Strafhofgeheimen: de aanklager, de warlord & de oliemiljardair

Luis Ocampo

De voormalig hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof gaat in 2015 werken voor een Libische miljardair. Als het Strafhof belangstelling krijgt voor zijn cliënt, probeert hij deze tegen het hof te beschermen.

Foto Valerie Kuypers/ANP

Op CNN verschijnt een trotse man. Borst vooruit, kin omhoog. Borstelige wenkbrauwen boven glimmende bruine ogen. Een korte, grijze baard. Luis Moreno Ocampo is niets veranderd sinds hij Den Haag heeft verlaten. „Misschien herinnert u zich de naam”, zegt de presentatrice tegen de kijker. „Hij was de eerste hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof.”

Niet iedereen zal zich de naam herinneren. Ocampo’s roem dateert al van enige tijd geleden. In 2003, toen hij werd benoemd, was hij in één klap de belangrijkste aanklager van de wereld. Het net opgerichte Strafhof in Den Haag zou de zwaarste gruweldaden aanpakken: oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en genocide. Zestig jaar na de Tweede Wereldoorlog was er eindelijk een vaste plek voor de berechting van de ergste criminelen.

De wereld had geleerd dat oorlogen niet goed beëindigd kunnen worden zonder gerechtigheid voor de slachtoffers. Het nieuwe Strafhof was een waarschuwing voor dictators en rebellenleiders, hoop voor de mensheid. Ocampo, die in zijn vaderland Argentinië naam had gemaakt met de vervolging van ex-juntaleden, zou de voortrekker zijn.

Dat was toen. Tegenwoordig wordt Ocampo (65) vooral herinnerd om wat hij níet bereikt heeft. Pas in maart 2012, vlak voor zijn negenjarige termijn er op zat, kon hij de eerste veroordeling op zijn naam schrijven. Een Congolese militieleider werd schuldig bevonden aan het inzetten van kindsoldaten. Op dat moment zaten er slechts vier andere verdachten in hechtenis in de Scheveningse gevangenis.

Sinds zijn vertrek reist Ocampo nog steeds de wereld over, maar niet meer voor het oog van de camera’s. Hij werkt als strafpleiter bij advocatenkantoor Getnick & Getnick in New York, geeft colleges aan Harvard en doet juridische consultancyklussen. Klanten betalen graag voor zijn ervaring in het internationale recht en zijn grote diplomatieke netwerk.

Ocampo had in het geheim minstens één offshore-bedrijf terwijl hij hoofdaanklager was. Lees: ‘Nog een paar miljoen verdienen’

Documenten en e-mails die de Franse website Mediapart heeft verkregen en die zijn onderzocht door NRC en onderzoeksplatform European Investigative Collaborations (EIC), laten zien hoe hij nu te werk gaat. Ocampo laat zich in 2015 inhuren door door een Libische miljardair. Als blijkt dat die zelf door het Strafhof wordt onderzocht voor oorlogsmisdaden, helpt Ocampo hem juist uit handen van het hof te blijven.

Justice First

Op 14 mei 2015 interviewt CNN de voormalige hoofdaanklager over een nieuw initiatief, Justice First. Deze organisatie is opgericht door de Libische zakenman Hassan Tatanaki. Doel: vrede stichten in Libië, dat sinds de val van Gaddafi aan oorlog ten onder gaat.

Tatanaki, die miljardair werd in de olie-industrie, heeft Ocampo aangetrokken als adviseur en netwerker. Hij moet bewijs verzamelen van oorlogsmisdaden door de strijdende partijen, zodat Justice First die naar het Strafhof of naar Libische rechters kan sturen. Als de slechteriken worden vervolgd, is de redenering, kunnen de bonafide stamleiders praten over vrede. „Dit kan voor een doorbraak in de vastgelopen onderhandelingen zorgen”, zegt Ocampo tegen CNN. „Zonder gerechtigheid zal er meer vergelding in Libië zijn en meer bloed.”

