Zo werd de VVD een niet erg liberale machtsmachine

VVD

Het boek van oud-Kamerlid Ybeltje Berckmoes schetst een beeld van de VVD dat velen in Den Haag herkennen: een partij die nog uitsluitend is gericht op de macht.

Van links naar rechts: Halbe Zijlstra, Jeanine Hennis, Mark Rutte, Klaas Dijkhoff en Eric Wiebes tijdens het voorjaarscongres van de VVD in congrescentrum Papendal. Foto Martijn Beekman/ANP

Het is niet moeilijk om Ybeltje Berckmoes weg te zetten als een rancuneus politica. Haar boek over haar jaren als VVD-Kamerlid, dat deze week verscheen, biedt daar ruim de gelegenheid toe. In ‘Voorlichting loopt met u mee tot het ravijn’ serveert ze de ene na de andere partijprominent af: Halbe Zijlstra is een botterik en geobsedeerd door beeldvorming, Mark Rutte heeft gebrek aan empathie en Klaas Dijkhoff gedraagt zich als „een generaal”.

Zelf speelde Berckmoes in zes jaar niets klaar. Ze agendeerde geen enkel onderwerp, diende nul wetsvoorstellen in en werd genegeerd door journalisten. Zijlstra vatte het als volgt samen in een functioneringsgesprek, schrijft ze: „Jij hebt geen enkel talent om politicus te zijn.”

Toch schetst Berckmoes een beeld van de VVD-top dat veel mensen in de partij herkennen: een gezelschap dat uitsluitend nog gericht is op het behoud van de macht. Premier Rutte en zijn bewindslieden moeten slagen – daaraan is alles ondergeschikt. Het gevolg: straffe fractiediscipline, een voorkeur voor volgzame Kamerleden en een obsessie voor beeldvorming in de media.

Vraag goed ingevoerde VVD’ers naar de symptomen en deze opsomming volgt: we hebben na regeren met eerst de PVV en nu de PvdA geen eigen gezicht meer, er is amper nog intern debat en nieuwe ideeën komen niet tot wasdom. Een VVD-Kamerlid: „En dan moet het gedwongen huwelijk met CDA, D66 en ChristenUnie nog beginnen.”

Uniek is het zeker niet, de transformatie van de VVD tot machtsmachine. Eerder gebeurde het bij de PvdA onder Wim Kok en het CDA van Ruud Lubbers en Jan Peter Balkenende. Het lijkt onontkoombaar bij een partij die langdurig de premier levert. Wat het boek van Berckmoes aantoont, is dat de opkomst van sociale media en het grillige electoraat de controledwang nóg groter hebben gemaakt.

Columniste Jutta Chorus hoorde de uitleg van Berckmoes op televisie. “Je praatje is goed, maar je smoesje deugt niet, zei mijn moeder vroeger”

Klaas Dijkhoff, beoogd opvolger van Halbe Zijlstra als fractievoorzitter, zou volgens ingewijden zijn Kamerleden meer vrijheid willen geven. Maar hoe kan dat, met één zetel meerderheid? Ook voor Dijkhoff lijkt de rol van fractiedompteur onontkoombaar. Opnieuw dreigt alles gericht te zijn op het behoud van de verworven macht.

Hier volgt de schets van het ontstaan van een machtsmachine in drie fases.

Fase I  Machtsstrijd

Een vrijdenkersruimte. Dát wilde Mark Rutte hebben in het deel van de Tweede kamer waar de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie is gevestigd. Aan de wand van het vrijgemaakte kamertje: omstreden cartoons van Gregorius Nekschot en wat naaktschilderijen van Ellen Vroegh, die elders na klachten van moslims waren verwijderd.

Veel werd er niet meer van Ruttes vrijheidsideaal vernomen. Vanaf 2010 ging het snel: hij maakte de VVD voor het eerst in de geschiedenis de grootste partij van Nederland om de eerste liberale minister-president in bijna honderd jaar te worden. Rutte I was vanaf de start omstreden door de gedoogconstructie met Geert Wilders’ PVV. De coalitie leunde op een minimale meerderheid van 76 zetels.

De nieuwe fractieleider Stef Blok trok de teugels strak aan. Zo mochten Kamerleden geen contact hebben met verslaggevers zonder tussenkomst van hun woordvoerder. „Journalist? Altijd ons eerst even aanschieten”, citeert Berckmoes een e-mail van de afdeling Voorlichting.

