‘Ik heb verzekeraars niet geflest’

Fraudezaak apothekers

Vader en zoon P. zouden jarenlang verzekeraars hebben opgelicht. Volgens het OM streek het tweetal 17,4 miljoen euro op.

Verzekeraars noemen medicijnen die ze vergoeden ‘preferent’. Niet-preferente middelen vergoeden ze gedeeltelijk of niet. Foto’s Sake Elzinga, Peter Brom/Dijkstra

Grootschalige declaratiefraude? Verzekeraars opgelicht? Miljoenen euro’s in eigen zak gestoken? „Niets is minder waar”, zegt de verdachte apotheker Jef P. uit Maastricht. Het Openbaar Ministerie denkt daar anders over.

Woensdagmiddag vond in de Rotterdamse rechtszaal de regiezitting plaats in een zaak rond, mogelijk, forse apotheekfraude in Limburg. Jef P. (76) is samen met zijn zoon Jaap (45) eigenaar van Verenigde Apothekers Limburg (VAL), een organisatie die de administratie doet van ruim dertig apotheken in de zuidelijke provincie. Het OM verdenkt het tweetal ervan de verzekeraars CZ, Zilveren Kruis en VGZ jarenlang te hebben opgelicht. Het onderzoek begon in 2015 nadat een van de verzekeraars aangifte had gedaan bij de Inspectie SZW.

Zo gingen vader en zoon te werk, vermoedt het OM: ze brachten bij verzekeraars preferente medicijnen in rekening, terwijl de VAL-apotheken aan patiënten juist niet-preferente medicijnen verkochten. Verzekeraars vergoeden preferente middelen wel, maar niet-preferente niet of slechts gedeeltelijk. Op deze manier streek het tweetal tussen 2013 en mei 2016 17,4 miljoen euro op, is de verdenking.

Uit het belang van de patiënt

„Er is geen sprake van dat ik de verzekeraars heb geflest”, zegt vader Jef in de rechtbank als de officieren van justitie de verdenkingen hebben voorgelezen. Hij hoeft niet te reageren, maar hij doet het toch. Jef – golvend grijs haar, gebruind, gerimpeld gezicht – heeft zichzelf niet verrijkt, herhaalt hij.

Hij legt het uit. Het komt regelmatig voor dat een bepaald medicijn dat door verzekeraars vergoed wordt, niet op voorraad is. Jef – „apotheker in hart en nieren”, aldus zijn advocaat – kiest in zo’n geval ervoor tóch hetzelfde medicijn van een ander merk te verstrekken, ook al wordt die niet vergoed. Allemaal in het belang van de patiënt, benadrukt P. Zomaar van medicijn wisselen, is namelijk nogal wat.

Maar, en dit is de „enorme inschattingsfout” zegt zijn zoon later telefonisch: ze declareerden dan nog steeds de medicijnen die wel vergoed werden. Als ze bijvoorbeeld omeprazol van Apothecon verkochten, brachten ze hetzelfde middel van Focus Farma in rekening, omdat de verzekeraar dat wel als preferent had aangemerkt. Volgens de advocaat gebeurde dit automatisch. Hoe dan ook, rijker zijn ze er niet van geworden, zeggen de verdachten, en de verzekeraars ook niet armer. Jaap P.: „Soms kwamen we goedkoper uit, soms duurder.”

Een enorme inschattingsfout of grootschalige fraude? Het OM houdt het op het laatste. Het tweetal staat terecht voor oplichting en valsheid in geschrifte. Justitie legde vorig jaar beslag op bankrekeningen van de familie en op huizen in Maastricht, Vaals en Meerssen.

Het OM beschouwt het als een grote zaak. Het bedrag van 17,4 miljoen euro dat het tweetal zou hebben opgestreken, is bijna even hoog als de totale zorgfraude die verzekeraars vorig jaar opspoorden in heel Nederland: 18,9 miljoen euro.

Duidelijk is dat de rechtsgang veel losmaakt bij vader en zoon P. Zoon Jaap P. zucht. Over de telefoon zegt hij: „We hadden niet verwacht dat dit zo’n probleem zou worden.”

De suggestie is snel gewekt dat de zorgsector één grote sjoemelbende is. Maar de zorg is zo ingewikkeld dat ze oneigenlijk gebruik over zich afroept. Dat moet eenvoudiger, schreef Marcel Canoy al in 2013.