Recensie

Aan grote verhalen gaan vrouwen kapot

Alma Mathijsen

Een ‘vriendschapsliefde’ verhindert de mythische schrijfster Iris Kouwenaar om nieuw werk te maken. Haar verhouding met Kay is verstikkend.

‘Naar vriendschap zo een mateloos verlangen’, schreef Jacob Israël de Haan in zijn gedicht Liederen (1917). In Vergeet de meisjes, het vierde boek van Alma Mathijsen, zoomt zij in op een vriendschap die van dit mateloze verlangen vervuld is. We volgen Fields, een journalist die de opdracht heeft gekregen om in Amsterdam de mythische schrijfster Iris Kouwenaar te interviewen. Zij debuteerde achttien jaar geleden met Antidote, dat wereldwijd succes kende, maar daarna doofde haar ster.

Fields is de observator, aangesteld om de Mythe te interviewen over Het Werk. Iris Kouwenaar (het ‘achternichtje van’) en haar beste vriendin/geliefde Kay Idle opereren in het gebied waar de vriendschap in de liefde overgaat. En zoals dat gaat met mensen die gemythologiseerd zijn: hun werkelijkheid verbijstert ons. Fields kijkt en kijkt, ademloos, met open mond en raakt al kijkende verzeild in het leven van Iris Kouwenaar. Mathijsen geeft dit verglijden van zijn betrokkenheid technisch sterk weer.

Als lezer heb ik lang gedacht dat Fields een vrouw was, wat blootlegt hoe mooi ambigu Mathijsen schrijft. Een gevoelig bewustzijn over gender is door de hele roman waar te nemen. De uitwisselingen tussen Kay en Iris, die Fields optekent, getuigen van een diepe intimiteit. Losjes onthullend geeft Mathijsen deze weer, wat Vergeet de meisjes een thrillerachtig element geeft.

De vrouwelijke held, daar spreken zij almaar over. Terwijl ze zich – schrijnend – hebben teruggetrokken uit het volle leven. Hoe jezelf goed gezind te blijven als de buitenwereld dat niet is, die vraag spookte door mijn hoofd. Dit verlangen jezelf op te heffen houdt ook verband, stelt Kouwenaar in een geestig interview, met verliefd worden. ‘Het is een vriendschapsliefde, vraag me niet naar het verschil met een romantische liefde, want het is niet zo groot.’ Waarop de interviewer vraagt hoe het schrijven gaat. ‘Slecht dus’, stelt Kouwenaar.

De grote verhalen, lijkt Kouwenaar te stellen, daar buig ik me niet langer over, ik ben verliefd. Het leven heeft het van de kunst gewonnen. Maar hun leven samen is niet erg verheffend. De verhouding met Kay is meer dan verstikkend. De verhalen die ze samen maken, kunnen en willen ze niet tot realiteit maken.

Kouwenaar krijgt ook het woord en dat slaat veel schoonheid uit de roman. In een pijnlijk houterige liefdesbrief schrijft Kouwenaar aan haar geliefde vriendin over hun verhouding. Iris’ denken blijkt precieus, kleingeestig en nogal particulier. Door haar zorgvuldige, toneelmatige schrijven en haar warmbloedige en idiosyncratische blik op deze twee vrouwen heeft Mathijsen Kouwenaar eerder levendiger neergezet, en geloofwaardiger als groot schrijfster in ruste.

Zo schreef Mathijsen met Vergeet de meisjes een boek dat een pleidooi wil zijn voor het vertellen van nieuwe, grote verhalen met nieuwe helden, een boek dat zegt: aan de huidige grote verhalen gaan vrouwen, dus wij mensen, kapot. Wat Mathijsen blootlegt, tegen wil en dank: wij hoeven de meisjes niet te vergeten, dat doen zij zelf wel.

Het spanningsveld tussen geloven in de grote verhalen en vrezen deze niet te kunnen herscheppen, daarover wil Alma Mathijsen ons via haar roman laten nadenken.