Proef met bijstand in Rotterdam: 32 uur per week bezig

Uit de uitkering

Voor mensen in de bijstand die niet snel werk vinden, probeert de stad een nieuwe aanpak. Het oplossen van je problemen als werk.

Ronald, die niet op deze foto staat, kwam in de bijstand en was al 63, maar vond toch zo'n baan. Foto Remco Koers

Elke ochtend van 7 tot 9: huishouden. Dinsdag, vrijdag en zaterdag: sollicitaties bekijken. Dinsdag ook naar de sociale dienst, woensdag kinderen ophalen, vrijdagochtend naar de voedselbank – eten halen. De zondag is leeg. „Zondag is de blije dag”, zegt Ronald (63). Het A4’tje met zijn weekagenda is netjes, met de hand, ingevuld. Hier begon hij mee toen hij ruim drie maanden geleden werd geselecteerd voor de proef van de gemeente Rotterdam met de bijstand. Dit grootschalige experiment loopt sinds maart.

Ronald kwam vorig jaar in de bijstand. Bij de ‘gewone’ begeleiding van de gemeentelijke dienst Werk en Inkomen zat hij achter een computer vacatures te bekijken. „Niets voor mij”, zegt de voormalig heftruckchauffeur. Hoofdschuddend: „En ik moest papier prikken.” Het leverde niets op.

Toen kwam hij terecht in de nieuwe proef, in de wandelgangen ‘de weekagenda’ genoemd. „We zoeken nog naar een betere naam”, zegt Ida Dral. Zij leidt de dienst die met uiteindelijk 500 bijstandsgerechtigden de nieuwe aanpak uitprobeert.

Papier prikken

De aanpak houdt in dat werkzoekenden met een bijstandsuitkering voortaan controleerbaar 32 uur per week moeten besteden aan het vinden van werk. Door te solliciteren, werkervaring op te doen, of door hun leven op orde te krijgen.

Veel mensen in de bijstand spreken bijvoorbeeld geen of slecht Nederlands. Velen zijn laaggeletterd: in sommige wijken in Rotterdam kan eenderde niet op vmbo-niveau lezen en schrijven. Die moeten daar dus aan werken. Wat ook telt: organiseren van opvang voor je jonge kinderen, aanpakken van de schulden in je gezin of regelen van hulp als je kinderen dreigen te ontsporen.

Marlin Huygens, bij de gemeente directeur Werk: „Met deze methode pakken we de mensen vast, en we laten ze niet los voordat de belemmering om te gaan werken is opgelost. Dat vinden wij socialer dan ze aan hun lot over te laten”, vat ze samen.

De Rotterdamse aanpak, sinds 2011, is mensen met een langdurige bijstandsuitkering – in feite uitgeschakeld voor de arbeidsmarkt – twintig uur per week iets terug te laten doen; vrijwilligerswerk, een cursus volgen voor hun eigen ontwikkeling. Dit betreft pakweg de helft van Rotterdams 38.000 bijstandsgerechtigden. Wie wél betaald werk kan verrichten, moet na aanvraag van een bijstandsuitkering 15 weken lang 8 uur per week aan de slag – in een zelf gevonden baan of voor de gemeente papier prikken – en daarnaast cursussen volgen. De proef is voor de groep daartussen. Mensen mee die wel kunnen werken, maar na 15 weken toch nog geen baan hebben. En mensen van wie op voorhand duidelijk is dat 15 weken te kort is om ‘werkklaar’ te zijn.

De ‘Rotterdamse aanpak’ heeft landelijk navolging gevonden en, in verhouding tot andere grote steden, geleid tot minder nieuwe aanvragen voor bijstand. Hij leidde ook tot veel discussie: te veel mensen die zinloos bladeren prikken, te vaak strafkortingen voor mensen die onvoldoende doen in ruil voor de bijstand.

Zwarte schoonmaakadresjes

Voor wie denkt dat de gemeente al langer mensen in de bijstand helpt hun problemen op te lossen: nee. Ja, op papier – maar door „versnippering” komt het er vaak niet van, zegt Huygens. Kortweg: wie over werk voor mensen in de bijstand gaat, gaat niet over schuldhulpverlening of kinderopvang. In de nieuwe aanpak krijgt de bijstandsgerechtigde één contactpersoon bij de dienst, die hij meermalen per week spreekt, en die de weg weet in alle regelingen.

De proef vindt zijn oorsprong ‘op’ Rotterdam-Zuid: het laboratorium van bestuurlijk Rotterdam. Marco Pastors, die met het Nationaal Programma Rotterdam Zuid al vijf jaar achterstanden in werk en scholing probeert weg te werken, merkte dat het aantal mensen in de bijstand gelijk bleef. „Er is werk, er zijn mensen die er op zich geschikt voor zijn, en toch lukt het niet extra mensen te laten uitstromen.”

De eerste reactie was de beproefde Rotterdamse aanpak intensiever toe te passen op Zuid. Dat leverde niet genoeg op. Omdat er vaak nog veel andere problemen spelen in de gezinnen op Zuid, zegt Pastors. „We hoorden van werkgevers terug dat mensen die net begonnen het werk best aankonden, maar dat ze de hele dag aan het bellen waren met hun kinderen, deurwaarders, woningcorporaties, noem maar op.”

Dan kun je denken als een hulpverlener, zegt Pastors: in die gezinnen is al zo veel aan de hand dat we niet óók nog over de uitkering kunnen beginnen. „Maar wij vinden het juist sociaal als je met die mensen bekijkt of er niet toch wat ruimte is om te werken.” Vandaar de proef. Als je niet kunt werken omdat je zoveel problemen hebt, wordt je werk het oplossen van die problemen. „De variant ‘thuiszitten met een uitkering’ is er niet meer.”

Het beschavingsprincipe

Het verschil tussen de bijstand plus toeslagen en het minimumloon is berucht gering. Pastors: „Het beschavingsprincipe schrijft voor dat mensen met een uitkering behoorlijk kunnen leven, en dat is goed. Maar dat mag werken voor je inkomen niet in de weg staan. Iemand in de bijstand met een paar zwarte schoonmaakadresjes gaat al richting modaal.”

In de praktijk blijkt het soms lastig die 32 uur te vullen, zegt Dral. De weekagenda wordt vooral in het begin gebruikt, om inzicht te krijgen in wat er bij iemand speelt, en hoe actief hij is. Ook leren mensen zo plannen. „Wij krijgen regelmatig mensen die nooit een agenda gebruiken, en afspraken met hun werkconsulent niet opschrijven.”

Werken zit bij veel mensen niet in hun mindset, zegt teamleider Dral. Kleine kinderen thuis, een man die ziek, zwak en misselijk is, weinig werkervaring – daar past voor veel mensen werk niet bij. „Wij weten de weg naar goede en betaalbare kinderopvang. Naar schuldhulpverlening. Naar werkervaringsplekken.” En als mensen dan eenmaal werken, zegt Dral, dan zie je ze opbloeien.

Bij Ronald is de aanpak gelukt. In het kantoor van Werk en Inkomen sluit hij vandaag zijn bijstandsperiode af. Na drie maanden bij Traffic Solutions, inclusief cursus Reset Yourself – „een soort therapie, meditatie”, zegt Ronald – heeft hij een baan als verkeersregelaar.

Correctie (28 september 2017): in een eerdere versie van dit stuk werd de suggestie gewekt dat Ronald, die in het verhaal voorkomt, de verkeersregelaar op de foto is. Dat is niet het geval.