Recht & Onrecht

Politiebazen, ga voor je vak staan Kamer, geef meer vertrouwen

Het is niet vreemd dat de vorming van de Nationale Politie tot ongelukken leidde. Het verbaast wel dat het er zo weinig zijn, schrijft Piet van Reenen in de Politiecolumn.

ANP ROBIN UTRECHT

In hemelsnaam geen nieuw project en al helemaal  geen parlementaire enquête. Die verzuchting slaakte ik bij het lezen van de recente rapporten over misstanden bij de politie:  dat van de Onderzoekscommissie COR Politie en het WODC onderzoek naar integriteitsschendingen van politiemensen, leden van de KMar en de FIOD.

En er komen er nog meer aan. Je ziet de trits al weer aankomen: Een rapport over een misstand bij de politie, gevolgd door publiciteit, veel  publiciteit, wat erg, allochtone agenten extra kwetsbaar, had ik al gedacht. De voorzitter van de Centrale ondernemingsraad ook corrupt, met geld gesmeten, wat een zootje. De korpschef heeft niet gecontroleerd, had wel gemoeten en het was ook al geen aardige man. Drama  zoeken, uitvergroten en  herhalen. De krant als nieuwsfabriek. En vervolgens ook de TV: deskundigen draven op in praatshows en politici natuurlijk.

Hoge toon

Daarna onvermijdelijk het debat in de Kamer. Hetzelfde schema:  verontwaardiging, veel eisen en veel  hoge toon, veel vragen aan de minister ook en daarna de toezegging van de minister. Hij of zij  gaat er iets aan doen. Liefst fundamenteel. Er wordt dus een project of zelfs een programma opgezet. Transparantie moet worden vergroot, procedures verscherpt en cultuur  verbeterd. Ja die cultuur, de omgangsvormen zoals Ruys ze in zijn COR rapport noemt, zit er steeds prominent bij. Looptijd, doelstellingen en terugmelding aan de Kamer worden vastgelegd, aan de gang dus! Tijd om een plas te doen.

Het meest curieuze voorbeeld van dit goedbedoelde  fenomeen vond ik in de discussie van de Kamer met de Minister over cultuur bij de aanvang van de reorganisatie van de politie in 2011. In de reorganisatie, zo meldde de nota van de minister, zouden  de cultuur en werkwijzen meegenomen,  daar mankeerde blijkbaar  nogal wat aan. Maar het geschetste perspectief was snel opgeschreven, zo gaat dat met ambtelijke stukken. Het was te vaag vond de Kamer, de minister moest specifieker zijn. Die deed dat  met een breed gebaar. Er  kwam een groot cultuurproject, met doelstellingen en een tijdlijn.

Hitteschild

En jawel, dat werd gemonitord en de voortgang ervan zou aan de Kamer worden gepresenteerd. Een ervaren politieonderzoeker zou die monitoring verzorgen. Iedereen tevreden. De cultuurverandering lukte natuurlijk niet, de monitoring al helemaal niet. Hoe kon het zijn dat minister noch Kamer wist dat culturen en zeker een cultuur als die van de politie heel moeilijk te veranderen is “if at all” . Die cultuur is de resultante van lange leerprocessen, niet die van de top, maar van de  basis. Hij is dienstbaar aan het werk in de praktijk, aan samenwerking  en het overleven in de woelige werkelijkheid op straat. Die cultuur is ook een hitteschild tegen bemoeienis van de leiding met de uitvoering en van de politiek met het werk,  een bemoeienis die binnen de politie diep wordt gewantrouwd.

Munitie

Ook het idee van een parlementaire enquête  is  lichtzinnig. Die dient  zeker in het huidige politieke klimaat geen oorzakenanalyse, maar de   vaststelling van de verantwoordelijkheid voor en dus verwijt over  wat er misging. Politieke munitie wordt het, meer dan hulp in de toekomst.  En wat is er te verwachten van de oordeelskracht van een parlement dat akkoord ging met een gigantische reorganisatie met grote afbreukrisico’s en daar een grote bezuinigingsopdracht bij toestond, een faalfactor van de eerste orde. En die die reorganisatie opdroeg aan een minister die een dergelijke operatie nog nooit had geleid en een korpsleiding, idem dito.

Erger nog was dat het akkoord ging met een duur van de operatie van aanvankelijk twee jaar. Bij de reorganisatie van 1991 bleek de looptijd tenminste tien jaar.  Een parlementaire enquête leidt  tot een politisering van de analyse, de schuldvraag en de remedies.  De politiecultuur  wordt dan alleen maar gesterkt in haar wantrouwen en sluit zich.

Onbesuisd

Het is niet verbazingwekkend dat deze onbesuisde reorganisatie tot ongelukken leidde. Het is eerder verbazingwekkend dat het er tot nu toe zo weinig zijn. Dat heeft vooral als oorzaak dat al die politiemensen, vaak mopperend en soms vloekend, gewoon door zijn  gegaan met werken, met het opvangen van de duizenden gebreken tijdens de reorganisatie, met de ingewikkelder wordende zaken.

De redding van de politie komt  nu niet uit grote verbeteringsprogramma’s.  Die komt van de  honderden kleine  en grote initiatieven die binnen de politie lopen om  het werk op peil te krijgen of te houden, om de kwaliteit te verbeteren en om de integriteit hoog  te houden.

Trots uitstralen

Leden van sterke instituties hebben hun trots, hun  professionaliteit, hun solidariteit en hun uithoudingsvermogen. Geef die de  ruimte en geef ze de tijd. Ook bazen mogen die trots uitstralen, ook en juist in het  publieke domein. Want de redding van de politie komt ook uit het doorbreken van de angst  voor publiciteit.  Meer vermetelheid bij politiechefs,  meer steun voor het werk van hun mensen, de bereidheid om  de discussie over de kritische rapporten die er ook in de toekomst weer aan zullen komen, te voeren. Politiebazen, ga voor je vak staan en Tweede Kamer: geef ruimte, zeur niet over elk incident, geef meer vertrouwen, stel minder Kamervragen  en bepaal je tot hoofdzaken.

De Politiecolumn wordt wekelijks geschreven door deskundigen uit de wereld van politie en wetenschap. Piet van Reenen was politieman, onderzoeker, directeur van de Politieacademie en hoogleraar Politie en Mensenrechten.