De presentatrice vraagt: „Critici zeggen dat u – om het vriendelijk te formuleren – wisselend succes had met uw werk bij het Strafhof. Hoe gaat uw ervaring hier precies helpen?” Ocampo legt uit dat zijn positie nu anders is. „Toen ik aanklager was, had ik veel macht, maar die was beperkt tot één missie.” Namelijk: verdachten voor de rechter brengen. Nu kan hij naast het juridische werk de Libische stamleiders helpen in hun contacten met bijvoorbeeld de Verenigde Naties, die de vredesbesprekingen leiden. „Ik zal me niet bemoeien met het het Strafhof”, zegt hij. „Dat is niet mijn rol, ik ben geen aanklager meer.”

Met Libië heeft Ocampo al de nodige ervaring. In februari 2011 kreeg hij – nog als hoofdaanklager – van de VN-Veiligheidsraad de opdracht de dan net uitgebroken opstand tegen het Gaddafi-regime te onderzoeken. Het is een van de razendsnelle acties die de internationale gemeenschap op dat moment tegen de Libische leider onderneemt. Binnen enkele weken zijn er sancties, NAVO-bombardementen en wapenleveranties voor de opstandelingen. Voor het eerst wordt het Hof vanaf het begin bij een oorlog betrokken. Een unieke kans om het recht te laten helpen bij het afdwingen van vrede.

Ocampo kan die opsteker goed gebruiken. Al acht jaar is hij struikelend op zoek naar een eerste veroordeling door het Strafhof. Het eerste proces, tegen de Congolese militieleider Thomas Lubanga, sleept zich voort. Tweemaal hebben de rechters besloten dat Lubanga moet worden vrijgelaten, omdat de aanklager te zwaar leunde op anonieme getuigen. Beslissingen die in hoger beroep nét kunnen worden teruggedraaid.

Veel topjuristen zijn al met slaande deuren vertrokken. Ze verwijten Ocampo, die zowel charmant als opvliegend kan zijn, een gebrek aan juridisch-strategisch inzicht en een autoritaire leiderschapsstijl.

Dat bleek bijvoorbeeld in 2005, bij de bekendmaking van het arrestatiebevel tegen de Oegandese militieleider Joseph Kony. Op dat moment stond de Oegandese president naast de aanklager. Onverstandig, had de Belgische onderaanklager van het Strafhof Serge Brammertz vooraf gezegd. De kans bestond dat ze óók bewijs tegen het Oegandese leger zouden vinden; dit optreden tastte hun onafhankelijkheid aan. Ocampo luisterde niet. Brammertz stapte later op en werd daarna hoofdaanklager van het Joegoslavië-tribunaal.

Spektakel

Een constante in de kritiek op Ocampo is dat hij resultaten ondergeschikt maakt aan spektakel. Zo drukt hij een genocide-aanklacht tegen de Soedanese president Bashir door die juristen onbewijsbaar achten. Het gat tussen zijn grote woorden en het gebrek aan resultaat biedt tegenstanders de gelegenheid om het Strafhof te politiseren. Afrikaanse leiders schilderen de aanklager af als een neo-koloniaal instrument dat wordt ingezet voor regime change op hun continent. Waarom richt Ocampo zijn pijlen nooit eens op een westerse leider? Op Bush en Blair bijvoorbeeld, voor de inval in Irak? Hun woede gaat zover dat ze weigeren Bashir te arresteren als hij hun land bezoekt, al zijn ze daar door hun lidmaatschap van het hof toe verplicht.

Gaddafi voor het hof in Den Haag, mooier kan het niet worden.

Ook van Libië wil Ocampo een spektakel maken. Wederom richt hij zijn pijlen op de hoogste leider. Vier maanden na de opdracht van de Veiligheidsraad ligt er een arrestatiebevel tegen Gaddafi, die Libië dan al decennia in zijn greep houdt. Gaddafi voor het hof in Den Haag, mooier kan het niet worden.