Veel complimenten kreeg Stef Blok als fractievoorzitter niet, schreef NRC toen hij in 2012 minister werd. Collega’s noemden hem betweterig, jij-bakkerig en soms ronduit onaardig

Blok zag het als zijn belangrijkste taak om Rutte uit de wind te houden. Al het andere was daaraan ondergeschikt. Hij deed dat uitstekend, zeggen VVD’ers die in die tijd in de fractie zaten. De prijs was wel dat Kamerleden geen millimeter ruimte kregen. ‘Minister van fractiezaken’, noemden ze Blok schertsend.

„Niet erg liberaal”, kenschetst een betrokkene de manier waarop de VVD-fractie sinds 2010 opereert. De partij kende altijd een open fractiecultuur waarin Kamerleden veel zelfstandigheid genoten. Tien jaar geleden nog, onder fractieleider Jozias van Aartsen, kregen VVD-Kamerleden maximaal de ruimte om hun eigen afwegingen te maken.

Maar, zeggen VVD’ers, het was ook de periode dat Geert Wilders zich afscheidde en voor zichzelf begon. Aan het begin van Ruttes leiderschap kwam daar nog eens de traumatische breuk met Rita Verdonk bij. ‘Eendracht boven alles’, werd het motto in de partij op het moment dat Rutte aantrad als premier.

De man die geldt als architect van Bloks straffe bewind, was hoofd Voorlichting Henri Kruithof. Een rol die hem weinig vrienden opleverde. „Dit heeft wonden geslagen die nog steeds zeuren”, zei Kruithof in NRC toen hij in 2015 vertrok. „Dus als je hier op de fractie even rond vraagt, vind je er al snel een paar die uitroepen: blij dat-ie ophoepelt.”

Lees ook het interview met Henri Kruithof: Even voorstellen: de hoge Haagse bron die jarenlang niet bestond

In haar boek, zegt Kruithof nu, doet Berckmoes alsof de afdeling Voorlichting „de grote boosdoener” is. „Maar die heeft natuurlijk geen enkele macht zonder dekking van de fractievoorzitter. Stef Blok wilde het. En dus gebeurde het zo.”

Fase II  Machtsbehoud

Mark Rutte beschaamt het vertrouwen van zijn partij niet. Na de tussentijdse val van Rutte I wordt de VVD in 2012 opnieuw de grootste partij – met een recordaantal van 41 zetels. Stef Blok krijgt een beloning voor zijn ondankbare werk: hij wordt minister in het kabinet-Rutte II.

Onder de nieuwe fractieleider Halbe Zijlstra blijft het strakke regime grotendeels overeind – ook al is er sprake van een ruimere meerderheid. Zie daar de parallel met andere machtspartijen. Onder het tweede paarse kabinet (1998-2002) hield de weinig empathische PvdA-fractieleider Ad Melkert de boel kort, al genoot het kabinet van Wim Kok een comfortabele meerderheid in zowel de Tweede als de Eerste Kamer.

Berckmoes beschrijft Zijlstra als een horkerige zetbaas van Rutte die geen enkele ruimte liet voor discussie in de fractie. Alle belangrijke kwesties werden – net als bij Paars II – al tevoren afgekaart in de coalitietop. In werkelijkheid, zeggen VVD-ingewijden, gaf Zijlstra de Kamerleden méér vrijheid dan Blok. Het probleem was alleen dat een aantal fractieleden – onder wie Berckmoes – simpelweg niet over het politieke inzicht beschikte om op eigen benen te staan.

Hoe dat kon? Zowel in 2010 als in 2012 had de VVD te weinig sterke kandidaten op de lijst staan, geven VVD’ers toe. In beide gevallen was er geen rekening gehouden met zo’n enorme verkiezingsoverwinning. „We zijn bij plek 30 opgehouden met denken”, zegt een betrokkene. „De rest hebben we gewoon ingevuld.”

Stef Blok wilde het, en dus gebeurde het zo.

Gevolg: in de loop van Rutte II ontstond in de fractie een tweedeling tussen een grote groep anonieme backbenchers zoals Berckmoes, en een select groepje prominenten (‘speerpuntwoordvoerders’) die veel in het nieuws waren: Han ten Broeke, Malik Azmani en Klaas Dijkhoff (voordat hij staatssecretaris werd).

