Column

Heus, het was echt niet omdat ik allochtoon was

Diversiteit is geen hokje dat je inkleurt door krampachtig speciale functies te creëren voor Nederlanders met een migratieachtergrond, schrijft Lamyae Aharouay.

Een kleine maand geleden werd ik gebeld door een chef bij een programma van een van de grootste nieuwsorganisaties die ons land kent. Of ik wilde komen praten over een presentatieklus. Ik twijfelde of het iets voor mij was, maar het zou dom zijn om bij voorbaat al nee te zeggen. Een dag voor het gesprek deed ik wat research over wie het programma tot nu toe presenteerden. Binnen tien seconden viel het kwartje. Met uitzondering van een of twee presentatoren, waren het stuk voor stuk allochtonen. Volgens mij is de correcte benaming tegenwoordig ‘Nederlander met een migratieachtergrond’, maar in deze context is correct het ondergeschoven kindje.

Ik wist nu zeker dat ik de functie niet wilde. Dat is een heel persoonlijke afweging. Diversiteit is belangrijk, maar er moet wel over nagedacht worden. Het is geen hokje dat even ingevuld moet worden voor een goed gevoel. Een functie speciaal voor allochtonen creëren is hetzelfde als allochtonen weigeren voor een functie. Het is misbruik maken van afkomst, een factor waar je geen invloed op hebt. Toch besloot ik wel naar het gesprek te gaan. In mij schuilt nog altijd een idealist, een cynische weliswaar, maar toch. Als ik zou afbellen met een smoesje, zouden de chef in kwestie en de adjunct-hoofdredacteur van de omroep die er ook bij zou zitten zich wellicht nooit bewust worden van de fout die ze (onbewust) begingen.

In de auto op weg naar het gesprek repeteerde ik mijn tekst. Maar toen ik eenmaal handen had geschud en een beker water voor me had staan, floepte ik het er gewoon uit. „Ik denk dat het goed is om te vertellen dat ik deze functie helemaal niet wil hebben.”

Hun reactie had ik vooraf kunnen uitschrijven. Het was toch geen functie waarbij ik het alleen over allochtonen hoefde te hebben? En er was toch ook een autochtone presentator geweest? Als je niet goed was, dan was je natuurlijk niet uitgenodigd. Het was echt geen allochtonenfunctie. Een kwartier later kreeg ik juist te horen dat het ‘natuurlijk geen toeval was’ dat het overwegend mensen met een andere achtergrond waren. Enfin, gedraai om de brij heen. Toen kwam de aap uit de mouw. Er was een diversiteitsafdeling, en die had het idee om… De rest van de zin ben ik alweer vergeten.

Een diversiteitsafdeling die verzint dat er een speciale functie moet komen voor journalisten van wie de ouders duizenden kilometers verderop zijn geboren. Schiet mij maar lek. Zeg ik ook tegen de twee tegenover me. Ja, zegt de adjunct-hoofdredacteur. Van hem hoeft het allemaal ook niet zo nodig. Ik val stil. Als er iemand aan tafel zit om iets te veranderen, dan is hij het wel.

Shula Rijxman, de baas van de publieke omroep waar deze zender deel van uitmaakt, roept al zolang ik me kan herinneren dat diversiteit van groot belang is. Het is onduidelijk wat zij concreet heeft gedaan om dat waar te maken, los van het tikken van wat opiniestukken. Het is 2017 en bij de publieke omroep werken ze nog steeds met diversiteitsafdelingen en speciale functies voor allochtonen. Ik weet waar ik het over heb, want een paar jaar geleden presenteerde ik (helaas) ook even voor de moslimomroep. Door deze column zet ik misschien wel alle deuren op slot om ooit nog uitgenodigd te worden bij de zender in kwestie. Dat moet dan maar.

Zo’n diversiteitsafdeling is vast uit goede bedoelingen geboren. De diversiteit op redacties is ook om te huilen. Daar moet wat aan veranderen, en dat begint in het aannamebeleid. Maar diversiteit is geen hokje dat je inkleurt door krampachtig speciale functies te creëren en verder je ogen te sluiten voor je verantwoordelijkheid op dat gebied als nieuwsorganisatie. Diversiteit kun je niet forceren.