Recensie

Eloquent betoog over de politieke dierenstem

Eva Meijer schreef een boek gebaseerd op haar proefschrift over dierenrechten.

Dieren worden massaal opgesloten, mishandeld, gedood, verminkt en tot consumptieartikel verwerkt, maar nu hebben ze ook eens een keertje mazzel: in de persoon van Eva Meijer hebben ze een voorvechter die zo goed schrijft dat ze haar publiek weleens zou kunnen overtuigen om op een andere manier met dieren om te gaan.

Meijers redenaties zijn verstrekkend. In haar recente essay De soldaat was een dolfijn, gebaseerd op haar proefschrift (UvA), betoogt de filosoof dat dieren niet alleen rechten hebben, maar ook een politieke stem zouden moeten krijgen. Mocht het concept ‘dierenrechten’ voor u al te ver gaan, dan zult u nu helemaal luidkeels protesteren. Dat zou onterecht zijn.

In een zuivere stijl zet Meijer uiteen dat veel mensen harde grenzen trekken tussen mensen en dieren. Mensen zouden een uitzonderingspositie verdienen omdat dieren niet kunnen praten, of omdat ze niet in staat zouden zijn om na te denken over hun handelen. Meijer, bekend als kunstenaar en romancier, brengt daartegenin dat dieren niet minder slim of minder waard zijn omdat ze anders zijn. ‘Niet-menselijke dieren zijn niet stom: ze hebben hun eigen talen en culturen, die we in veel gevallen verstaan of kunnen leren kennen.’ Overtuigend toont ze aan dat wij mensen eigenlijk alleen maar belangrijker vinden omdat ze mensen zijn, ‘en dat is een vorm van discriminatie: eigen soort eerst’.

Maar waarom moeten we dieren meteen een politieke stem geven? Volgens Meijer zijn dierenrechten prachtig, maar niet genoeg. Het zijn ‘negatieve’ rechten: bijvoorbeeld het recht om niet gedood of opgegeten te worden. Dat dieren niet politiek vertegenwoordigd zijn, komt volgens haar neer op ‘institutioneel geweld’ tegen intelligente wezens, vergelijkbaar met dat andere institutionele geweld dat mensen niet als zodanig herkennen: het opeten van dieren.

Zo, die zit. Waar Meijer iets minder goed uitkomt, is het hoe. Ze vindt het ontoereikend als mensen louter de belangen van dieren meewegen in de besluitvorming; dan zouden dieren immers nog steeds als een soort onderklasse worden behandeld. Maar waar ze stelt dat mens en dier elkaar meer ruimte moeten geven, blijft haar betoog wat abstract.

Niettemin levert ze een uiterst nuttige filosofische bijdrage aan een debat dat de komende tijd nog veel vaker gevoerd zal worden. Meijers punt is niet dat we dieren als mensen moeten zien. Haar punt is dat mensen dieren zijn. Geen nieuw idee, maar hoognodig dat het weer eens onder de aandacht wordt gebracht.