Achter de schermen vonden veel VVD’ers hun partijleider Rutte de afgelopen jaren „te veel premier, te weinig VVD’er”. Om die reden kwam Zijlstra, ondanks zijn loyale opstelling, een aantal keer hard in botsing met Rutte. Het patroon was steeds hetzelfde: Zijlstra vond dat Rutte te makkelijk compromissen sloot – én hem telkens voor een voldongen feit plaatste. Zo ging het bij het sociaal akkoord met werkgevers en vakbonden en – het allerheftigst – rondom het derde steunpakket aan Griekenland, in de zomer van 2015.

In al die gevallen bond Zijlstra uiteindelijk in of werkte mee aan een compromis. Het belang van de coalitie en de partij woog zwaarder dan de liberale beginselen. Een voortijdige val van Rutte II, daar had niemand wat aan. Want, zo weet iedereen in de partij, de VVD heeft zijn positie als grootste fractie maar aan één persoon te danken: Mark Rutte.

‘Bed, bad, brood’ ging niet over geld. Daar kun je altijd wat mee schuiven. Het draaide om principes

Fase III Machtsverlies?

Eigenlijk zou Ybeltje Berckmoes al in 2012 zijn bedankt voor haar aanwezigheid als Kamerlid. Op voorspraak van Stef Blok keerde ze toch terug op de kandidatenlijst, bevestigen ingewijden. De enige reden: Berckmoes woont in de Kop van Noord-Holland, een regio die binnen de VVD slecht is vertegenwoordigd.

De truc leverde de VVD slechts 1.196 stemmen op – en vervolgens een hulpeloos Kamerlid. Dat leidde binnen de partij tot de ‘Ybeltje-norm’: zittende Kamerleden die door willen, moeten dezelfde plek krijgen op de lijst als de vorige keer óf hoger. Anders verdwijnen ze van de lijst. De gedachte: nooit meer een Ybeltje.

De strikt gehanteerde norm is niet het enige symptoom van een machtspartij. Er was een tijd dat de VVD graag spotte met de banencarrousel van de PvdA; hét symbool van hun arrogantie. Inmiddels zetten de liberalen hun uitzendbureau net zo ongegeneerd in. De gestruikelde staatssecretaris Fred Teeven? Geschikt voor de Raad van State, vond Rutte. Tot de vroegere hoon die de PvdA trof, hem zelf raakte. Einde Fred Teeven.

En wat te denken van de analyse van twee VVD’ers die de afgelopen jaren in het commandocentrum van de partij zaten? De flamboyante Ton Elias benoemde bij zijn gedwongen afscheid als Kamerlid wat hooggeplaatste VVD’ers herkennen: een „ja-en-amen-cultuur”. Vertrekkend minister Edith Schippers stipte onlangs in het AD de ideeënarmoede aan: „Nu de economische storm is geluwd en er een nieuwe Kamerfractie zit, is het wel weer tijd om te herijken: wat is er bereikt en welk beleid is er nu nodig?”

Er is amper nog intern debat, nieuwe ideeën komen niet tot wasdom.

Zie daar het spanningsveld tussen Rutte en Dijkhoff – vaak genoemd als zijn opvolger. Dat Rutte aan zijn laatste termijn bezig is, lijdt in de VVD weinig twijfel. Alleen: de geschiedenis geeft Dijkhoff weinig hoop dat het fractievoorzitterschap van de grootste regeringspartij een goede uitgangspositie biedt. Doorgaans komt een machtsmachine met donderend geraas tot stilstand als de langzittende premier vertrekt – niet zelden omdat hij één verkiezing te lang blijft.

De meest recente evaluatie van zo’n ongeval stamt uit 2010. „Het CDA is kleurloos geworden”, staat er in Verder na de klap, het rapport over de verpletterende nederlaag van Jan Peter Balkenende. „Deels door gebrek aan inhoudelijk debat, deels doordat er gekozen wordt voor ‘kandidaten waar je geen ongelukken mee krijgt’, deels door veel te veel het accent te leggen op strategie en communicatie. Durf te kiezen voor inhoud en kandidaten met karakter.”

Voor Kamerleden in de coalitie is het soms slikken, zo erkende Ton Elias (VVD) na zijn vertrek uit de Kamer. Vaak is het slikken en instemmen met dingen die je liever anders zou zien