heen. Juist de volwassenen die dat niet willen inzien geloven in sprookjes. Die blijven denken dat alles maakbaar is, tot het te laat is en al onze natuurlijke hulpbronnen zijn verdwenen.” Hij knipoogt. „De Plantenmessias predikt.”

Valt er dan nog wat te redden?

Jazeker. Vergelijkbaar met de wet van behoud van energie – energie kan niet worden gecreëerd of vernietigd, maar alleen worden omgezet van de ene in de andere vorm – geloof ik in een wet van behoud van natuur. We hoeven de plantenwereld niet te verwoesten, we kunnen de planten tot bondgenoten maken. Hun nuttige eigenschappen benutten zonder ze schade te berokkenen. Maar daarvoor moeten we ze eerst leren kennen. Je kunt niet beschermen wat je niet kent, want dan voel je er geen verbinding mee. Juist daarom zijn natuurhelden zoals David Attenborough en Jane Goodall zo belangrijk: zij leren ons die verbinding voelen. Maar de natuurbescherming maakt momenteel een crisis door. Goodall is in de 80, Attenborough is in de 90, Jacques Cousteau is dood. Wie wordt de natuurheld van toekomstige generaties?”

Carlos Magdalena in Kew Gardens, de botanische tuinen van Londen. „Een plant praat wel degelijk, in elk blad zijn conversaties gaande op chemisch niveau.”

Foto’s Manuel Vazquez
Carlos Magdalena in Kew Gardens, de botanische tuinen van Londen. „Een plant praat wel degelijk, in elk blad zijn conversaties gaande op chemisch niveau.”

Foto’s Manuel Vazquez
Kew Gardens in Londen
Manuel Vazquez
Kew Gardens in Londen
Manuel Vazquez

Jij?

Lachend: „Ik doe mijn best. Maar ik kan het niet alleen, we hebben een leger nodig. Er zijn 400.000 plantensoorten op de wereld en ruim 7 miljard mensen. Als ieder van ons een soort zou redden dan hebben we ruim voldoende mankracht. Maar om ons heen sterven soorten uit, zonder dat er daadwerkelijk dingen veranderen in onze maatschappij.”

Sommige mensen zeggen: wat maakt het uit, een paar soorten minder.

„Dat maakt me boos. Elke plant heeft zijn waarde. Misschien niet altijd even makkelijk zichtbaar, misschien niet op dit moment. Maar wie zijn wij om nu te beslissen aan welke planten mensen over een paar eeuwen wel of geen behoefte hebben? 250 jaar geleden dronk nog nauwelijks iemand koffie, en nu is cafeïne niet weg te denken uit onze maatschappij. Kom, we lopen naar de kwekerij. Zie je die ginkgoboom? Bevat een mogelijke kuur tegen alzheimer. Of neem alsem: een onooglijk plantje, maar een belangrijke bron voor een malariageneesmiddel. En zonder kinaboom geen kinine, geen tonic. Of gin-tonics.”

Zegt de barman.

„Ik wil alleen benadrukken dat planten op allerlei manieren een rol vervullen in onze maatschappij. De lotus die we net in de waterleliekas zagen? Die inspireerde industrieel ontwerpers tot een zelfreinigende gevelverf. Door een waslaagje zijn lotusbladeren extreem waterafstotend. Regendruppels rollen er direct vanaf, daarbij stof en vuil verzamelend. Dat is toch fascinerend? En niet alleen bij geneesmiddelen of technologie zijn planten belangrijk, maar ook in de architectuur, de kunst… Zonder waterlelies geen Monet. Over kunst gesproken: waarom betwisten we wel het nut van sommige planten, maar niet dat van schilderijen?

„Waarom betwisten we wel het nut van sommige planten, maar niet dat van schilderijen?”

Stel je voor dat ik een Van Gogh zou verwoesten. Niemand die dan zegt: wat maakt het uit, een paar schilderijen minder. Begrijp me niet verkeerd, ik houd van kunst. Maar de schoonheid van planten is niet te evenaren. Het zijn genetische meesterwerken.”

Niet alle planten hebben toch Van Gogh-allure? Deze hier oogt vrij gewoontjes…

Mimosa pudica! Kruidje-roer-me-niet. Heel vernuftig. De bladeren rollen op bij aanraking of duisternis. En de wortels binden stikstof. De bloemen zijn roze pluizenbollen die slechts een dag bloeien – nog korter dan die van Victoria amazonica dus. Maar in die ene dag zijn er wel allerlei vlinders die profiteren van de nectar. Zelfs als een plant geen direct nut heeft voor de mens, dan wel voor een heel ecosysteem. Een enkele eik kan al een habitat vormen voor honderden insectensoorten. Zo’n boom omhakken heeft verstrekkendere gevolgen dan kunstroof.”

