Column

Het bijbelse meisjesmoment

De kerken en de kathedralen van Italië laten me altijd binnen. En vervolgens sluiten ze me weer buiten. De kitsch, de heiligheid en die hijgerige blikken overal slaan me uit het veld. Architectuur en kunst worden ingezet bij wijze van overtuigingskracht. En omdat ik weinig meer voel dan minachting maak ik al snel dat ik weg kom, want het voelt als vals spelen. Maar ik blijf het proberen want ik weet: is zo’n kerk wél goed, dan is hij ronduit verpletterend.

De kathedraal van Genua is er zo een. De San Lorenzo zie je niet aankomen, die is er ineens, tussen de steegjes. Bescheiden kun je ’m niet noemen. Hij is enorm, van binnen en van buiten versierd met geometrische motieven in zachte kleuren en gekantkloste marmeren bogen. Maar ik voel me er niet of ik in andermans poppenhoek terecht ben gekomen. Pathos en sentiment zat hier, maar over alles is voor iedereen geldige schoonheid geblazen. De schoonheid die mensenhersens zich voorstelden en mensenhanden voor elkaar kregen.

En meteen al in het beeldhouwwerk naast de entree zie ik een formidabele versie van mijn favoriete bijbelse meisjesmoment: de Visitatie. Het bezoek dat Maria, a.s. moeder van Jezus, brengt aan haar nicht Elisabeth, a.s. moeder van Johannes de Doper.

De Bijbel is een mannenaangelegenheid, met bijrollen voor de vrouwen. Ze zijn Eva en Adams rib; ze zijn Sara en 90 en ‘toch nog’ moeder (en lachen mocht niet); ze zijn maagd en worden magisch bezwangerd. Maar de Visitatie definieert de unieke intimiteit van zwangere vrouwen die elkaars buik bewonderen: voel je ’m schoppen? Zelfs de Bijbel beschrijft het: „Zie, zodra ik uw groet hoorde, sprong het kindje van vreugde op in mijn schoot”, zegt Elisabeth (Lucas 1, 39-56).

De Visitatie. San Lorenzo, Genua, 13de eeuw. Foto Erik van Zuylen

De Visitatie is vaak afgebeeld, altijd met de vrouwen in verhullende gewaden. In Genua spitste een dertiende-eeuwse beeldhouwer hem zomaar toe op de sensualiteit van die strak gespannen zwangere buiken.

Dit is waar kunst voor bestaat. Hier wordt het onzegbare zichtbaar gemaakt en dat treedt buiten de oevers van de religie. Ik blijf de kerken dus binnengaan want soms zie ik iets wat ik als een wonder ervaar. Plus die andere wonderen. In Genua is dat de bom (hij staat in een hoekje) die op 9 februari 1941 níét in de kathedraal ontplofte. In Savona het tere fresco van Maria cum kind die op 14 maart 1601 met pilaar en al ongeschonden werd gevonden in het puin, toen de kerk was neergehaald om een nieuwe, deze, Dom te bouwen. Och, dat is toeval, zegt de realist. Ja, dat is toeval. Maar als zulk toeval een fresco redt, of zelfs een complete kathedraal, wens ik toch te spreken van een wonder.