Naast Gaddafi worden ook diens zoon Saïf al-Islam en Abdallah al Senussi, hoofd van de militaire inlichtingendienst aangeklaagd. Maar geen van drieën belandt in Den Haag. Gaddafi wordt vermoord. En als Saïf en Sanussi later gearresteerd worden, willen de nieuwe machthebbers in Libië hen zelf berechten. Mensenrechtenorganisaties dringen aan op uitlevering aan Den Haag, maar de steun van het Westen hiervoor verdampt. Het Strafhof is bedoeld als laatste optie, als landen hun misdadigers zelf niet willen of kunnen berechten. Niemand wil de indruk wekken het nieuwe Libië te koloniseren.

Als Ocampo in juni 2012 afzwaait, zijn de Strafhofrechters nog druk met beoordelen of ze de processen aan een lokale rechtbank kunnen overlaten. Voor hem is het Libische avontuur op niets uitgelopen.

In de jaren die volgen besluiten de rechters dat Senussi in Libië kan worden berecht, maar dat Gaddafi’s zoon Saïf naar Den Haag moet komen. De rebellen die hem vasthouden peinzen er echter niet over om hem op het vliegtuig te zetten. Ocampo’s opvolger, de Gambiaanse Fatou Bensouda, kan alleen maar afwachten. Intussen bestrijden in Libië talloze milities elkaar, in wisselende allianties. Terreurgroep Islamitische Staat profiteert van de chaos.

Luis Moreno-Ocampo en zijn opvolger, Fatou Bensouda.Foto Bas Czerwinski/AP

Dat is de situatie in maart 2015, als Ocampo van oliemiljardair Tatanaki een tweede kans krijgt om zijn stempel op Libië te drukken. Ocampo wil met Justice First kant-en-klare zaken aanleveren bij het Strafhof en tegelijk de weg bereiden voor vrede. Hij krijgt daar goed voor betaald, veel meer dan de ongeveer anderhalve ton die hij jaarlijks bij het Strafhof verdiende. Tatanaki huurt Ocampo voor drie jaar in, tegen een miljoen dollar per jaar plus een dagloon van 5.000 dollar, blijkt uit een schriftelijke overeenkomst in het bezit van EIC.

Boormaatschappij

Tatanaki heeft zijn fortuin gemaakt in het Gaddafi-tijdperk. Zijn boormaatschappij werkte als onderaannemer voor de grote internationale energiebedrijven die op de Libische olie afkwamen. De opbrengst investeerde hij in vastgoed, landbouw en media. Tatanaki werpt zich ook op als hoeder van de gematigde islam, onder andere via zijn eigen televisiekanalen. En hij financiert allerlei filantropische projecten.

In een dictatuur word je niet groot zonder goede banden met de baas. In 2007 haalde Tatanaki de wereldpers met een project dat hij ontwikkelde samen met Gaddafi’s zoon Saïf. Ze zouden de omgeving van de oude stad Cyrene opknappen en er een ecotoeristische bestemming met luxe hotels van maken. Tatanaki trok er honderden miljoenen van zijn eigen geld voor uit.

En hij deed meer voor de familie Gaddafi. In 2008 huurde hij het Amerikaanse PR-bureau Brown Lloyd James in, om het imago van Saïf in de VS op te vijzelen. Hetzelfde bureau faciliteerde daarna het eerste bezoek van Gaddafi aan Amerika, waar hij een verzoenende toespraak voor de Verenigde Naties zou houden. Helaas hield de kolonel zich niet aan het script. In een lange tirade noemde hij bijvoorbeeld de Veiligheidsraad een terroristische organisatie.

Voor Ocampo is Tatanaki’s verleden geen bezwaar om met hem samen te werken. De Libische oliemagnaat werkt tenminste aan een oplossing, redeneert hij. Justice First wordt gelanceerd op 6 mei 2015, met een persconferentie in Kairo. Volgens het strategische plan van de organisatie moeten binnen enkele maanden opiniestukken zijn verschenen in The New York Times en Le Figaro, zijn er contacten gelegd met politici in Europa, Amerika, Rusland en China, zijn grote universiteiten als Harvard, Oxford en de Sorbonne aan boord, heeft Ocampo de G7 toegesproken, hebben slachtoffers hun verhaal gedaan op televisie en is er een eerste rapport over oorlogsmisdaden in Libië. Justice First gaat de wereld laten zien hoe je vrede maakt.

