Cultuur

Interview

Albert Gea/Reuters

Hoeveel Catalanen willen echt weg uit Spanje? - en elf andere vragen over het referendum

Waar komt de onafhankelijkheidswens van veel Catalanen vandaan? Oud-correspondent Merijn de Waal legt het uit.

  1. Wat is er aan de hand in Catalonië?

    De Catalaanse regioregering heeft, met instemming van het regionale parlement, voor zondag 1 oktober een ‘bindend’ referendum uitgeschreven over afscheiding van Spanje. Als een meerderheid van de kiezers voor een eigen ‘Catalaanse republiek’ is, kan binnen twee etmalen een afscheidingsproces in gang worden gezet.

    De Spaanse regering van premier Mariano Rajoy verzet zich fel tegen dit voornemen. ‘Madrid’ stelt dat de volksraadpleging in strijd is met de grondwet, die in 1978 (per referendum) werd aangenomen. Deze constitutie geeft de 17 ‘autonome gemeenschappen’ waaruit Spanje nu bestaat weliswaar recht op meer zelfbestuur, maar ze schraagt ook de „ondeelbare eenheid” van het land. De volkssoevereiniteit ligt bij de hele bevolking. Als er al iets wordt veranderd aan de staatsindeling, moeten alle Spanjaarden (48 miljoen) zich daar dus over mogen uitspreken – niet alleen de inwoners van één regio van 7,5 miljoen mensen.

    De landelijke regering vroeg het Grondwettelijk Hof de Catalaanse stembusgang daarom te verbieden. Met succes. Maar de Catalaanse regio-nationalisten zetten hun illegale referendum ook na dit gerechtelijk verbod door. Zij stellen dat het hof in Madrid, waarvan de rechters benoemd zijn door de Spaanse politici, gepolitiseerd en partijdig is. Als het referendum door staatsingrijpen niet doorgaat, is de Catalaanse regiopresident Carles Puigdemont bereid desnoods met een ‘eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring’ uit Spanje te vertrekken.

    De Catalanen menen dat ze een beroep kunnen doen op het ‘recht van zelfbeschikking’. Het internationaal recht kent dit toe in gevallen van kolonialisme, buitenlandse bezetting, zware discriminatie en andere mensenrechtenschendingen. Volgens de separatisten is dit op de Catalaanse situatie van toepassing. De meeste kenners van het internationaal recht gaan hier niet in mee.

  2. Zijn de Catalanen echt zo anders?

    De Catalanen dichten zich zelf graag een ‘hecho diferencial’ toe, een onderscheidende factor. In het zeer diverse Spanje zijn er genoeg andere regio’s waar naast het Spaans (castellano) een eigen taal wordt gesproken: Baskenland, Asturië, Galicië, Valencia, de Balearen. En er zijn ook meer regio’s die eeuwen terug al hun eigen adellijke leiders hadden. De Catalanen echter zien zich graag als nóg afwijkender dan de rest, daarin hoogstens geëvenaard door de Basken.

    Veel Catalanen menen dat ze harder werken, ondernemender zijn, serieuzer, wellevender, zuiniger en Europeser. (Andere Spanjaarden noemen de Catalanen daarom vaak arrogant en gierig). De Catalaanse economie is inderdaad bovengemiddeld sterk. Het gebied industrialiseerde vroeger dan veel andere delen van Spanje en de bevolking is er rijker dan het landelijk gemiddelde. Het betaalt daarom ook relatief meer aan de nationale schatkist. En Catalanen vinden, deels terecht, dat ze daarvoor te weinig investeringen uit Madrid terugkrijgen.

  3. Hadden Catalanen ooit een eigen land?

    Ter rechtvaardiging van hun onafhankelijkheidswens grijpen Catalaanse nationalisten graag ver terug in de geschiedenis. Volgens sommige historische interpretaties werd Catalonië al ruim duizend jaar geleden geboren. In de late negende eeuw verenigde graaf Wilfried de Harige enkele graafschappen in en rondom Barcelona. Dit gebied was loyaal aan de Franken, voor wie het een nuttige buffer vormde tegen de Moren zuidelijker op het Iberisch Schiereiland. In 988 brak graaf Borrell II met de Franse koning Hugo Capet en ontstonden de eerste ‘onafhankelijke’ Catalaans gebieden.

