Column

Mickey Mouse

Een terras in de stad. Misschien wel de laatste zomeravond, zeggen we, en we trekken de panden van onze jassen nog wat dichter naar elkaar toe, maar sluiten ze niet. Een vrouw scharrelt langs de tafels. Twee bruine knotten prijken op haar hoofd als Mickey Mouse-oren. Daar tussenin is een veer gestoken. Ze lijkt van alles kwijt. Herschikt haar kleding en herstelt zich. Steeds opnieuw.

Ze gaat langs tafels en lijkt een vraag rond te torsen die niemand kan beantwoorden. Bij ons tafeltje horen we wat ze wil weten. „Hebben jullie misschien wat kleingeld over? Ik heb nog een beetje nodig voor de opvang, maar misschien ga ik er wel drugs voor kopen hoor. Dat weet ik nog niet.” Eerlijkheid met Mickey Mouse-oren opent tassen.

Ik kan zeventig cent vinden, mijn tafelgenoot diept ook munten op. Wat ze gebruikt? Coke of heroïne, het is haar om het even. Ze kan zonder. Makkelijk, hele dagen. Maar ze vindt het lekker, zegt ze. En de opvang? Nee, die heeft ze ook niet nodig, ze heeft een huis, in de Jordaan. Maar ze is er niet graag.

Is ze minder eenzaam tussen eenzamen? Absoluut. In dat huis komen de muren op haar af. Ze slaapt nog liever onder een brug. Dat kan erg gezellig zijn. Een biertje? Ja, dat wil ze wel. Ze gebruikt al sinds haar negende, zegt ze, maar heeft wel rechten gestudeerd, kappersvakschool gedaan, en nog een heleboel andere dingen.

In dat huis komen de muren op haar af. Ze slaapt nog liever onder een brug

Ze is geadopteerd, heeft twee adoptiemoeders gehad en een adoptievader. Hij was lief. Ze herinnert zich een kinderfeestje, mocht de hele klas mee naar de bioscoop. Er was taart. Een echt feestje, maar wel een beetje buitensporig, zegt ze. „Alles kunnen kopen is toch niet alles.” Heeft ze zelf kinderen? „Ach ja, ja. Mijn zoon is dood. Neergeschoten.” Ze begint te tellen op haar vingers en somt nog vier kinderen op. Nee, contact heeft ze niet. Ze is gek op duiven. Ze kijkt graag naar ze. Wordt ze vrolijk van. En dan meeuwen, die maken altijd zo’n show. Ratten vindt ze ook gezellig. Zo lag er eens een op haar schoot. Ze was bij het Centraal Station ergens in slaap gevallen met een schaaltje eten, zat er toen ze wakker werd gewoon een hele dikke rat op haar schoot van dat schaaltje te knabbelen. Ze was blijven zitten en had naar het beest zitten kijken en toen was hij ineens, hoeps, weg. Ze had zelf ook een rat gehad. Ratje heette hij. Stiekem, want hij mocht niet in de opvang.

Ze vertelt over een ziekenhuisopname, iets met longontsteking, maar ze was ook neergestoken zonder aanleiding en daar was ze gewoon mee gaan slapen. Met die steekwonden. Niemand had haar kunnen helpen toen het gebeurde. De volgende ochtend lag haar bed vol bloed. In het ziekenhuis was ze misselijk geworden van een sigaret. Maar ze wil er wel één hoor. Dankjewel.

Er loopt een meneer rond met een collectebus. Ik kan niet zien waar hij voor collecteert, maar ze kiepert zo al het geld dat ze net kreeg en nog veel meer in zijn collectebus. Ze legt ons uit hoe je coke kookt met ether, ammoniak of alcohol. „Gewoon in een glaasje in de magnetron, geen probleem.” Ze zoekt haar mes. Ze had er net mee gebasketbald maar hij was blijven hangen in het net en toen ze hem wilde pakken was ze gevallen. Ze laat haar blauwe plekken zien.

Uit haar broekspijp diept ze een verfrommeld papier op. Daar moeten we naar kijken. Ze had nog nooit zo mooi op de foto gestaan. Het lijkt een proces-verbaal. Maar ze wordt iebelig van dat zitten. Ze moet weer lopen. Ja, ik mag over haar schrijven. En ik mag haar bellen bij de opvang. Ze wenst ons een fijne avond en vertrekt weer, deze lieve Mickey Mouse.