Tatanaki zelf krijgt een groep stamleiders zover dat ze een intentieverklaring ondertekenen om aan vrede te werken. Een van zijn televisiezenders zal een wekelijks programma wijden aan de vorderingen van Justice First.

Tatanaki is echter niet alleen maar vredesstichter. Hij staat in nauw contact met een van de strijdende partijen: het ‘Libische Nationale Leger’, in feite een amalgaam van milities, onder leiding van warlord Khalifah Haftar. Tatanaki maakt geen geheim van de samenwerking. Hij omschrijft Haftar in de pers als een partner. Wat ze precies samen doen is niet duidelijk.

Over Haftar, die momenteel lijkt te komen bovendrijven als een van de nieuwe sterke mannen in Libië, wordt gezegd dat hij politieke en militaire steun ontvangt van Egypte en de Verenigde Arabische Emiraten. Dat laatste land steunt vermoedelijk ook Justice First. In het strategisch plan wordt gesproken over een „partnerstaat” die geheim moet blijven. Uit andere documenten blijkt dat de organisatie haar plannen naar de Emiraten stuurt voor afstemming. Een medewerker van Justice First zegt in de stukken dat er ook steun van de Egyptische inlichtingendiensten is.

Terwijl Tatanaki dus zegt boven de partijen te staan, kiest hij partij voor Haftar. Uit de documenten is niet op te maken of Ocampo zich, wanneer hij met Tatanaki in zee gaat, bewust is van de frictie die dit onvermijdelijk gaat opleveren. Maar hij komt er snel genoeg achter. Al in de eerste maand volgt de ene na de andere confrontatie met Tatanaki’s schaduwkant, laten de stukken zien.

Operation Dignity

Ook Ocampo’s opvolger bij het Strafhof heeft zich inmiddels in Libië verdiept. Het is Fatou Bensouda niet ontgaan dat de troepen van generaal Haftar – net als de meeste andere partijen in het Libische conflict – lak hebben aan de mensenrechten. Op 12 mei 2015, zes dagen na de lancering van Justice First, rapporteert zij in New York bij de VN-Veiligheidsraad over haar werk in Libië. Ze zegt „bezorgd te zijn” over Haftars Operation Dignity, een offensief rond de stad Benghazi waarbij veel burgerdoden vallen. Ook zouden zijn troepen gevangenen martelen.

Bensouda roept de Libische autoriteiten op „onmiddellijk” met haar in contact te treden om de gebrekkige samenwerking met het Strafhof te bespreken. Een diplomatieke manier om te zeggen: als jullie de daders niet vervolgen, doe ik het.

Weer zes dagen later, op 18 mei, gebeurt er iets waardoor Ocampo niet meer kan negeren dat zijn opdrachtgever met de verkeerde mensen omgaat. Zijn juridisch medewerker, die ook bij het Strafhof voor hem werkte, krijgt een e-mail van een oud-collega. Deze Jennifer Schense is dan adviseur internationale samenwerking bij het Strafhof. Ze waarschuwt haar voor de Libische opdrachtgever. Ze schrijft: „Mijn collega’s duikelen nog steeds zorgwekkende dingen op over Tatanaki.”

Een commandant die op tv oproept tot geweld tegen onschuldige burgers kan overtuigend bewijs zijn van oorlogsmisdaden.

Ze stuurt een Arabisch nieuwsbericht mee over een uitzending op een van Tatanaki’s televisiezenders. Het gaat over een luchtmachtcommandant van Haftars troepen. Volgens het bericht heeft die op tv gezegd dat hij iedereen zal ombrengen die niet met Haftar meevecht. Zij zijn verraders die moeten worden afgeslacht, en hun vrouwen moeten voor hun ogen worden verkracht.

