Opgevoed: Mijn dochter (8) is bang door het nieuws

Opgevoed Elke week legt een lezersvraag over opvoeding voor aan deskundigen. Deze week: Hoe bescherm je een kind tegen het leed dat via de media voorbij komt?

Illustratie Martien ter Veen

Moeder: „Hoe beschermen we onze kinderen tegen al het leed dat via de media voorbij komt? En als we ze daar niet tegen kunnen beschermen, wat zeggen we dan? Ik ben zelf leerkracht maar zelfs met mijn pedagogische achtergrond vind ik dat moeilijk.

Mijn dochter is acht, op school kijkt ze nu naar het Jeugdjournaal. De narigheid is tegenwoordig zo groot die daar voorbij komt: terreuraanslagen, orkanen, oorlog; ze komt daardoor steevast verdrietig en angstig thuis. Vraagt waarom mensen zo zijn, of dit ook ons kan overkomen.

„Zelfs als ze geen Jeugdjournaal zou kijken op school, kan ik haar niet beschermen tegen al die heftige informatie. Het komt via social media voorbij. Kinderen weten soms eerder van terreuraanslagen dan hun ouders.

„Ik wil haar graag geruststellen, maar ik moet ook eerlijk zijn. Ik zal nooit zeggen: ‘Dat overkomt ons niet’. Ik weet nog dat mijn zoon van tien een keer zei toen we zijn nichtje naar huis hadden gebracht: ‘Ze is net een zusje voor me. Als zij ooit dood gaat, weet ik niet wat ik zou moeten doen.’ Ik draaide me om in de auto, en zei: ‘Joh doe niet zo gek, dat gaat nooit gebeuren!’ Een week later kwam ze om bij een verkeersongeluk. Ik heb nooit meer oneerlijk willen zijn tegen mijn kinderen over het gevaar dat ze kan overkomen. Ook nu probeer ik eerlijk tegen mijn dochter te zijn over oorlog, terreur, leed. Maar hoe doe ik dat zonder dat ze daardoor gebukt door het leven gaat? Ik zou haar wat onbezonnenheid gunnen.”

Naam is bij de redactie bekend. Deze rubriek is anoniem, omdat moeilijkheden in de opvoeding gevoelig liggen. Wilt u een dilemma in de opvoeding voorleggen? Stuur uw vraag naar opgevoed@nrc.nl

Uiteindelijk bovenop

Marga Akkerman: „We hoeven voor onze kinderen de boze buitenwereld niet buiten de deur te houden. Ik ben een voorstander van Jeugdjournaal in de klas. En komt een kind daar verdrietig van thuis: prima, laat haar er maar goed over vertellen. We moeten met kinderen op een praktische manier over dat nieuws praten. Met vragen als: ‘Wat zou jij doen als je dit overkwam?’ Of: ‘Hoe zou jij dit aanpakken?’ activeer je hun probleemoplossend vermogen, en dat werkt anti-angst. Laat kinderen vooral hun eigen antwoord bedenken, dat vergroot hun gevoel van zekerheid. Er zijn er die tot actie overgaan: geld inzamelen, een sponsorloop organiseren. Iets doen is een uitstekende manier om angsten de baas te blijven. En je mag er als ouder best een nuchtere kansberekening op los laten: een heleboel dingen overkomen je ook gewoon niet. Dat het u toch eens is gebeurd, wil niet zeggen dat het andere leed u ook gaat overkomen.

„Maak u zelf en uw kind vertrouwd met de overtuiging dat wat je ook meemaakt, je er uiteindelijk weer bovenop komt. Dan blijft er voor kinderen, ook naast hun verdriet en angst veel tijd over voor onbezonnenheid en zorgeloosheid.”

Angst heeft een functie

Patti Valkenburg: „Uit ons onderzoek blijkt dat ongeveer veertig procent van de kinderen tussen 7 en 12 jaar weleens bang wordt van het Jeugdjournaal. Ouders hoeven daar niet van te schrikken. Angsten hebben een belangrijke functie in de kinderlijke ontwikkeling. Door angsten te overwinnen, ontwikkelen kinderen zelfvertrouwen en zelfstandigheid.

Je kunt je kind wel strategieën aanleren om zichzelf gerust te stellen. Het begint er mee de angst serieus te nemen, en goed te bespreken. Niet al op voorhand zeggen: ‘Er is niks om je zorgen over te maken’. Anders denkt je kind dat jij misschien niet de juiste persoon bent om mee te praten, en die persoon wil je wel zijn. In deze tijd, waarin ouders moeilijker poortwachter van informatie kunnen zijn dan vroeger, kun je tieners alleen nog effectief begeleiden en monitoren als ze zelf over hun problemen en zorgen met je willen praten. Pas zodra je weet om welke angst het gaat, kun je je kind verzekeren dat dat thuis niet zal gebeuren.

„Maar soms kan het thuis wél gebeuren. Dan kun je ook de aandacht van het kind proberen te richten op positieve aspecten van de gebeurtenis, bijvoorbeeld op de heldhaftige rol van hulpverleners en politie.”