    Er volgde een geleidelijk uitbreiding zuidwaarts en via een huwelijk met het koningshuis van Aragón ontstond vanaf de 12de eeuw een Catalaans imperium aan de Middellandse Zee. De Balearen werden veroverd, Corsica, Sicilië en delen van Zuid-Italië. In de 15de eeuw stortte dit rijk in. En na het huwelijk tussen Isabella van Castillië en Ferdinand van Aragón, in 1479, zou het Catalaanse gebied opgaan in wat tot op de dag van vandaag Spanje heet.

    De Catalanen legden zich daar niet zonder slag of stoot bij neer. In 1640 was er een boerenrevolte, de Opstand van de Maaiers, tegen koning Filips IV. De troepen van de monarch werden verslagen en de Catalanen zwoeren nu trouw aan de Franse koning. Deze semi-onafhankelijkheid zou twaalf jaar duren. Het huidige volkslied Els Segadors is een lofzang op die Maaiers.

    In 1704 deden de Catalanen een nieuwe poging los te raken van Spanje. In heel Europa was een oorlog uitgebroken om een vrijgekomen Spaanse troon. De Catalanen kozen in dit conflict de kant van de pretendent van de Oostenrijkse Habsburgers. Dat bleek de verkeerde gok, toen de strijd werd bijgelegd tijdens de Vrede van Utrecht (1713). De Catalanen werden in de steek gelaten door hun Hollandse, Oostenrijkse en Engelse bondgenoten. De Borbons kregen de Spaanse troon, waaronder ook Catalonië zou vallen.

    Toch weigerden de Catalanen overgave: na een beleg van tien maanden werd Barcelona op 11 september 1714 door een Frans-Spaanse troepenmacht met veel geweld ingenomen. Madrid nam wraak: de Catalaanse taal werd onderdrukt, het Spaans de officiële voertaal. De Usatges, een 12de-eeuwse, vroege variant op een eigen grondwet, werd opgeschort. Catalaanse instituties die leken op een eigen parlement en regiobestuur, werden opgeheven. Ondanks deze repressie floreerde Catalonië de daaropvolgende eeuwen. Binnen Spanje groeide het uit tot een zeer welvarend deel. Volgens nationalisten, omdat Catalanen nu eenmaal niks anders restte dan te zwijgen en hard te werken.

  4. Welke nationale symbolen hebben de Catalanen?

    De trotse, maar kansloze nederlaag van 1714 wordt tegenwoordig herdacht op de Diada, de Catalaanse nationale feestdag op 11 september. 1714 is een jaartal dat nu nog overal terugkeert. In Camp Nou, het stadion van voetbalclub FC Barcelona, wordt na 17 minuten en 14 seconden spelen independència gescandeerd. Er zijn vlaggenmasten van 17 meter en 14 centimeter hoog. Lokaal gebrouwen 1714-bier, et cetera.

    Naast het volkslied Els Segadors is er de nationale dans sardana, een nogal ingetogen, stijve kringdans. Bij nationalisme hoort in Spanje ook godsdienst. Voor Catalanen krijgt die vorm in de maagd van Montserrat. Dit donkere Mariabeeld staat in het klooster op de Montserrat, een opvallend gekartelde rotsformatie die geldt als een heilige berg. De prijzen die FC Barcelona wint worden ter zegening aan de Maagd van Montserrat gepresenteerd.
    Dat Barça (motto: més que un club, meer dan een club) geldt als het officieuze nationale Catalaanse elftal. Voormalig Barça-trainer Pep Guardiola, een halfgod in Catalonië, is internationaal misschien wel de bekendste pleitbezorger van onafhankelijkheid.