„Dit tv-station staat onder leiding van Tatanaki”, schrijft Schense aan Ocampo’s medewerker. „Als hij mensen zulke dingen op zijn zender laat zeggen, is dat aanzetten tot misdaden die onder het Statuut van Rome vallen en iets waar jullie je van bewust moeten zijn.” Het Statuut van Rome is ‘de wet’ van het Strafhof.

Schense stuurt het nieuwsbericht ook naar Ocampo. Die begrijpt direct de mogelijke implicaties. Een commandant die op tv oproept tot geweld tegen onschuldige burgers kan overtuigend bewijs zijn van oorlogsmisdaden. Zeker voor het Strafhof, dat om veiligheidsredenen zelf geen onderzoekers naar Libië stuurt en dus afhankelijk is van openbare bronnen of bewijs van derden.

Fatou Bensouda, de huidige hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof.Foto Bas Czerwinski/AP

Het tv-fragment kan aanleiding voor Bensouda zijn om ook andere militaire leiders te onderzoeken. En óók de mediaorganisatie die zo’n oproep uitzendt. Jennifer Schense schrijft niet voor niets ook dat haar collega’s zich verdiepen in Ocampo’s cliënt Hassan Tatanaki.

Ondanks dit alarmerende bericht, en Bensouda’s toespraak voor de Veiligheidsraad over Haftars troepen, kiest Ocampo er niet voor om afstand te nemen van zijn cliënt. Integendeel, hij besluit hem te beschermen tegen vervolging door het Strafhof.

Ocampo mailt naar Tatanaki’s assistent. „We moeten praten. De commandant mag dit niet zeggen. We moeten bespreken hoe we dat voorkomen. De zender mag dit niet propageren.” En: „We hebben nu een strategie nodig om Hassan te isoleren.”

Aan Hassan Tatanaki zelf stuurt hij de boodschap: „We moeten dringend onze activiteiten afstemmen. Als je wilt zal ik me beperken tot het onderzoeken van misdaden, maar dat kan averechts uitpakken voor de mensen van Operation Dignity of jouzelf.” Met andere woorden: ‘Geef me de ruimte om je hier doorheen te helpen.’ Die krijgt hij.

In de dagen die volgen werken Ocampo en Tatanaki’s assistent maatregelen uit die de positie van de militaire leiders en vooral die van Tatanaki juridisch moeten dichttimmeren. Tatanaki belooft Haftars chefstaf op te zoeken en hem te zeggen dat de uitspraken van de luchtmachtcommandant niet kunnen. Ook zal hij bij hem aandringen op een openbare verklaring van de chefstaf dat Operation Dignity de burgerbevolking zal beschermen. In die verklaring moet ook staan dat er een eenheid komt die ervoor zorgt dat strijders zich aan de regels houden.

Als Tatanaki en zijn partners afstand nemen van de uitspraken, zal het Strafhof vast minder streng zijn.

De verklaring komt er. Maar Ocampo’s eigen juridisch medewerker is ontevreden over de opzet. De chefstaf spreekt van „zijn voortdurende toewijding” aan de bescherming van burgers, alsof hij die altijd al had. Dat is ongeloofwaardig na wat er op tv gezegd is, schrijft ze aan Ocampo. En trouwens, komt die controle-eenheid er echt, of is dat een loze kreet?

Voor haar is er een grens aan wat ze juridisch wil rechtbreien: „Ik sta er helemaal achter om ze rugdekking te geven, maar weiger ze advies te geven om strafrechtelijke aansprakelijkheid te ontlopen terwijl ze misdaden begaan.” Ze wil dat de luchtmachtcommandant een openbare waarschuwing krijgt. „Ik weet dat het moeilijk kan zijn om het voor elkaar te krijgen, maar als Hassan [Tatanaki] zoveel macht heeft kan hij die maar beter gebruiken. Het zal ze rugdekking geven voor wat de man gezegd heeft.” Oftewel, als Tatanaki en zijn partners afstand nemen van de uitspraken, zal het Strafhof vast minder streng zijn.

