Leg het klimaat maar eens aan de buren uit

Duurzaamheid Milieubewuste mensen hebben het graag over duurzame ideeën. Alleen de echte hersenkraker is: hoe krijg je de rest van de wereld mee?

Een foto uit de serie And then the Wind uit 2013 van de Britse fotograaf Robert Brook over zwerfafval. Foto Robert Brook/Getty Images

Voorzichtig schuifelen 250 paar voeten over een bospaadje op Terschelling. Hier loopt de ‘duurzame elite’ van Nederland – of ongeveer de helft daarvan. De rest is met de boswachter mee voor een nachtwandeling, of terug naar het hotel om de informatie uit een van de ruim dertig sessies van de afgelopen twee dagen te laten bezinken – over steden in tijden van klimaatverandering, over water als ordenend principe, over het sluiten van de kunststofketen in de industrie.

Het is stikdonker, op wat ledlampjes na die om de paar meter zorgen voor net genoeg licht om te weten waar je heen moet. Dan draait het pad naar links en ineens zijn daar feeëriek verlichte bomen, alsof er wolken van vuurvliegjes rond de kale takken zwermen. De wandelaars lijken hun pas even in te houden. Maar al snel zijn de meesten weer verdiept in hun gesprek.

Dit is Springtij Forum 2017. Wat acht jaar geleden begon als een klein festival voor zo’n honderd groene pleitbezorgers, is uitgegroeid tot een serieuze conferentie waar een kleine zeshonderd gasten uit wetenschap, bedrijfsleven, overheid en milieuorganisaties drie propvolle dagen lang praten over hoe we ons moeten voorbereiden op meer zware buien, minder gas en ander eten.

We zijn op weg naar Irene van Lippe-Biesterfeld, prinses Irene, die midden in het Formerumbos op Terschelling een ‘natuurcollege’ zal geven over de manier waarop we omgaan met de aarde. Tussen verstilde zang en cellomuziek door, en tegen de achtergrond van donkerrood verlichte bomen, houdt ze een pleidooi voor een zoektocht naar ‘duurzaamheid van binnenuit’. We mogen onszelf niet beschouwen als eigenaar van de natuur. Nee, we moeten er deelgenoot van zijn.

„We delen verbeeldingskracht”, zegt Marianne Berendse, algemeen directeur van Springtij, een dag eerder kort voor het vertrek van de Springtijboot uit de haven van Harlingen. En we delen ook bezorgdheid en vastberadenheid, voegt ze er meteen aan toe. Even later, in de plenaire zaal van het forum, noemt presentator Harm Edens de aanwezigen „gelijkgestemde zielen, op zoek naar een betere wereld”.

Durven we de burger te vertellen dat zijn waterschapsrekening wel eens zou kunnen verdubbelen?

Het is misschien wel de grootste zorg van de bezoekers van Springtij. De oplossingen zijn er, daar zijn de meesten wel van overtuigd. Maar hoe krijg je die oplossingen op tijd de wereld in? Waar zitten de belemmeringen? Wie vormt de hindermacht? En waar haal je het geld vandaan om die betere wereld te realiseren?

Harm Edens suggereert daarom grappend dat we niet alleen moeten twitteren met de hashtag #Springtij, maar met #Telegraaf of #Libelle. De Springtijers hoeven niet meer overtuigd te worden van de noodzaak om te veranderen, die anderen juist wel. Vandaar dat filmmaker Jeppe van Pruissen graag een documentaire wil maken over de gevolgen van klimaatbeleid voor de financiële wereld. Want hij merkt, vertelt Van Pruissen in een bijeenkomst over dat thema, dat het steeds moeilijker wordt om het verhaal uit te leggen aan zijn buren.

De elite wil wel

Laten we er niet omheen draaien, wij horen bij de elite, zeggen prins Carlos de Bourbon de Parme en Jaap Smit vrijdagochtend in koor. De eerste is directeur van de stichting Compazz die werkt aan het versnellen van de circulaire economie, de tweede is commissaris van de koning in Zuid-Holland. Die elite hebben we nodig, vinden beiden. Want de transitie vraagt om moed en leiderschap.

Het krachtigste pleidooi voor een versnelling van de groene revolutie komt uitgerekend van de directeur van werkgeversorganisatie VNO-NCW, Cees Oudshoorn. Nog niet zo heel lang geleden werden werkgevers door de meeste Springtijbezoekers beschouwd als belemmeraars van duurzaamheid. Maar die tijd lijkt definitief voorbij. Gaan bedrijven nu het leiderschap tonen dat prins Carlos en Jaap Smit bepleiten?

Een beetje merk heeft inmiddels een elektrische auto. Hier krijg je de prijzen en prestaties op een rij.

Oudshoorn legt de zaal uit dat hij een paar jaar geleden tot het inzicht is gekomen dat we „een verandering van tijdperk” doormaken. Dat gebeurde mede dankzij het werk van de Amerikaanse econoom Jeffrey Sachs, een van de goeroes van het duurzaamheidsdenken. Maar de transitie gaat lang niet snel genoeg, vindt Oudshoorn. De wereld heeft volgens hem „disruptieve innovatie” nodig, waarvan we eigenlijk nog maar nauwelijks weten hoe die eruit moet zien. Want dat is het lastige: er ligt geen blauwdruk voor die nieuwe economie.

