Column

Beste versie van jezelf

Afgelopen weekend liep ik met mijn zus de bioscoop uit en omdat het een zachte avond was, besloten we naar huis te wandelen. Opeens stond ze stokstijf stil, die zoutpilaar uit de Bijbel was er niets bij. Happend naar lettergrepen wees ze naar de McDonald’s. Achter het raam zat een man die net zijn tanden in een stapelbed van een hamburger zette. Sla en saus puilden uit het broodje toen hij erin beet. Verzaligd sloot hij zijn ogen.

„Ik ken hem!”, zei mijn zus, „hij maakt deel uit van mijn leesclub!”, zei ze woest, alsof deel uitmaken van een leesclub iets weerzinwekkends is.

„Ja, en?”, vroeg ik.

„En hij is veganist!”

„Zo te zien niet”, zei ik, maar ik werd alweer onderbroken door mijn zus.

„Iedere week eten we met de leesclub en moeten we fucking moeite doen voor hem (wat natuurlijk niet erg is), aparte dingen koken die veganistisch verantwoord zijn. Laatst had iemand per ongeluk een toefje mayonaise door de salade gedaan en toen stond meneer erop dat die hele salade werd afgespoeld! Elke week loopt hij zichzelf op de borst te kloppen dat hij dankzij dat veganisme de beste versie van zichzelf is. En nu loopt hij doodleuk vlees te eten?! Kom mee”, zei ze, en sleurde me aan mijn mouw de fastfoodketen in.

‘Hallo”, schreeuwde ze nog net niet. De man herkende mijn zus en kromp ineen.

„Heb je het boek voor deze week al uit?”, fluisterbrulde mijn zus. De man stotterde wat, ondertussen sausresten uit zijn mondhoeken vegend, zei dat hij halverwege was, en of de volgende leesclub nog steeds bij haar thuis werd gehouden.

„Jazeker”, zei mijn zus, „gaan we weer lekker samen eten vooraf.” De man werd knalrood en voor hij kon reageren draaide mijn zus zich alweer om.

Eenmaal buiten stak ze een sigaret op.

„Zo, voelde die zich even betrapt”, zei ze tevreden.

„Eigenlijk wel fijn dat je hem hebt gesnapt”, zei ik, „hoef je de volgende keer ook geen rekening meer met hem te houden qua koken.”

„Juist wel”, zei mijn zus, en haar ogen vonkten. „Die zal nooit meer in mijn bijzijn een dierlijk product eten. Daar sta ik op.”

„En wat nou als hij gewoon gestopt blijkt met veganisme?”

„Dan zal ik doen alsof ik dat niet gehoord heb.”

Fluitend liep ze de nacht in. De grootste straf die mijn zus voor deze man kon bedenken, was hem aan zijn voornemens te houden. En daar zat iets enorm bewonderenswaardigs in, al kon ik me niet onttrekken aan het sadistisch genoegen dat ze erin schiep, iemand te dwingen de beste versie van zichzelf te zijn.

heeft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.