Uit de documenten is op te maken dat Ocampo wel degelijk wilde voorkomen dat in Operation Dignity nieuwe oorlogsmisdaden werden gepleegd. Maar ook hoe hij blijft proberen Tatanaki te beschermen tegen vervolging door het hof. Per e-mail dringt hij nog eens aan op maatregelen bij Tatanaki’s assistent. „Het moet onmogelijk zijn om te concluderen dat Hassan of zijn zenders misdaden steunen. (Hassans activiteiten worden nu gevolgd door de ICC-staf.)” En: „Ik stel een breed plan voor dat moet verzekeren dat Hassan en de krachten die hij steunt geen doelwit van de Strafhof-aanklager zijn.” Tatanaki is van zijn stuk over het nieuws dat hij in Den Haag onder de loep ligt, laat zijn assistent weten aan Ocampo.

Maar de miljardair reageert ontwijkend op Ocampo’s verzoeken om elkaar zo snel mogelijk te ontmoeten. Het kan zijn dat hij iets anders aan zijn hoofd heeft. Hij wordt genoemd in mediaberichten over een – mislukte – aanslag op de Libische premier Al-Thinni, vanuit een menigte demonstranten. Volgens persbureau AP was er kort daarvoor een dreigement van een stamleider, wederom op Tatanaki’s televisiezender: „Deze premier moet aftreden, anders zal ik zijn hoofd tot moes slaan.” Anonieme bronnen zeggen tegen AP dat Tatanaki vermoedelijk achter het dreigement en de gemobiliseerde menigte zit. Bewezen is dit niet.

Wel is bekend dat Tatanaki dan al maanden een campagne voert tegen de premier. Analisten zeggen dat hij wil afdwingen dat Al-Thinni hem minister van Buitenlandse Zaken maakt, of directeur van het Libische staatsinvesteringsfonds. Ocampo waarschuwt zijn cliënt om daarmee te stoppen.

Een week later hebben Ocampo en Tatanaki elkaar gesproken. Tatanaki’s assistent vat de uitkomst samen in een nieuw strategisch plan. Derde actiepunt: „HT beschermen tegen juridische stappen.” Rond die tijd stort Tatanaki 750.000 dollar salaris op Ocampo’s bankrekening.

Arrestatiebevel

Begin juni dringt langzaam maar zeker tot Ocampo door dat Tatanaki alleen vrede wil als dat betekent dat hij en Haftar winnen. „Hassan staat te veel aan één kant en ik denk niet dat hij in staat is tot een meer inclusieve benadering. Ik voel me daar heel ongemakkelijk bij”, schrijft hij aan een Amerikaanse kennis die hem adviseert in het werk voor de zakenman. Toch neemt hij ook dan geen afscheid van zijn cliënt.

Als er na drie maanden een einde komt aan de samenwerking, gebeurt dat niet omdat Ocampo gewetensbezwaar heeft. Het besluit was van Tatanaki, zegt de oud-hoofdaanklager in een reactie (zie inzet).

Op sociale media verscheen de afgelopen jaren de ene na de andere executievideo waarin Haftars strijders vermeende terroristen vermoorden. Vorige maand vaardigde het Strafhof op Bensouda’s verzoek een arrestatiebevel uit voor een van Haftars commandanten. Deze man wordt gezocht voor moorden in 2016 en 2017, nádat Ocampo voorstellen deed om Haftars troepen in het gareel te krijgen.

Ook over Haftar zelf duiken er bewijzen op. Deze week publiceerde de Britse krant The Guardian een video uit oktober 2015 waarin de generaal opdracht geeft om een wijk in te nemen en daarbij geen genade te tonen. Zijn strijders mogen geen tegenstanders gevangen nemen, wat impliceert dat die gedood moeten worden.

Ocampo heeft geen vrede kunnen stichten, geen bewijzen aan het Strafhof geleverd en geen nieuwe misdaden kunnen voorkomen. Ook zijn tweede avontuur in Libië is mislukt.