Bali luistert of de Agung buldert als in ’63

Actieve vulkaan

In 1963 vielen bij een uitbarsting van de Agung 1.600 doden. Tienduizenden Balinezen die een herhaling vrezen, zijn nu gevlucht.

Een geëvacueerd Balinees jongetje eet noedels in een sporthal in Klungkung, waar gevluchte Balinezen worden opgevangen. Foto Darren Whiteside/Reuters

Op het bankje voor zijn winkel schrikt meneer Tapa op uit een dutje. Tapa woont op Bali, aan de rand van het risicogebied rond de vulkaan Agung. Aan vluchten denken hij en zijn gezin nog niet. Tapa – net als veel Indonesiërs heeft hij maar één naam – heeft de berg de laatste dagen goed in de gaten gehouden. „Het bleef steeds helder rond de top. Het gerommel is ook nog te zacht. Ik zag nog geen tekenen dat de eruptie eraan komt.”

Tapa’s winkel ligt op de flanken van de vulkaan Agung, in het noordoosten van het Indonesische eiland Bali. Hij doet er ontspannen over, maar de Agung kan elk moment uitbarsten. Eind vorige week verhoogden de autoriteiten de alarmfase naar het hoogste niveau. Ze kondigden een gevarenzone af van twaalf kilometer rond de vulkaan. Het aantal gemeten aardbevingen stijgt sindsdien verder, ze worden ook sterker. En het mag Tapa’s scherpe blik zijn ontgaan, maar af en toe stijgt dunne, witte rook op uit de krater.

Ruim 81.000 mensen vertrokken

Volgens het Indonesische Rode Kruis hebben al ruim 81.000 mensen elders een tijdelijk onderkomen gezocht. Dat is ongeveer de hoeveelheid mensen die in het hele gebied wonen, maar ook Balinezen van net buiten de 12-kilometerzone zijn soms gevlucht. En een klein deel van de inwoners blijft juist ín het gebied, ook al sporen politie en hulpdiensten ze steeds aan om weg te gaan.

Wayan Marek heeft voor vluchten gekozen. Hij slaapt al bijna een week in een grote blauwe tent van rampencentrum BNPB. „De aardbeving was een teken van onze godin dat we moesten vertrekken.” Marek, een hindoe zoals de meerderheid op Bali, weet nog goed dat de Agung voor het laatst uitbarstte. Het was in 1963 en hij was een jaar of vijftien. Alarmsystemen waren nog amper ontwikkeld. „We geloofden dat de tempel ons zou beschermen. Tot we de rivier ineens in lava zagen veranderen”, vertelt hij. „Toen zetten we het op een rennen.” Nu dicht hij de goden nog steeds veel wijsheid toe, maar is hij toch maar weggegaan.

Foto Darren Whiteside/Reuters
Foto Sonny Tumbelaka/AFP
Foto Sonny Tumbelaka/AFP
Foto Sonny Tumbelaka/AFP
Foto’s Foto Sonny Tumbelaka/AFP en Darren Whiteside/Reuters

De uitbarsting van ruim vijftig jaar geleden was een heftige. Er kwamen ongeveer 1.600 mensen om het leven. Ruim 85.000 verloren het dak boven hun hoofd, ongeveer zoveel mensen als er nu geëvacueerd zijn. Vooral de gaswolken, de as en rotsblokken die de vulkaan uitbraakte, veroorzaakten veel doden.

Niemand weet hoe het dit keer loopt, maar de autoriteiten op Bali doen veel om zo’n ramp te voorkomen. Langs de 12-kilometergrens hangen bij elke kruising waarschuwingsborden. En woensdag plaatste de rampendienst een paar enorme sirenes, die de inwoners moeten waarschuwen in geval van een uitbarsting. Wie ervoor kiest om te blijven, moet dat steeds opnieuw uitleggen aan de politie die langskomt.

Van Ketut Jana hoefde die hele evacuatie niet zo nodig, al woont de oude boer dicht bij de krater van de vulkaan. In 1963, vertelt hij, bleef zijn dorp gespaard. Ze vluchtten pas ná de uitbarsting, toen het stenen begon te regenen en een dikke laag vulkaanas de planten liet doodgaan.

Koeien en geiten

Nu verblijft hij tijdelijk bij een van zijn kinderen, meer in het zuiden van Bali. „Ik maak me geen zorgen over mijn huis. Ik ben alleen weggegaan omdat mijn kinderen zo ongerust waren.” Zijn koeien en geiten staan ook buiten het risicogebied. Vrijwilligers hebben geholpen met het vervoer en een boer bood zijn lege stallen aan. Er staan meer koeien en varkens van andere vluchtelingen.

Ketut Jana gebruikt, net als veel andere Balinezen, ‘1963’ als referentie voor hoe het nu zal gaan. Rationeel is dat niet. „De aardbevingen zijn kleiner dan toen”, zegt Jana bijvoorbeeld. Punt is dat vulkaanexperts zich helemaal niet durven te wagen aan voorspellingen hoe heftig de uitbarsting dit keer zal zijn.

Voor inwoners én autoriteiten is het wachten nu lastig. De Agung kan elk moment uitbarsten, maar het kan ook pas over weken zijn, of er zelfs helemaal niet van komen. Hoe langer het duurt, hoe groter de verleiding voor de bewoners om terug naar huis te gaan. Veel boeren gaan elke dag al eventjes op en neer, om hun veestapel eten te geven of om te controleren hoe de rijstvelden erbij liggen.

De koeien van Ketut Jana blijven voorlopig beneden, waar ze in elk geval veilig voor de lavastromen zouden zijn. Jana is vol vertrouwen. In het hindoeïsme, vertelt hij, is god de eigenaar van alles. „We geven hem niet de schuld en we weten niet waarom het gebeurt. We accepteren wat hij besluit.”