    Ook is er de estelada, de officieuze onafhankelijkheidsvlag. Deze is een variatie op de officiële Catalaanse vlag, de senyera. Die laatste bestaat uit rode en gele banen. Bij de estelada is hier een blauwe driehoek met een witte ster overheen gelegd. Net als op de vlaggen van Puerto Rico en Cuba, die ook ooit onafhankelijk werden van Spanje. Er is van de estelada ook een rood-gele variant, die vooral gebruikt wordt door links-republikeinse separatisten.

  5. Waar komt de huidige opleving van nationalisme vandaan?

    Zoals in meer delen van Europa stak in de tweede helft van de 19de eeuw in Catalonië een nationalistisch sentiment de kop op. De renaixença, een romantische wedergeboorte van de Catalaanse taal en cultuur, uitte zich aanvankelijk vooral in de literatuur en poëzie. Al snel werd het catalanisme ook omarmd door de gegoede burgerij. De bankiers en industriëlen van Barcelona hadden daar overigens nogal prozaïsche motieven voor: ze wilden zich zo beschermen tegen het oplaaiende anarchisme onder de arbeidersklasse (veelal migranten uit andere delen van Spanje). En later, na het verlies van de laatste koloniën Cuba en de Filippijnen in 1898, om zich af te zetten tegen Spanje. Vooral Cuba was een hele belangrijke markt geweest voor Catalonië. Dat die verloren ging, zorgde voor een verwijdering tussen de Catalaanse bourgeoisie en Madrid.

    In 1932 kreeg Catalonië voor het eerst zelfbestuur binnen Spanje. Het uitbreken van de Burgeroorlog in 1936 en de daaropvolgende Franco-dictatuur maakten daar binnen enkele jaren alweer een eind aan. Onder Franco werd de Catalaanse taal en cultuur verder onderdrukt. De generaal die het land tot zijn dood in 1975 zou regeren, wilde één Spanje, één natie, onder God. Daarvoor was geen plek voor Catalaanse ‘eigenheid’.

    Onder de nieuwe grondwet die eind jaren zeventig tijdens de overgang naar democratie werd opgesteld, kreeg Catalonië zijn zelfbestuur terug. De gematigd-nationalistische, centrum-rechtse partij Convergència behield als politiek vehikel van de bourgeoisie bijna dertig jaar de macht. Ze wist steeds meer competenties te regelen voor Catalonië door dealtjes te sluiten met de landelijke leiders in Madrid. Van een eigen politiemacht tot zeggenschap over het onderwijs. Ook werd het Catalaans ‘genormaliseerd’, een eufemisme voor het leidend maken van de regiotaal boven het Spaans. Steeds meer mensen leerden de taal spreken en schrijven. De eigen cultuur werd verder afgestoft. De trots groeide.

    Lees hier een reportage over het Catalaanse geschiedenisonderwijs

    In 2006 kreeg Catalonië een nieuw regiostatuut: hieronder verwierf het de status van ‘natie’ binnen Spanje. Het statuut was het resultaat van een pact met de toenmalige centrum-linkse premier Zapatero. De centrum-rechtse Volkspartij (PP) voerde er fervent campagne tegen en stapte naar het Constitutioneel Hof. Dat haalde na grote vertraging, in 2010, een streep door grote delen van het statuut. Datzelfde jaar ging een enorme massa Catalanen tijdens de Diada boos de straat op. Het werd het begin van een almaar aanzwellende golf van onvrede jegens Madrid.

    Die woede werd aangewakkerd door de economische malaise. Door de eurocrisis moest er in Spanje fors bezuinigd worden. Om de uitgaven onder controle te krijgen, kregen regio’s meer bemoeienis van de regering van de in 2011 aangetreden centrum-rechtse premier Mariano Rajoy. Dezelfde Rajoy die in 2006 als oppositieleider het verzet tegen het Catalaanse statuut had aangevoerd.

    Kleinere, radicale nationalistische partijen vertolkten de onvrede hierover het best. Zij wonnen terrein op de gematigde nationalisten van de aloude machtspartij Convergència, die ook nog in opspraak kwam door allerlei corruptieschandalen. Deze radicalere, vaak linksere nationalisten bepalen sindsdien de politieke agenda in Catalonië. Zij begonnen met organiseren van de eerste volksraadplegingen op gemeenteniveau. Later wisten ze de Catalaanse leiders zover te krijgen zulke referenda ook regionaal uit te schrijven.