Over kunstroof gesproken: in 2014 werd er een zeldzame waterleliesoort gestolen uit Kew. Wat doet dat met jou?

„Natuurlijk doet dat pijn. Maar heel eerlijk? Ik kan me beter inleven in zo’n dief dan in mensen die onverschillig tegenover planten staan. Ik ken het allesverterende, wanhopige, obsessieve verlangen naar een plant. In theorie begrijp ik best waarom iemand er een moord voor zou doen. In Nederland zijn jullie trouwens ook niet compleet onschuldig. De Hollandse tulpenindustrie begon eind zestiende eeuw met de diefstal van bollen uit de botanische tuin in Leiden.”

„Ik ken het allesverterende, wanhopige, obsessieve verlangen naar een plant.”

We lopen de plantenkwekerij binnen: gewijde grond binnen Kew Gardens. Ontoegankelijk voor buitenstaanders. Magdalena leidt me rond langs de 21 verschillende ‘zones’: de kwekerijkassen hebben elk een specifieke temperatuur en vochtigheidsgraad. Bij zone 9, ‘tropical woody’ (28 graden), gaan we binnen.

„Dit is de café marron”, zegt Magdalena bij een plant met grote witte, jasmijnachtige bloemen. De jonge exemplaren hebben lancetvormige bladeren, de oudere hebben een meer ronde bladvorm. „In 1980 dachten mensen nog dat deze soort compleet was uitgestorven, tot een scholier op Rodrigues bij toeval het laatste exemplaar aantrof. Dat exemplaar leek zich niet te kunnen voortplanten – iedereen beschouwde ‘m als levende dode. En nu staan we hier omringd door tientallen café marrons, en zijn ze ook in het wild uitgezet. Dat is toch fantastisch?”

Carlos Magdalena in Kew Gardens, de botanische tuinen van Londen. „Een plant praat wel degelijk, in elk blad zijn conversaties gaande op chemisch niveau.”
Foto’s Manuel Vazquez

Even later blijven we stilstaan voor een andere Rodrigues-emigrant: Zanthoxylum paniculatum. „Wereldwijd zijn er drie exemplaren van deze boom. Twee in het wild, en de derde hier voor je neus. De afgelopen jaren was het kantje-boord. De boom was ziek en leek zich niet thuis te voelen in de kas. Maar momenteel ziet hij er gelukkig uit.”

In het voorbijgaan strijkt mijn arm per ongeluk langs de boom. Ik verstijf als ik de bladeren hoor ritselen. Magdalena lacht. „Geen zorgen, ze vallen er niet direct af. In het wild moet deze boom orkanen kunnen weerstaan. Planten zijn sterker dan je denkt. Neem waterlelies: die bestonden al toen er dinosauriërs leefden en hebben vele massa-extincties overleefd.” Toch schrikt hij soms ‘s nachts wakker als hij aan de kwekerijplanten denkt. „Heb ik ze allemaal wel water gegeven? Hebben ze het niet te warm, niet te koud? Het laat me nooit los.”

We lopen de kwekerij weer uit en werpen tijdens het naar buiten gaan nog een blik op de waterlelieafdeling. Hier bevindt zich onder andere de nieuwe soort die Magdalena een paar jaar geleden in Australië ontdekte.

Een waterleliejunkie noem je jezelf in je boek. Verslaafd aan de planten.

Magdalena rolt een sjekkie. „Het nadeel met verslavingen is dat mensen ze vaak gebruiken om de ene fake reality te verruilen voor de andere. Waarom drinken mensen, waarom gebruiken ze drugs? Omdat ze bang zijn voor leegte. Maar wie verslaafd is aan planten, voelt zich nooit leeg: elke plant roept nieuwe vragen op. Volgens mij is subjectiviteit soms nodig in de wetenschap. Het volgen van je onderbuikgevoel. Durven door te gaan wanneer iedereen zegt dat iets hopeloos is. Soms denk ik aan vroegere botanici, die de hele wereld over zeilden en dan na jaren van verzamelen schipbreuk leden: hun hele collectie naar de haaien. Zij werkten vol overgave; dat wil ik ook.”

Hij trekt een blikje frisdrank open. „Coca en Cola. Weer twee planten.”

Drie, als je suikerriet meetelt.

„Ha, suiker – de meest verslavende drugs van allemaal. Niet alleen voor ons, maar ook voor andere dieren. Al die insecten die zo verzot zijn op nectar… Weet je, soms vraag ik me af wie nou eigenlijk wie gebruikt. Planten manipuleren ons door ons drugs te geven. Ze maken ons tot hun slaven. In feite zijn we gerecruteerd door suikerriet, om het te helpen op weg naar wereldheerschappij.”