Minder CO2-uitstoot, maar toename in overige gassen

Opwarming aarde

Ook al steeg wereldwijd de uitstoot van broeikasgassen, in de meeste landen daalt de uitstoot van CO2 wel, zo berekende het PBL.

Kolencentrales Foto iStock

De wereldwijde uitstoot van broeikasgassen, die leiden tot de opwarming van de aarde, is vorig jaar iets gestegen. Maar volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) gaat het om de kleinste stijging van de afgelopen kwarteeuw – met uitzondering van jaren waarin een wereldwijde crisis leidde tot een forse daling van alle economische activiteiten.

Het PBL berekende dat in totaal 49,3 gigaton CO2-equivalent in de atmosfeer is geblazen, ongeveer een half procent meer dan in 2015. Het gaat niet alleen om kooldioxide, veruit het belangrijkste broeikasgas, maar ook om bijvoorbeeld methaan, lachgas en zogeheten F-gassen (samen goed voor ongeveer 28 procent van de totale uitstoot). Omdat die gassen niet allemaal hetzelfde opwarmend effect hebben, zijn ze allemaal ‘omgerekend’ naar CO2.

Volgens het planbureau komt de geringe stijging van de totale uitstoot vooral doordat er meer van die overige broeikasgassen in de atmosfeer terecht zijn gekomen – deze cijfers zijn overigens minder betrouwbaar omdat ze door veel landen niet goed worden bijgehouden. Van die gassen vormt methaan met 19 procent volgens het PBL het grootste probleem. Methaan komt vrij bij de productie van fossiele brandstoffen, in de veeteelt en bij het verbouwen van rijst.

De uitstoot van kooldioxide laat in veel landen inmiddels een lichte daling zien. Dat komt vooral doordat er steeds minder steenkool wordt gebruikt. Bij de verbranding van steenkool komt relatief veel CO2 vrij.

Van de grote landen groeit alleen in India de uitstoot van kooldioxide nog fors, met 4,7 procent in 2016. In de Europese Unie en China is de uitstoot min of meer gelijk gebleven, terwijl die in de Verenigde Staten (-2 procent) en Japan (-1,3 procent) is afgenomen.

In het verleden was de stijgende uitstoot van broeikasgassen over het algemeen direct gekoppeld aan economische groei – wat nog steeds zichtbaar is in veel kleine ontwikkelingslanden en in India. In de meeste landen zet de trend zich voort van dalende emissies bij een stijging van het bruto binnenlands product (bbp). Dat komt door het toenemende gebruik van duurzame bronnen, zoals wind en zon, en ook door het gebruik van kernenergie, waarbij geen kooldioxide wordt uitgestoten.

Landen blijken steeds efficiënter met hun energie om te gaan. Die trend is volgens het planbureau ook doorgegaan in jaren waarin de economie stagneerde.

Toch zijn de cijfers weinig hoopgegevend voor de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs. Om die te halen moet binnen enkele decennia de netto-uitstoot van broeikasgassen dalen naar nul.