  6. “We stemmen om vrij te zijn”, staat op de posters die vrouwen ophangen in Barcelona.

    Foto Susana Vera/Reuters
    Foto Susana Vera/Reuters
    Foto Susana Vera/Reuters
  7. Hoeveel Catalanen willen echt weg uit Spanje?

    Een ruime meerderheid van de Catalanen, wijzen peilingen uit, wil een eerlijk, ook door Spanje erkend referendum over de toekomst van Catalonië. Een grote minderheid van rond de 40 procent zou daarbij voor onafhankelijkheid stemmen. Bij een eerder, officieus referendum dat de nationalisten in 2014 hielden, lag dit percentage twee keer zo hoog. Hierbij kwamen dan ook vooral aanhangers van afscheiding opdagen. Veel nee-stemmers boycotten de stemmingen toen.

    De steun voor afscheiding daalt sterk als je Catalanen vraagt of ze genoegen zouden nemen met een eigen staat buiten de Europese Unie. Een onafhankelijk Catalonië zou opnieuw lid moeten worden van de EU. Daartoe zou het een toetredingsprocedure moeten doorlopen, waarbij Spanje als bestaande lidstaat vetorecht heeft. Madrid zou Catalaanse toetreding eindeloos kunnen blokkeren – en lijkt dit ook van plan. Zo erkent het als een van de weinige Europese landen niet Kosovo, het Balkanland dat zich na een omstreden referendum afscheidde. Madrid wil geen precedentwerking.

  8. Waarom gunt Madrid de Catalanen niet gewoon hun referendum?

    Hoofdsteden in andere landen lieten weerspannige regio’s of landsdelen wél stemmen. Québec in Canada, Schotland in het Verenigd Koninkrijk. Zeker voor de huidige, centrum-rechtse regering-Rajoy is dit een gruwel. Zijn Volkspartij, die deels voortkomt uit het Franco-regime, heeft een electoraat dat pleit voor een sterke centrale staat. Bovendien zouden andere regio’s het Catalaanse voorbeeld willen volgen – Baskenland voorop. Een Catalaans en Baskisch vertrek zou Spanje financieel sterk raken.

    Voor de impopulaire premier Rajoy is de huidige crisissfeer politiek gunstig. In de rest van Spanje hebben velen wél begrip voor zijn harde lijn. Catalonië hangt vol met esteladas, maar ook in onder meer Madrid hangen mensen nu Spaanse vlaggen aan hun balkon. Sommige van de extra agenten die vanuit Spanje naar Catalonië worden gedirigeerd, zijn bij vertrek uit hun kazernes met vlagvertoon en leuzen als ‘ga ze pakken’ uitgezwaaid.

    Bovendien wordt het nieuws nu al weken bepaald door Catalonië: over de vele corruptieschandalen rond Rajoy en diens PP heeft niemand het meer.
    Ook voor de Catalaanse nationalisten heeft de crisis voordelen. Ze organiseren weliswaar hun eigen nederlaag: het referendum zal óf niet doorgaan en sowieso niet snel erkend worden buiten Catalonië. Maar dit zal onder hun achterban het nationalistisch ressentiment jegens Madrid verder voeden. De politici achter de volkspeiling kunnen weliswaar opgepakt en veroordeeld worden, maar dit zal hun in Catalonië een martelaarsstatus geven.

  9. Hoe gaat dit nu aflopen?

    Nationalisme smaakt altijd naar meer. Het is een voertuig dat wel van snelheid kan veranderen, maar niet van richting: die is altijd vooruit. Ook van oudsher gematigde Catalaanse nationalisten zijn gaandeweg gaan pleiten voor zelfbeschikking, soevereiniteit, onafhankelijkheid. Sinds het uitkleden van het regiostatuut, in 2010, lijkt de geest bovendien helemaal uit de fles.

