Column

Welke minister roept die fusies een halt toe?

Het fusieziekenhuis dat ontstaat uit de ziekenhuiskolossen AMC en VUmc in Amsterdam, heeft het karakter van een instelling die ‘too big to fail’ kan zijn.

Zonder veel festiviteiten, heisa of discussie kreeg een van de grootste fusies van de laatste jaren kortgeleden toch groen licht. ‘Kartelwaakhond’ ACM, de Autoriteit Consument en Markt, ging soepel akkoord met het samengaan van AMC en VUmc, twee ziekenhuiskolossen in Amsterdam.

Waarom die zwijgende instemming? De gezondheidszorg is een cruciale maatschappelijke sector. Elke burger heeft ermee te maken. Elke burger boven de 18 jaar draagt er ook verplicht financieel aan bij. De kosten en de kwaliteit van de zorg zijn ook een permanent politiek twistpunt. Daarbij praat men liever over de zichtbare prijs, zoals eigen risico en premie, dan over de meer verborgen mechanismen in het zorglabyrint. Mechanismen als de macht van het Zorginstituut Nederland, dat tot verbazing van politici kwaliteitseisen kan opstellen die zij met klinkende munt moeten betalen. Extra kosten in de ouderenzorg: 2,1 miljard euro.

Schaalvergroting is ook zo’n machtig mechanisme. In de zorg, in het onderwijs, bij woningcorporaties en gemeenten. Schaalvergroting in deze maatschappelijke sectoren draagt bij aan vervreemding, intern bij het personeel, extern bij huurders, patiënten of leerlingen. Het voedt het verlangen naar hogere beloningen voor de directie, want men heeft meer verantwoordelijkheid. Het stimuleert tot wensdenken over extra groei en het bouwen van nieuwe kantoren, ziekenhuizen of scholen om aan die wens te voldoen. De calamiteiten die optreden, hebben dan ook meestal een relatie met nieuwbouw. Dat zag je bij scholengemeenschap Amarantis, ROC Leiden, Orbis MC in Sittard-Geleen. Of het is financiële hocus pocus: woningcorporatie Vestia.

Schaalvergroting in deze maatschappelijke sectoren draagt bij aan vervreemding

Het AMC (bijna 7.000 medewerkers, bijna 1,1 miljard euro omzet) en het VUmc (7.200 medewerkers, 789 miljoen euro omzet) worden samen het grootste ziekenhuis van Nederland. Eind vorig jaar leek het nog spannend te worden. Toezichthouder ACM beschikte op basis van een eerste meting over aanwijzingen dat het nieuwe ziekenhuis op een specifiek terrein van de zorg de concurrentie „significant zou kunnen beperken”. Ook was er kritiek van zorgverzekeraars. Maar nu stapt de ACM daar overheen zonder extra voorwaarden te stellen. Er blijft genoeg concurrentie en genoeg keus voor patiënten.

Of knaagt er nog iets? Ja. De ACM heeft in de toetsing van de fusie het laatste woord, maar de NZa, de Nederlandse Zorgautoriteit, mag ook iets zeggen. De NZa beoordeelt onder meer de gevolgen van een fusie voor toegankelijkheid, betaalbaarheid en de kwaliteit van de zorg. Dat oordeel leest als een rode kaart: de fusie „resulteert in een dusdanig grote organisatie dat de NZa een bijzonder grote uitdaging ziet voor partijen om de bestuurbaarheid hiervan voldoende te borgen zowel gedurende het concentratieproces als daarna. Naar inschatting van de NZa bestaat het risico dat hier negatieve effecten op de kwaliteit van zorg aan verbonden zijn. Het fusieziekenhuis heeft bovendien het karakter van een instelling die ‘too big to fail’ kan zijn. Op basis van de informatie waar de NZa nu over beschikt, is de NZa er niet van overtuigd dat de publieke belangen zijn gediend met de fusie”. Too big to fail, te groot om failliet te gaan. Dat is 2008-bankencrisis-taal.

De ACM snapt de zienswijze van de NZa, maar de gesignaleerde risico’s vallen buiten de toets van de concurrentie en „kunnen niet door de ACM worden geadresseerd”. Gevalletje van jammer maar helaas.

Ruim een jaar geleden zei minister Edith Schippers (Volksgezondheid, VVD) in een interview met NRC dat grote ziekenhuizen over een paar jaar „totaal achterhaald” zijn.

Dat hielp niet. Fusies gaan maar door. Het is tijd dat de volgende minister de waakhonden meer tanden geeft.

Maarten Schinkel is afwezig.