Referendumwet na jaren debat voorbij

Tweede Kamer

De initiatiefnemers ervan stemmen nu tegen een bindend correctief referendum. Daarmee strandt de wet definitief.

Met zichtbaar ongemak spraken Kamerleden van D66, GroenLinks en PvdA woensdag over de wet die ze niet zo lang geleden nog fier verdedigden. Voor de tweede keer – dat is nodig bij een grondwetswijziging – debatteerde de Tweede Kamer woensdag over een wetsvoorstel dat een bindend correctief referendum mogelijk had moeten maken. Maar nu de oorspronkelijke indieners hun handtekening hebben ingetrokken, is er geen Kamermeerderheid meer.

In 2013 en 2014, toen de Eerste en Tweede Kamer er in de zogenoemde eerste lezing over spraken, was er nog een ruime meerderheid. Nu zijn alleen Forum voor Democratie (FvD), SP en PVV nog vóór.

De partijcongressen van GroenLinks en de PvdA schrapten het bindend referendum uit hun verkiezingsprogramma’s – volgens de indieners op het PvdA-congres ging het (niet-bindende) Oekraïne-referendum „te weinig over de inhoud”. D66 is nog steeds voorstander van een bindend correctief referendum, benadrukte Kamerlid Rob Jetten, maar niet als die over internationale verdragen gaan.

Daarover gingen de enige twee referenda van de laatste jaren juist wel. In 2005 stemde ruim 60 procent tegen de Europese Grondwet, in april 2016 verwierpen stemmers het associatieverdrag van de EU met Oekraïne.

De drie oorspronkelijke indieners waren voorstanders van die verdragen, maar zeiden woensdag dat hun nieuwe standpunt niet door de uitslagen van de referenda komt. GroenLinks-Kamerlid Özütok pleitte voor meer experimenten met deliberatieve democratie, waarin burgers vooral met elkaar in gesprek gaan. Ook D66’er Jetten deed dat.

Dat was niet voldoende voor de resterende voorstanders van de wet. Ze verweten de drie partijen „demofobie”; angst voor de burger. PVV’er Martin Bosma las een oude speech van D66-leider Pechtold uit 2009 over het referendum voor. Thierry Baudet (FvD) zei dat de tegenstanders „de kiezer niet serieus nemen”. SP’er Renske Leijten verweet D66 het wetsvoorstel „een mes in de ribben te steken”.