    Aanvankelijk hadden de Catalanen misschien nog gesust kunnen worden met meer investeringen. Met een eigen belastingregime, zoals de Basken al wel hebben. Of met een herstel van de status van natie. Maar de afgelopen jaren is er amper gesproken tussen Madrid en Barcelona. Ook de middenweg van een federaal Spanje, naar Duits voorbeeld, is nooit serieus verkend.

    De separatisten bepleiten daarom via het illegale referendum Spanje voor voldongen feiten te stellen. Zodra we eenmaal de onafhankelijkheid uitroepen, moet Rajoy wel met een aanbod komen, voorspellen zij.

    Madrid houdt nog één machtsmiddel achter de hand, het inroepen van artikel 155 van de grondwet. Daarmee kan het Catalaanse zelfbestuur worden opgeheven en onder landelijke controle worden gebracht. Dit geldt als ‘de nucleaire optie’, die voor grote verontwaardiging onder Catalanen zou leiden.

  10. Dreigt er dan nu zondag geweld?

    Wie geweld en nationalisme zegt, dacht in Spanje altijd aan Baskenland, niet aan Catalonië. De Baskische afscheidingsbeweging ETA zaaide een halve eeuw terreur met ruim achthonderd doden als gevolg. De Spaanse staat sloeg hard terug. In Catalonië daarentegen bleef het nationalisme altijd geweldloos – op enkele aanslagen van Terra Lliure na, maar die gewapende groep kwam nooit echt van de grond.

    Sinds het wegkwijnen van de ETA vormt Catalonië voor Madrid intussen een groter probleem dan Baskenland. Spanje heeft in reactie op de Catalaanse vasthoudendheid de afgelopen weken al tegenmaatregelen genomen. De controle over Catalaanse overheidsfinanciën is overgenomen. Er zijn topambtenaren gearresteerd die de volkspeiling voorbereidden. De circa zevenhonderd burgemeesters die willen meewerken aan het plebisciet, zijn gewaarschuwd dat ze vervolgd kunnen worden. De Spaanse militaire politie, de in Catalonië gehate Guardia Civil, heeft invallen gedaan bij de drukkerijen van verkiezingsposters en stembiljetten.

    Uit andere delen van Spanje zijn extra agenten en materieel naar de regio gestuurd. Het Catalaanse politiekorps, de Mossos d’Esquadra, is onder bevel van een kolonel van de Guardia Civil geplaatst. Dit laatste om te zorgen dat ook Catalaanse agenten zondag zullen optreden tegen het referendum. De majoor van de Mossos heeft zijn agenten opgedragen de stembusgang te voorkomen en dat ze geen geweld mogen gebruiken - alleen ter eventuele zelfverdediging.

    Het wordt de vraag of agenten alle stemlokalen kunnen dichthouden en welke mate van geweld ze gebruiken om burgers te beletten hun stem uit te brengen. Zaterdag sloot de politie al 1.300 van de 2.316 schoolgebouwen af, die zijn aangewezen als stemlokalen. 163 schoolgebouwen worden echter sinds vrijdag bezet door nationalistische burgers die willen voorkomen dat de politie deze ook afsluit. Tegen eerdere illegale referenda werd niet vooraf ingegrepen, alleen na afloop juridisch. Ze verliepen in een rustige, bijna folkloristische sfeer. De spanningen kunnen nu echter snel oplopen, mochten bij duw-en-trekwerk rond stembureaus gewonden vallen (of erger).

  11. Foto Jon Nazca/Reuters
    Foto Raymond Roig/AFP
    Foto Raymond Roig/AFP
    Foto’s Jon Nazca/Reuters (b) en Raymond Roig/AFP (o)
  12. Kan er niet iemand bemiddelen?

    Binnen Spanje heeft de politiek de afgelopen jaren collectief gefaald de Catalaanse kwestie tijdig op te lossen. De koning, die in Spanje een ceremoniële functie bekleedt, zou in het geval van verdere escalatie mogelijk een rol kunnen opeisen. Felipe VI kent de regio redelijk en spreekt Catalaans. Een van de titels die hij draagt, is die van Graaf van Barcelona. Na de recente aanslag op de Rambla in Barcelona tekende hij in het condoleanceregister met juist deze titel.

