Cultuur

Interview

Interview

De minister van Defensie Jeanine Hennis Plasschaert bezoekt de Nederlandse troepen in Mali.Foto Evert-Jan Daniels

‘Voortgang missie in Mali woog zwaarder dan veiligheid militairen’

Vredesmissie Mali

De problemen in de krijgsmacht zijn structureel, aldus Tjibbe Joustra, voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV). Behalve in Mali zijn ook bij andere incidenten onverantwoorde risico’s genomen.

De Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) heeft onder voorzitter Tjibbe Joustra zeer verschillende onderzoeken gedaan naar incidenten bij defensie, die echter sterke overeenkomsten vertonen. Donderdag verscheen het onderzoek met de schokkendste conclusies: de dood van twee militairen die vorig jaar omkwamen in Mali, toen tijdens een oefening een mortiergranaat vroegtijdig ontplofte, had voorkomen kunnen worden als defensie zich beter aan de eigen regels had gehouden. De bewuste granaat kwam uit een partij mortieren waarvan de krijgsmacht had kunnen en moeten weten dat die niet deugde.

Joustra mag zich namens de OVV wettelijk niet met de schuldvraag van het incident bemoeien. Toch zegt hij: „Het is evident dat als die granaten niet waren aangekocht en gebruikt, dit incident in deze omstandigheden niet had plaatsgevonden.”

Grote haast

De granaten waren in 2006 met grote haast in Bulgarije aangeschaft voor de missie in Afghanistan. De granaten hadden uitgebreid getest moeten worden, maar was niet gebeurd, zegt Joustra. Anders was volgens hem ontdekt dat de granaten niet deugden. In plaats daarvan werden ze ingezet in Afghanistan en later bij de VN-missie in Mali.

De OVV concludeert even hard over de medische zorg voor militairen tijdens die missie. Bij de ontploffing van de mortiergranaat raakte een derde militair ernstig gewond, die werd geopereerd in een Togolees VN-ziekenhuis dat niet voldeed aan de eisen van de Nederlandse krijgsmacht.

Dat was volgens Joustra geen slordigheidje. „We hebben echt het idee dat de voortgang van de missie het heeft gewonnen van de zorg die is vereist”, zegt Joustra. De veiligheid van het eigen personeel heeft voor defensie niet voorop gestaan.

Joustra oordeelt hard over Defensie: „Als de politiek een missie wil, is de eerste reactie: ‘We gaan d’r an.’ Men bekommert zich minder over onder welke randvoorwaarden dat kan.”

Onverantwoorde risico’s

Het incident in Mali staat op zich, toch ziet Joustra parallellen met twee eerdere onderzoeken die hij leidde: die naar de dood van een commando in opleiding bij een schietincident in maart vorig jaar en een zogeheten ‘klokkenluiderszaak’ in Eindhoven. Ook daar ging defensie niet professioneel om met de veiligheid van de eigen mensen, zijn onverantwoorde risico’s genomen en reageerde de organisatie slecht op interne kritiek.

Sommige politici suggereren dat de problemen van defensie vooral een kwestie van geld zijn: er is de afgelopen jaren sterk op de krijgsmacht bezuinigd. Maar Joustra vindt dat te makkelijk. „Het heeft meer te maken met besluitvorming, met de omgang bij defensie met kritische geluiden en met de mentaliteit en cultuur binnen de krijgsmacht.”

De volgende minister van Defensie zal moeten accepteren dat de Nederlandse krijgsmacht te klein is voor de internationale ambities die zowel politici als de militaire top hebben, concludeert Joustra.

Maar de eerste zorg moet gaan naar munitiebeheer. Tijdens het onderzoek merkte de OVV zelf hoe slecht dat op orde is. Op verzoek van Defensie reisden onderzoekers afgelopen zomer af naar Mali om onderzoek te verrichten op de overgebleven granaten, maar die bleken spoorloos. Pas later werd ontdekt dat die al in het najaar van 2016 grotendeels waren vernietigd.

Al weet defensie volgens Joustra nog steeds niet zeker of die vernietiging volledig was. „Defensie vond het vreselijk, maar het is wel een beetje exemplarisch voor hoe er kennelijk met zaken wordt omgegaan in die munitieketen.”