‘Milieuramp op Sint-Maarten’

Milieuramp

Door de orkaan Irma lekt bij Sint-Maarten diesel in zee en is koraal zwaar beschadigd. Het duurt jaren voor de palmen terug zijn.

Foto Arie Kievit/ANP

Orkaan Irma heeft deze maand „een milieuramp” op Sint-Maarten veroorzaakt. Dat zegt manager Tadzio Bervoets van de Nature Foundation, een lokale NGO, na inspecties op het Nederlandse deel van het eiland en in zee.

„Ik ben niet aan het overdrijven”, zegt Bervoets aan de telefoon vanuit Sint-Maarten. „We hebben hulp nodig van de overheid om alles op te ruimen, maar ik verwacht dat er andere prioriteiten zijn, jammer genoeg. Dan hebben we niet alleen een ecologisch, maar op lange termijn ook een economisch probleem. Veel toeristen komen hier voor de natuur en de zee, en die geven weer geld uit in hotels en restaurants.”

In het water van Simpson Bay is naar schatting van de Nature Foundation meer dan 750.000 liter brandstof van gezonken boten gelekt.

Bij nadering van Irma lag deze baai bij het vliegveld vol boten. Verzekeraars, aldus Bervoets, verplichten de eigenaren namelijk bij orkanen een ‘veilige haven’ op te zoeken.

„Ik schat dat door de stormvloed meer dan tweehonderd boten zijn gezonken”, zegt hij. „Al die wrakken moeten geruimd worden. Zeilboten, jachten, vrachtschepen, van alles tussen de vijf en elf meter. Overal zie je masten uit het water steken. We hebben zeewier ver landinwaarts gevonden; er waren enorm hoge golven. Al die gezonken boten lekken nu diesel en afvalwater in de baaien. Je wilt niet weten in wat voor water ik gedoken heb bij de inspecties.”

De brandstof is vooral gelekt bij de westelijke Simpson Bay, en bij Oyster Pond aan de oostgrens met het Franse deel van Sint-Maarten. De verwachting is dat de diesel als drijvende laag voor een groot deel zal verdampen. De rest van de brandstof wordt door het water opgenomen.

Ook de lagunes aan de kust zijn vervuild, net als zeegrasvelden en de mangrovebossen; van deze bomen met wortels in het water is 90 procent verwoest, denkt Bervoets: „Het gaat zo’n tien jaar duren om alle brandstof in de wateren op te ruimen.”

Gerben van Es/ANP
Foto Gerben van Es/AP
De ravage op Orient Bay.

Foto Amandine Ascensio/AP

Het beschermde koraalgebied bij Sint-Maarten is zwaar beschadigd door de sterke stroming.

Het Man of War Shoal National Marine Park (2010) ten zuiden van het eiland omvat zo’n 31 vierkante kilometer. „Er zijn grote koraalkolonies afgebroken, structuren zijn omgevallen en het koraal is bedekt met slib, wat het herstel zal belemmeren”, zegt Bervoets. „Het koraalrif was voor de oprichting van het onderwaterpark al aangetast door afwatering, zoutafzetting, scheepvaart en overbevissing. Maar als we helemaal geen onderwaterpark voor de kust hadden gehad, was de stormvloed nog hoger geweest.”

Boten met duikers kunnen in dit gebied afmeren aan zware boeien, vastgemaakt aan de zeebodem, om het koraal niet te beschadigen met hun ankers. Door de orkaan zijn 18 van de 24 boeien verdwenen, volgens Bervoets.

De populatie van vissen, vogels en andere dieren is aangetast.

„Zo’n vier, vijf dagen voor de orkaan zag je heel veel activiteit in het water”, vertelt Bervoets. „Maar twee dagen ervoor was het ineens helemaal stil. Vissen voelen aan waterdruk, temperatuur en stroming dat er iets op komst is, denk ik.”

De Nature Foundation vreest voor vissterfte onder bijvoorbeeld snappers en zeebaarzen, waar ook vissers van afhankelijk zijn. Een oorzaak daarvan zijn lozingen. Bervoets: „Door de zware regenval tijdens de orkanen Irma en Maria zijn veel beerputten overstroomd. Dat stroomt allemaal naar zee.”

Van de tachtig à honderd zeeschildpadden op Sint-Maarten heeft „misschien de helft” het overleefd, denkt Bervoets. Ook de bruine pelikaan, die in het nationale wapen van Sint-Maarten staat, had het zwaar tijdens Irma. Dertig van de ongeveer tweehonderd pelikanen hebben het niet overleefd. „Er waren twintig pelikanen direct dood, de rest hebben we moeten laten inslapen, omdat ze hun nek hadden gebroken.”

De Nature Foundation heeft de bevolking opgeroepen zaad en suikerwater neer te zetten voor eilandvogels, zoals kolibri’s en suikerdiefjes.

De vegetatie kan zich snel herstellen – behalve de palmbomen.

De groene bergen van Sint-Maarten zagen na de orkaan bruin omdat alle bladeren waren weggewaaid of aangetast door zeezout. Inmiddels beginnen de bomen – van tamarindes en acacia’s, tot kapokbomen en flamboyant – alweer blad te krijgen. „Het gaat heel snel, het lijkt hier lente”, zegt Bervoets.

Maar het gaat wel jaren duren voordat Sint-Maarten weer een eiland vol wuivende palmen is. Veel palmbomen zijn afgebroken of hun kroon kwijt – en nieuwe groeien zo’n 25 tot 30 centimeter per jaar. Bervoets: „Palmbomen kunnen met de wind meebuigen, maar als ze eenmaal knakken, is het afgelopen. Ik heb zelfs een palm gezien die doorboord was door een andere palm.

Omdat veel vegetatie is verdwenen, is de omvang van de leguanenplaag nu ook goed te zien, aldus Bervoets. De felgroene iguana-iguana – die ook gegeten wordt– kwam aanvankelijk voor op nabijgelegen eilanden. Na de orkaan Louis (1995) heeft het dier vermoedelijk op drijfhout Sint-Maarten bereikt. „Ze zijn gaan paren met onze inheemse leguaan en hebben door genetische dominantie die soort compleet overgenomen.”

Correctie: De kop van dit artikel is als uitspraak van een milieuorganisatie tussen aanhalingstekens gezet. In een eerdere versie was dit niet zo.