    Felipe volgde in 2014 zijn vader Juan Carlos I op. Die kreeg ook al vroeg in zijn koningschap een grote crisis te verwerken. Op 23 februari 1981 deed kolonel Tejero van de Guardia Civil een poging tot een staatsgreep. De koning, tevens opperbevelhebber van het leger, verscheen in uniform op televisie en riep de kolonel en zijn mannen tot de orde. Juan Carlos smoorde de coup effectief. 1 oktober 2017 kan voor zijn zoon eenzelfde soort vuurdoop worden. Complicerende factor daarbij is dat een flink deel van de separatisten fervent republikein is. Zij zullen niks zien in bemiddeling door Felipe.

    Burgemeester Ada Colau van Barcelona – van een linkse protestpartij, maar geen separatist – liet bijvoorbeeld het staatsieportret van de koning uit haar stadhuis verwijderen. Zij riep in een ingezonden stuk in The Guardian juist de Europese Commissie op te bemiddelen.

  13. Kan ik straks nog wel op stedentrip naar Barcelona?

    Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken roept bezoekers van Spanje in een vorige week aangepast reisadvies op ‘alert’ te zijn rond de stembusgang en „manifestaties te vermijden”.

    Als Catalonië inderdaad uit Spanje valt, zal het aanvankelijk ook buiten de Europese Unie en de Schengenzone belanden. Catalanen doen dit af als een vals doemscenario, dat Madrid verspreidt om het separatisme te ontmoedigen. Maar buiten Spanje bestaat veel minder interesse in de Catalaanse kwestie dan daarbinnen. Andere EU-lidstaten en de Europese Commissie steunen, in ieder geval naar buiten toe, de juridische aanpak van de Spaanse regering onvoorwaardelijk. Bovendien zijn er meer landen met weerspannige regio’s: Vlaanderen, Veneto, Lombardije, Corsica, Silezië, misschien wel Friesland. In andere hoofdsteden zit men, kortom, niet te wachten op een Catalaans precedent. Ter illustratie: De Vlaams-nationalistische partij N-VA zou een onafhankelijk Catalonië wél willen erkennen, maar haar coalitiepartners in de Belgische regering weer niet.

    Als het werkelijk zover komt dat Catalonië (tijdelijk) buiten de EU treedt, zal de nieuwe republiek zelf waarschijnlijk geen strenge grenscontroles invoeren. De Catalanen zijn zeer pro-Europees, en economisch sterk afhankelijk van toerisme.

    Probleem is wel dat de regio na een vertrek uit de EU, ook buiten het eurosysteem zou kunnen vallen. Catalaanse banken zouden dan geen toegang meer hebben tot de Europese Centrale Bank. Het is de vraag hoe het geldverkeer dan blijft functioneren. Er zijn meer landen (vooral landjes) die geen EU-lid zijn en wel de euro gebruiken. Dit is niet van vandaag op morgen geregeld. En Spanje zal het mogelijk tegenwerken. Ook dit risico doen de nationalisten overigens af als vals schrikbeeld.

  14. En FC Barcelona, hoe moet het daarmee?

    Die club zou na een hypothetisch Catalaans vertrek uit Spanje buiten de Primera División vallen. Er gaan stemmen op om dan maar aansluiting te zoeken tot de Franse competitie, waarin de club van prinsdom Monaco al meedraait. De altijd beladen Clásico tussen Real Madrid en Barcelona zou een interlandvariant krijgen: Catalonië-Spanje. Een andere optie: ‘gewoon’ blijven spelen in het Spaanse profvoetbal. De club uit het ministaatje Andorra deed dit in de vorige eeuw ook. Ook de Catalaanse profclubs Espanyol (niet-nationalistisch) en Lleida (wel nationalistisch) zouden ergens onderdak moeten vinden.

  15. Met medewerking van Koen Greven in Barcelona en Anouk van Kampen in Brussel.