Zeker is wel, dat je er niet komt met de wijsheid van de planbureaus, denkt Oudshoorn. Hun modellen zijn gebaseerd op de patronen uit het verleden, die kunnen alleen maar leiden tot een evolutionair proces. „Over de eerste 20 tot 25 procent reductie van broeikasgassen hebben we ongeveer 30 jaar gedaan”, zegt Oudshoorn. „Dat moet nu minstens vier keer zo snel.”

Oudshoorn lijkt te vergeten dat het juist die planbureaus zijn die hem in hun rapporten en met hun modellen uit het verleden de noodzaak van de versnelling keer op keer hebben ingefluisterd. Alleen maken de planbureaus nu eenmaal geen beleid. Dat moeten Oudshoorn en de zijnen doen, geholpen door de overheid.

De wetenschap waarschuwt intussen genoeg. Ook op Springtij. Zo wordt er tijdens de lunch gefluisterd dat Rob van Dorland van het KNMI een alarmerend verhaal heeft gehouden op de ‘Springtide Academy’, een nieuwe loot aan de Springtijstam, voor internationale studenten. Van Dorland heeft ze voorgerekend dat de ‘anderhalve graad’ al een illusie is.

Anderhalve graad Celsius is bij de meeste Springtijers een begrip. Het staat voor de maximale aardse opwarming die de klimaatproblemen redelijk binnen de perken lijkt te houden. Het getal is in 2015 onverwachts als een streefwaarde opgenomen in het klimaatakkoord van Parijs. Anderhalve graad is uitgegroeid tot een symbool van hoop.

Hoewel Van Dorland die hoop met een ferme zwiep van tafel heeft geveegd, overheerst bij de bezoekers van Springtij het optimisme. Voorbeelden daarvan zijn er genoeg. Op menige bijeenkomst wordt bijvoorbeeld gerefereerd aan de overstap van paard en wagen naar automobiel. Die gebeurde binnen enkele jaren. Zo snel kan een transitie dus gaan.

De meer dan vijftig sessies op Springtij gaan bijna allemaal over oplossingen. Hoe je miljarden mensen kunt voeden en de aarde intact houdt. Hoe je de natuur kunt gebruiken om jezelf te beschermen tegen zeespiegelstijging, hoe de Duitse Energiewende een voorbeeld kan zijn voor Nederland. Hoe je de top van het bedrijfsleven bewuster maakt van de risico’s door hun bonussen te linken aan klimaatbeleid.

Maar doet de rest ook mee?

Alleen wie goed luistert naar al die mooie vergezichten, hoort hoe de zorgen er doorheen schemeren. We zijn inderdaad heel snel van paard en wagen overgestapt naar de auto, omdat dat grote voordelen had. Maar de overgang naar elektrisch vervoer heeft voorlopig vooral nadelen: het is duur, heeft een kleine actieradius en een relatief lange laadtijd. Waarom zou je dat doen?

Ingrid Heemskerk van het Amsterdamse Waternet legt uit dat de riolering van de hoofdstad is gebouwd om maximaal 20 mm regenwater per uur op te vangen. Maar wat als er straks door klimaatverandering geregeld buien van 60 mm per uur vallen? Het rioleringsstelsel daarop aanpassen in een stad met zo’n gecompliceerde infrastructuur is uitgesloten. Durven we de burger te vertellen dat zijn waterschapsrekening wel eens zou kunnen verdubbelen?

Op een bijeenkomst over de financiële sector en de risico’s van zogeheten stranded assets (gestrand kapitaal, in sectoren die grote risico’s lopen door klimaatverandering) zijn de sprekers het eens over de noodzaak voor bedrijven om transparant te zijn over hun klimaatrisico’s. Dan kunnen investeerders de juiste keuze maken.

Maar, vraagt iemand in de zaal: wat nu als het geïnvesteerde vermogen daadwerkelijk strandt? Als Shell zijn oliereserves in de grond moet laten zitten en zijn aandeelhouders niet meer kan betalen? Wat betekent dat voor onze pensioenen? Komt er een bail-out van de olie-industrie? Waar halen we het geld vandaan om die te betalen? Het antwoord van het panel strandt in algemeenheden, alsof ze die uiterste consequentie van hun eigen verhaal niet willen geloven.

Renée Scheltema is de maker van de indrukwekkende film Normal Is Over, te zien in WestEnd Theater, een schitterend art-decozaaltje in West-Terschelling. Ze praat met internationale denkers en doeners van de groene revolutie. Bijna aan het einde vraagt ze de Amerikaanse landbouwwetenschapper Lester Brown, oprichter van het Worldwatch Institute, of de enorme opgave waar de wereld voor staat hem niet somber stemt. Nee, antwoordt Brown, het is te laat voor pessimisme.